ColumnArie Elshout

Overal stelt de bestrijding van het coronavirus de democratie op de proef

Piepklein leed. Ik mocht graag een trappistenbiertje drinken bij de paters van het kapucijnenklooster in het Belgische dorp Meersel-Dreef net over de grens bij Breda. Kan niet meer. De weg ernaartoe is afgesloten, met grauwgrijze betonblokken. Altijd kon je gaan en staan waar je wilde. Die vrijheid was zo vanzelfsprekend dat je er niet meer bij stilstond. Dat is voorlopig weg.

Niet is meer hetzelfde in de democratische wereld. De bewegingsvrijheid is sterk ingeperkt, mobieltjes worden gebruikt om burgers te volgen, op straat patrouilleren militairen of politieagenten met machinegeweren, menige regering regeert per decreet, parlementen zijn uitgeschakeld of werken op minder dan halve kracht, verkiezingen zijn opgeschort, verkiezingsbijeenkomsten verboden.

Normaal zijn dit dingen die gebeuren bij oorlog, staatsgrepen of grote aanslagen, het bijzondere van de huidige uitzonderingsmaatregelen is dat democratische landen ze hebben getroffen in vredestijd. Het ene land gaat verder in zijn reactie dan het andere, maar overal stelt de bestrijding van het coronavirus de democratie op de proef.

Misschien wel het grootste succes van de democratie was haar banaliteit: veel democratische verworvenheden waren zo gewoon en alledaags geworden dat we ze nauwelijks meer als voorrecht ervoeren. Zalig zijn de bevoorrechten, we hadden de luxe te vergeten dat we bevoorrecht zijn. Maar die luxe van onverschilligheid is voorbij: het insnoeren van onze vrijheid doet pijn, daardoor voelen we weer hoe belangrijk en kwetsbaar vrijheid is. Zo gaat dat vaak: we beseffen pas wat we hebben als we het verliezen.

De vraag is hoe de democratie uit deze beproeving gaat komen. Pakt ze straks gewoon de draad weer op alsof er niets is gebeurd of loopt ze blijvend schade op? Leggen de democraten het af tegen de despoten?

Op zichzelf is het gebruikelijk dat bij een overweldigende dreiging centrale overheden de macht naar zich toe trekken. Ook in democratieën. Bijvoorbeeld in de Tweede Wereldoorlog. ‘Hij had het karakter en de energie en de vaardigheden van de dictators en hij stond aan onze kant’, zei de Britse liberale filosoof Isaiah Berlin over de Amerikaanse president Roosevelt. Ook na ‘11 september’ en de aanslagen in Parijs eind 2015 breidden de Amerikaanse en Franse regering hun bevoegdheden sterk uit. Bescherming van burgers is immers een klassieke taak van de staat.

Ditmaal is het een levensgevaarlijk virus dat leidt tot versterking van de uitvoerende macht van regeringen. Hoewel dat gaat ten koste van de wetgevende macht van parlementen, gebeurt het met steun van de bevolkingen. Gezondheid boven vrijheid. Gezondheid boven economie. Gezondheid boven alles. Maar een gezonde democratie moet steeds blijven kijken of het doel de middelen rechtvaardigt.

Valkuilen genoeg in de coronacratie. Het uitroepen van de noodtoestand kan, maar als dat gebeurt voor onbepaalde tijd en zonder parlementaire controle, zoals Orbán doet in Hongarije, is dat gevaarlijk. Hij regeert per decreet en heeft het parlement uitgeschakeld. Elders wordt het werk van parlementen beperkt vanwege de noodzaak afstand te houden, wat de democratie eveneens kan uithollen als het te lang duurt.

Allerlei verkiezingen zijn geschrapt, maar ook als ze doorgaan, kan het verbod op campagnebijeenkomsten tot een ongelijke, oneerlijke strijd leiden: oppositiekandidaten, zoals in Amerika Trumps uitdager Joe Biden, hebben meer moeite aandacht te krijgen dan de zittende leiders. In Polen zijn de presidentsverkiezingen uitgesteld na beschuldigingen dat de conservatieve regering de crisis wilde gebruiken om ze te manipuleren.

Ten slotte moet voortdurend de vraag worden gesteld of maatregelen proportioneel zijn, of het middel niet erger is dan de kwaal. Zoals bij het gebruik van data uit mobiele telefoons om mensen in de gaten te houden, wat gebeurt in Israël en België.

De democratische leiders dragen een grote verantwoordelijkheid. Nu het moeilijker is te leven naar de letter van de democratie, is het des te belangrijker dat er gehandeld wordt naar de geest van de democratie. Dit is de democratische paradox van de coronatijd. Democratische regeringen moeten hun antenne voor de publieke opinie scherper afstellen dan ooit. Juist nu burgers weer de waarde van vrijheid beseffen, willen ze een regering die luistert, uitlegt, overtuigt, ze meeneemt in de besluitvorming en de lockdown versoepelt zodra dat redelijkerwijs kan. Anders worden ze ongedurig en zelfs opstandig.

Voor democratische leiders is het als dansen op een spekgladde evenwichtsbalk. Vaak wordt gezegd dat despoten het gemakkelijker hebben, maar de Chinese leider Xi Jinping hield zich aanvankelijk schuil en Poetin verstopte zich achter de rug van zijn premier. Bange dictators. Vergelijk dat met premier Rutte: hij moest in het begin ook besluiten nemen met de moed der wanhoop, maar bij elke stap legde hij verantwoording af aan het volk. Zie ook hoe in Azië democratieën als Taiwan en Zuid-Korea het beter deden dan China.

De liberale democratieën hebben vaak donkere tijden gekend, met vijanden van buitenaf en binnenuit. Steeds overwonnen zij die, al blijft er altijd genoeg te klagen. Niemand weet hoe het ditmaal gaat aflopen, maar: onderschat nooit de democratie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden