LezersbrievenZaterdag 9 januari 2020

Over twijfelaars, schrijnende vaccinatiegevallen, de Belastingdienst, braaf zijn en schooladviezen

De ingezonden lezersbrieven van zaterdag 9 januari.

Het Maasstad Ziekenhuis is gestart met de vaccinatie van de verpleegkundigen van de ic-afdeling met het coronavaccin. Beeld Arie Kievit / de Volkskrant
Het Maasstad Ziekenhuis is gestart met de vaccinatie van de verpleegkundigen van de ic-afdeling met het coronavaccin.Beeld Arie Kievit / de Volkskrant

Brief van de dag: schrijnende situaties door vaccinatiestrategie

Met het huidige vaccinatieschema ontstaan bij mensen met een medische indicatie pijnlijke situaties. Voorbeeld: ik ben 62 jaar, heb taaislijmziekte, een longfunctie van 45 procent en diabetes. Ik zit samen met mijn man al tien maanden in preventieve quarantaine. Ik behoor tot de doelgroep 60-75 jaar met én zonder medische indicatie met als vaccinatieperiode maart-­september.

Aangezien binnen de doelgroepen gevaccineerd wordt van oud naar jong, ben ik mogelijk pas in augustus aan de beurt voor de eerste prik. Een vriendin van 59, ook met taaislijmziekte, krijgt haar eerste vaccinatie misschien al in februari. Zij behoort namelijk tot de doelgroep 18-60 jaar mét medische indicatie, maar is in die doelgroep de oudste.

Zelfs mijn lotgenoten van 40 jaar met taaislijmziekte zouden best eens eerder aan de beurt kunnen zijn dan ik, evenals mijn gezonde zus van 66. Dit kan toch niet de bedoeling zijn?

Overigens ontstaan dezelfde schrijnende situaties bij de doelgroep van 75 jaar en ouder.

Ik ken en begrijp de onderbouwing van het huidige vaccinatieschema en de argumenten om bij iedereen van boven de 60 af te zien van voorrang bij een medische indicatie. Toch vind ik deze situatie onverteerbaar en lig ik al nachten wakker, malend over de komende tien maanden quarantaine.

Elly van EsEnkhuizen

Belastingdienst

Het OM stelt geen strafrechtelijk onderzoek in naar de Belastingdienst in de toeslagenaffaire. Ambtenaren zijn gelukkig geen misdadigers. Wat nu wel speelt, zijn de jaarlijkse beoordelingsgesprekken. Zijn die gevoerd met de bij de toeslagenaffaire betrokken ambtenaren en zijn zij getoetst op hun kennis, vaardigheden en attitude (houding en gedrag)? Is aandacht besteed aan de terugkerende klacht van de commissie dat informatie is achtergehouden en gemanipuleerd? Dat staatssecretarissen, ministers en Tweede Kamer niet of vaag zijn geïnformeerd over de bekend geworden misstanden? Is de vraag gesteld of ambtenaren hun morele dilemma’s – bij het zien van zo veel leed – op tafel konden leggen?

De commissie heeft het over de ‘gewetensfunctie’ van de Belastingdienst. Kan de directeur-generaal laten weten of die op basis van de beoordelingen nu op orde is? Tot slot: hebben de ministers Hoekstra (Financiën) en Koolmees (Sociale Zaken ) naar aanleiding van het rapport Ongekend onrecht hún beoordeling gegeven aan hun directeuren-generaal over hun competenties en bestuurlijke antenne, om te voorkomen dat de staatssecretaris en minister politieke schade oplopen?

Uiteraard is dit alles privacygevoelig, maar een algemene verantwoording over het interne leer- en verbeterproces zou wel bijdragen aan het vertrouwen van burgers in de overheid. Kortom: overheid, gooi de luiken open.

Henk Bruningpersoneelsadviseur, Amsterdam

Twijfelaars

Interessant artikel over de miljoenen mensen die er nog over twijfelen op welke partij ze in maart gaan stemmen. Wel schrok ik van de motivering van hun mogelijke keuze, en dan vooral van het feit dat velen het charisma van de partijleider zo laten prevaleren. Vooral bij de keuze voor de VVD lijkt dat een essentiële rol te spelen. Ik vind Mark Rutte ook een onwijs toffe peer, die het land op voortreffelijke wijze door deze crisis leidt. Alleen staan de ideeën van zijn partij meestal haaks op de mijne, zodat ik er nooit op zal stemmen.

Ik hoop van harte dat mijn landgenoten alleen voor de VVD kiezen als ze sympathie voelen voor graaiers, jagers en de tabaksindustrie, en van veel asfalt houden, maar de natuur, dierenwelzijn, het onderwijs en de zorg volstrekt onbelangrijk vinden. En niet omdat ze de partijleider zo jofel vinden, want dan worden die verkiezingen een lachertje.

Léon BlickmanVoorschoten

Schooladvies

Het is januari en het ritueel is vertrouwd: de uitnodigingen aan de ouders van groep 8 zijn op de post en de opinie­pagina’s vullen zich met stukken over de waarde van het schooladvies. Vaak worden er verstandige dingen geschreven, soms onverstandige en een enkele keer complete nonsens. Een hoogtepunt in het laatstgenoemde genre is de ‘Brief van de dag’ van 7 januari, met een pleidooi dat ouders voortaan mogen kiezen op welk niveau hun kind zal instromen in het voortgezet onderwijs.

Of het vmbo of gymnasium wordt, kunnen zij het beste zelf bepalen. Als voordelen noemt de briefschrijver dat de leerkracht van groep 8 onbevangen een advies kan geven, de kansenongelijkheid zal af­nemen en de werkdruk voor leraren zal afnemen. Op zijn vriendelijkst gezegd is dit een beetje onnadenkend.

Neemt de kansenongelijkheid af door de ouders het laatste woord te geven? Het tegendeel is het geval. De meeste ouders zullen waarschijnlijk inderdaad het advies van de leerkracht volgen. Maar een aanzienlijke groep, vooral te vinden in de welvaartsgordel tussen Wassenaar en Rozendaal, zal geen genoegen nemen met adviezen die niet passen bij hun eigen ambities en daarom kiezen voor een hoger schooltype. Zo wordt ongelijkheid niet verkleind maar juist vergroot.

Wordt de werkdruk voor de leraren dan in ieder geval lichter? Was het maar waar. Het verkleinen van de kansenongelijkheid is een belangrijke opdracht voor het onderwijs. Van leerkrachten mag worden verwacht dat zij kunnen omgaan met verschillen en zo het beste uit elke leerling halen. Als de verschillen te groot zijn, wordt dezelfde opdracht een ondraaglijke last. Op hun nek gezeten door ouders en schoolleiding – aan het kind kan het niet liggen, dat heeft immers een hoog advies – staan zij voor een onmogelijke taak. Dat de werkdruk hierdoor juist wordt verzwaard, hoeft verder geen betoog.

Ten slotte nog een groep die in dit verband ten onrechte niet wordt genoemd: die van de leerlingen. Zij die reële kansen krijgen en gesteund worden door realistische en betrokken ouders, zullen deze kansen grijpen en later terugzien op een mooie schooltijd. Leerlingen die dag in, dag uit moeten voldoen aan ­onrealistische verwachtingen van hun ouders, zullen gefrustreerd raken en misschien zelfs tussentijds afhaken.

Dat wil geenszins zeggen dat wij het onderwijs maar moeten laten zoals het nu is. Doorlopende leerroutes, uitstel van keuze en het aanbieden van vakken op verschillende niveaus zullen een ­positieve invloed hebben op de kansrijkheid voor alle leerlingen. Ook de betrokkenheid van ouders is essentieel: niet als consumenten maar als educatieve partners van de school.

Johan Veenstraoud-schoolleider, Hilversum

Voor het leven

De laatste maanden worden middelbare scholieren doodgegooid met opmerkingen over een in coronatijd opgelopen leerachterstand. Daarmee doen we ze ­tekort. Wat wordt vergeten, is dat veel jonge mensen belangrijke levenservaringen hebben opgedaan. Ze hebben ­ervaren dat de maakbaarheid van het leven grote beperkingen kent, dat dingen nalaten of juist doen het welzijn van een ander kan beschermen, dat het leven kwetsbaar is.

Wij merken dat scholieren onnodig gebukt kunnen gaan onder een ongetwijfeld goedbedoelde overdaad aan ­opmerkingen over hun zogenaamde leerachterstand, in de media of op school. Laten we voortaan dus drie keer nadenken voordat we dit woord gebruiken. Het curriculum waaraan we die leerachterstand afmeten is niet heilig. Laten we liever benoemen wat jonge mensen in deze tijd wel leren en hen aanmoedigen die lessen uit te diepen.

We leren niet voor de school, maar voor het leven. Als wij zien hoe scholieren dit steeds weer oppakken, dan denken wij: summa cum laude geslaagd.

Johanna Wentholt, Groningen en Annelies den Haan, Siegerswoude

Braaf

Al sinds het begin van de coronapandemie valt het me op dat ik dikwijls lees ‘dat de meeste mensen braaf de maat­regelen volgen’. Dat zie ik in de Volkskrant, maar ik lees het ook op sociale media en hoor het mensen zeggen in mijn omgeving. Hoezo braaf? Braaf roept bij mij associaties op met suf, ­passief, slaafs, gedachtenloos, ‘het ­braafste kind van de klas’. Gebruik van het woord braaf nodigt uit tot ­rebellie, openlijk of door middel van stil verzet. Want wie wil er nou braaf zijn?

Volgens mij is het geen goede gewoonte om ‘braaf’ te gebruiken in de context van de coronamaatregelen. De maatregelen zijn een product van diepgaande overleggen tussen mensen die ervoor hebben doorgeleerd, en politieke keuzes van democratisch gekozen politici. Je houden aan de maatregelen is daarmee sociaal gedrag, het is je verantwoordelijkheid nemen (ook al heb je niet om de pandemie gevraagd), het is betrokken burgerschap.

Hoe zou het zijn ‘braaf’ weg te laten? Dan staat er ‘de meeste mensen volgen de maatregelen’ en ‘de meerderheid van de burgers bleef thuis’. Niks braafs aan!

Marian TimmermansVenray

Paarse olifant

Een verpleeghuis kan nog niet inenten , omdat op het toestemmingsformulier het exacte ­vaccin moet worden vermeld en men nog niet weet welk het wordt. Is het niet mogelijk om met één formulier toestemming voor meerdere vaccins te vragen? Of om meerdere formu­lieren op te sturen, een voor elk vaccin?

Ik blijf me erover verbazen hoe de ­bureaucratie het steeds weer lijkt te winnen van het boerenverstand. Er lopen daar nog veel paarse olifanten rond.

Jurgen GeerlingsSuzhou (China)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden