Column Het spel en de knikkers

Overdreven flex is naar voor betrokken werkenden, maar ook nog eens schadelijk voor de economie

Een bedrijf met vaste krachten produceert meer welvaart dan een soortgelijk bedrijf met flexbanen

De analyse in de toelichting bij de arbeidsmarktwet die minister Koolmees van Sociale Zaken deze week naar de Kamer stuurde, is beter dan de reeks hierin aangekondigde maatregelen. Over die maatregelen kun je zuur doen – dat is deze week al in ruime mate gebeurd -- , maar ik ben vooral blij met de analyse. Met die analyse kan je namelijk verder, ook bij toekomstige wetswijzigingen.

Laten we daarom kijken naar die analyse, en die op een niet onbelangrijk punt, proberen aan te vullen. We gaan een ‘andersommetje’ doen.

Deel 1 van de analyse van het kabinet is niet ingewikkeld. Eén: het aandeel mensen dat op een of andere manier ‘flex’ werkt, neemt snel toe. Een op de vijf werkende aan het begin deze eeuw, nu een op de drie. Twee: in vergelijkbare landen neemt het aandeel flex ook toe, maar veel minder snel dan in Nederland. Drie: een (groot) deel van de toename van flex heeft Nederland (dus) zelf gemaakt, en wel door de inrichting van de arbeidsmarkt en de fiscaliteit. Vier: deze inrichting veroorzaakt dat voor werkgevers de kosten en risico’s van flex lager zijn dan voor vaste werknemers, en dus nemen werkgevers liever flexkrachten aan dan vaste mensen. Vijf: door de spelregels in Nederland aan te passen, zal het aandeel flex hier ook weer dalen.

Prima de luxe, deze analyse, niks meer aan doen.

Deel 2 van de analyse geeft antwoord op de vraag: waarom is het eigenlijk een probleem dat flex toeneemt? Het kabinet zegt: het is een probleem voor werknemers, vooral voor de ‘outsiders’ die van flex-baan stiefelen naar rotcontract, terwijl ze snakken naar een beetje vastigheid. En het is een probleem voor werkgevers, gaat het kabinet verder, omdat bij flexkrachten minder in hun scholing wordt geïnvesteerd. Op lange termijn daalt hierdoor de kwaliteit van de beroepsbevolking.

Dit deel van de analyse kan wel beter, onder meer door het aangekondigde andersommetje. Rechttoe, rechtaan is: gegeven de regels die gelden op de arbeidsmarkt, zoeken bedrijven de werkenden die passen bij hun productiemodel. Het andersommetje is: door de inrichting van de arbeidsmarkt zijn sommige productiemodellen van bedrijven levensvatbaar en andere niet.

Klinkt dit abstract? Een voorbeeld. Stel: de regel is dat mensen uitsluitend voltijds in vaste dienst mogen werken. De huidige maaltijdbezorgers, de tuinbouwsector en de strandtenten zouden in deze denkbeeldige wereld sluiten; hun huidige productiemodellen zouden in zo’n wereld niet levensvatbaar zijn.

Omgekeerd zal in een zeer flexibele arbeidsmarkt juist de neiging bestaan productiemodellen te introduceren die alleen dankzij die flexibiliteit levensvatbaar zijn. Denk aan de e-commercewereld achter: ‘voor tienen besteld, morgen in huis’. Zo bepaalt dus de inrichting van de arbeidsmarkt mede de (levensvatbaarheid van) productiemodellen in de economie.

Maakt dat wat uit? Ik denk van wel. Laat een onderneming in een jaar met tien voltijds medewerkers met langdurige verbintenissen iets produceren. Neem een tweede, identieke onderneming, die dezelfde waarde produceert, ook met 10 fte aan arbeidskrachten, maar dan versnipperd over tientallen flexcontracten. Dan zou ik zeggen dat de eerste onderneming meer welvaart produceert dan de tweede. Hoezo? In het eerste geval zijn de niet-materiële baten (zekerheid) hoger dan in het tweede.

Enige flexibiliteit is dus nodig, maar een teveel aan flex duwt bedrijven richting productiemethoden die maatschappelijk minder wenselijk zijn. Overdreven flex in Nederland is daarom niet alleen van eigen makelij, en naar voor betrokken werkenden, maar ook nog eens schadelijk voor de economie.

Frank Kalshoven is directeur van De Argumentenfabriek. Reageren? Email: frank@argumentenfabriek.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.