Opinie Vaccinatie

Overheid, weeg ook optiewaardes mee bij de koop van vaccins

Om goed voorbereid te zijn op een uitbraak van meningokokken, moet de overheid slim schakelen, betoogt gezondheidseconoom Xander Koolman.

Kinderen worden gevaccineerd tegen het virus dat baarmoederhalskanker kan veroorzaken en meningokokken tijdens een vaccinatiedag in Ahoy, 26 maart 2019. Beeld ANP

Donderdag wordt in de Tweede Kamer gedebatteerd over de meningokokkenvaccinatie tegen het zogeheten serotype B. Staatssecretaris Paul Blokhuis stelt voor om dit vaccin níét op te nemen in het rijksvaccinatieprogramma.

Deze vaccinatie kan een levensbedreigende bloedvergiftiging en hersenvliesontsteking voorkomen, maar wordt door Blokhuis als te duur beoordeeld voor wat het opbrengt, met name omdat de kans op een meningokokken-B-uitbraak erg klein is. Daarmee volgt hij het advies van de Gezondheidsraad, maar wijkt hij af van de beslissing die bijvoorbeeld in het Verenigd Koninkrijk is genomen.

Dit verschil in beslissing vloeit voort uit een verschil in overwegingen. Ook in het Verenigd Koninkrijk werd deze opname van meningokokkenvaccinatie aanvankelijk gezien als nog te duur voor wat het oplevert. Het woord ‘nog’ is in de vorige zin opgenomen omdat het vaccin bij een uitbraak snel wel kosteneffectief zal zijn. Die uitbraak laat zich echter niet goed voorspellen.

Staatssecretaris Blokhuis zou daarom kunnen voorstellen om de vaccinatie niet in het rijksvaccinatieprogramma op te nemen, maar te wachten met vaccineren tot een uitbraak zich voordoet. Dat kan echter niet zomaar. Vaccins zijn beperkt houdbaar en worden vanwege de productie- en voorraadkosten niet op grote schaal aangehouden. Ook het opschalen van de productie vraagt veel meer tijd dan bij een uitbraak verantwoord is. De mogelijkheid om te wachten tot een uitbraak hebben we daarom niet. Of zoals economen zeggen: de optie ontbreekt.

‘Optiewaarde’

Als die optie er wel was, dan zou die veel waard zijn ten tijde van een uitbraak. Ook al is de kans klein, het heeft waarde om voorbereid te zijn en de optie te hebben om alsnog te kunnen vaccineren. Economen noemen deze waarde de ‘reële optiewaarde’, en trekken daarmee de parallel met de waarde van opties in de financiële wereld. Ook daar geldt dat het hebben van een optie om een bepaald aandeel tegen een vooraf vastgestelde prijs te (ver)kopen op een vooraf bepaald tijdstip waarde heeft, ook al weet de eigenaar niet op voorhand of hij de optie zal uitoefenen.

Het beschikken over de optie om een uitbraak te bestrijden is daarmee waardevol. Toch waardeert de Nederlandse overheid dit niet. De Gezondheidsraad kijkt primair naar de verwachte opbrengsten en kosten, en laat de waarde van de optie buiten beschouwing. Vanwege deze houding ontbreekt ook de markt voor het ontwikkelen van nieuwe antibiotica tegen resistente bacteriën. De overheid kijkt daarmee niet vooruit en verzekert zich niet tegen een onverwachte uitbraak. Mocht die uitbraak zich toch voordoen, dan probeert de overheid alsnog op de markt vaccin in te kopen, zoals de overheid dat recentelijk ook heeft gedaan bij het vaccin tegen meningokokken van serotype W.

Vraag en aanbod

Die strategie werkt misschien wanneer er overcapaciteit is op de markt, maar niet wanneer er een marktevenwicht is. Immers wanneer vraag en aanbod met elkaar in evenwicht zijn, dan is het alleen mogelijk om meer vaccin te krijgen door meer te bieden dan andere landen. Dat kan Nederland zich als rijk land veroorloven, maar de ethische consequenties laten zich raden wanneer landen met een lager inkomen zo uit de markt gedrukt worden. In de praktijk is dit morele risico waarschijnlijk beperkt omdat het bij een inflexibele productie waarschijnlijk is dat deze lang van tevoren zal zijn toegezegd. Daarmee is het risico groot dat Nederland er niet op kan rekenen dat er voldoende voorraad op de markt beschikbaar zal zijn.

Dat het beter kan bewees onze overheid enkele jaren geleden. Zo heeft het in internationaal verband besloten tot een advance purchase agreement voor de toegang tot een griepvaccin. Dat contract geeft de optie tot de aanschaf van een grote hoeveelheid vaccins, mocht een grieppandemie zich voordoen. Dit contract functioneert daarmee als een soort verzekering die de overheid tegen betaling afsluit.

Dit is dus een pleidooi gericht aan de overheid om niet alleen de verwachte waarde, maar ook de optiewaarde van vaccins en antibiotica mee te wegen in de besluitvorming, zodat er bij een eventuele uitbraak snel kan worden gehandeld.

Xander Koolman is gezondheidseconoom aan de Vrije Universiteit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.