Opinie

Overdrijvingen en leugens over de koloniale geschiedenis van Nederland zijn nergens voor nodig

De koloniale geschiedenis van Nederland telt voldoende zwarte bladzijden. Het is helemaal niet nodig door overdrijvingen, verkeerde interpretaties en hele en halve leugens dat aantal te vergroten zoals Ewald Vanvugt doet in zijn boek Roofstaat en in zijn opiniebijdrage (de Volkskrant, 1 feb.).

Een slaaf beschut met een zonnescherm een VOC-koopman en zijn vrouw. Schilderij van Aelbert Cuyp.Beeld Rijksmuseum

Vanvugts claim is ongegrond dat Johan Maurits zijn huis in Den Haag, waarover nu zoveel te doen is, heeft laten bouwen met geld dat is verdiend met slavenhandel of slavernij. Als gouverneur van Nederlands Brazilië heeft hij de slavernij, die hij in de kolonie aantrof, laten bestaan en de slavenaanvoer nieuw leven ingeblazen. Dat bestrijdt niemand. Maar Johan Maurits was geen slavenhandelaar of plantagebezitter. Zijn salaris kan evenmin indirect zijn gefinancierd uit de winsten van de slavenhandel of slavernij, want zijn werkgever, de WIC, maakte juist grote verliezen op de verkoop van slaven op krediet. Daarmee vergeleken is het feit, dat een deel van de inrichting uit Brazilië stamt, klein bier.

Het bevalt Vanvugt evenmin dat het Nederlandse aandeel in de Atlantische slavenhandel gemiddeld slechts 5 procent bedroeg. Dat brengt zijn verdienmodel, het oproepen van schuldgevoelens bij zijn lezers, in gevaar. Daarom wijst hij erop dat het Nederlandse aandeel hoger uitkwam rond het midden van de 17de eeuw, toen de totale handel nog relatief klein was. En daarom verzwijgt hij dat het Nederlandse aandeel ver onder die 5 procent uitkwam, toen de slavenhandel van de andere landen aan het einde van de 18de eeuw explosief toenam.

Vanvugt vraagt naar voorbeelden van leugens in zijn boek Roofstaat. Die zijn er volop. Zo blijkt Vanvugt nog steeds een aanhanger van de 'zwarte legende' volgens welke de demografische teruggang van de indianen na 1492 te wijten zou zijn aan het optreden van de kolonisatoren en niet grotendeels aan hun gebrekkige immuniteit tegen ziektes uit Europa en Afrika, zoals al vele tientallen jaren vaststaat.

Vanvugt houdt niet van pathogenen, maar alleen van echte schurken. Dat blijkt ook uit zijn koddige beschuldiging aan het adres van de WIC, dat deze compagnie door de verkoop van jenever winst zou hebben gemaakt met de vroege dood van de bemanningen van de forten op de Afrikaanse kust. Hij lijkt niet te beseffen dat vóór de toepassing van kinine alleen al de malaria zelfs geheelonthouders minder dan 50 procent kans gaf hun eerste jaar ter kuste te overleven.

Tot slot wil Vanvugt weten of het kolonialisme überhaupt positieve kanten kende. Laten we daarom twee kolonies vergelijken met een gelijke economie, bevolkingssamenstelling en kolonisator: Haïti, kolonie van 1665 tot 1804 en Martinique, kolonie van 1651 tot heden. De gemiddelde levensverwachting in Haïti is 62,7 jaar tegen 79,5 op Martinique, de kindersterfte 59 tegen 3,29 per 1.000 en het bbp per hoofd 817 tegen 24.118 dollar. En dan laat ik zaken als veiligheid, democratie en mensenrechten maar buiten beschouwing. Waar zou Vanvugt willen wonen?

P.C. Emmer is auteur van Het zwart-wit denken voorbij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden