Opinie Circuit van Zandvoort

Overheid had regie moeten pakken bij Formule 1 naar Zandvoort

Bij een evenement dat leidt tot zoveel bedoelde en onbedoelde effecten en ook maatschappelijke discussie, is het op zijn plaats dat de overheid een regierol neemt, schrijft sporteconoom Willem de Boer.

Racen op het circuit van Zandvoort in 1966. Beeld ANP

Sinds Max Verstappen als 17-jarige de top van Formule 1 bestormde is een deel van Nederland in de ban geraakt van Formule 1. Met als mogelijk hoogtepunt een ‘eigen’ race op Zandvoort volgend jaar. Als vijf jaar geleden iemand was begonnen over een Formule 1-race in Nederland zou die waarschijnlijk hard zijn uitgelachen. Maar nu lijkt het toch zover, dankzij Max. Maar ook dankzij Circuit Zandvoort en mede-eigenaar Prins Bernhard jr.

Voor een Zandvoortse Formule 1-race is financiering een bijzonder lastige klus gebleken. Door een gebrek aan investeerders klopte Circuit Zandvoort daarom aan bij de rijksoverheid voor een jaarlijkse bijdrage van 5 miljoen euro. Het evenement zou van grote economische waarde zijn voor de BV Nederland. Maar grote sportevenementen, ook een Olympische Spelen of een WK voetbal, leveren over het algemeen geen of een verwaarloosbare bijdrage aan een nationale economie. Dat is bij een Formule 1 race niet anders.

Nadelen

Het belangrijkste positieve effect van een grote sportevenementen is vaak dat er veel mensen, op de tribunes maar ook daarbuiten, plezier aan beleven. Maar in tegenstelling tot veel andere grote sportevenementen die de laatste jaren in Nederland zijn georganiseerd, kent de Formule 1 ook veel nadelen in de vorm van bijvoorbeeld verkeers-, geluids-, milieuoverlast. En van mogelijke positieve maatschappelijke effecten zoals het stimuleren van sportdeelname, of sociale cohesie, zal er bij de Formule 1 geen sprake zijn. Dat de rijksoverheid geen financiële bijdrage levert is daarom logisch. Op lokaal niveau ligt dit anders. Voor (horeca-) ondernemers in Zandvoort kan een Formule 1-race, of het 5-daags F1 festival dat de gemeente nu voorstaat, zeker een aanzienlijke financiële meevaller betekenen. Het is daarom niet vreemd dat juist de gemeente wél geld in de komst van het evenement steekt.

Bij een evenement dat leidt tot zoveel verschillende soorten bedoelde en onbedoelde effecten en ook maatschappelijke discussie is het op zijn plaats dat de overheid hierin een regierol neemt. Te beginnen met een analyse of zo’n evenement überhaupt positief zou uitpakken voor Nederland en zo ja, of Zandvoort dan wel Assen de aangewezen plek zou moeten zijn. Dan was waarschijnlijk duidelijk geworden dat TT Circuit Assen vanuit nationaal perspectief, door betere voorzieningen en bereikbaarheid en een gezondere financieel plaatje, waarschijnlijk een veel aantrekkelijker alternatief was. Bovendien kon Assen zowel vanuit de regio als bij racefans op een groter draagvlak rekenen.

Carte blanche

Alhoewel de rijksoverheid geen financiële steun heeft toegezegd, was het wel bereid om te faciliteren ‘binnen de mogelijkheden van wet- en regelgeving’. Maar binnen de huidige, veelal door de gemeente uitgegeven, vergunningen is heel veel mogelijk. Zo kreeg Circuit Zandvoort min of meer carte blanche. De overheid heeft zo de kans laten liggen om hier de regierol op zich te nemen. Van een overheid mag bij grote sportevenementen meer worden verlangd dan te fungeren als pinautomaat. Zonder regie kan Nederland immers komen te zitten met het verkeerde evenement op de verkeerde plek.

Willem de Boer is sporteconoom aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden