Opinie Europese Verkiezingen

Over in of uit Europa gaat uw stem voor de Europese Verkiezingen helemaal niet

Waar stemmen we donderdag precies voor? Vijf misverstanden over het Europees Parlement.

Europese ‘Spitzenkandidat’ Frans Timmermans (PvdA) danst tijdens de campagne voor de Europese verkiezingen in Ierland. Beeld REUTERS

1. Deze verkiezingen gaan over vóór of tégen Europa. 

Verkiezingen voor het Europees Parlement (EP) gaan− of zouden in elk geval moeten gaan− over kwesties waarvoor het EP bevoegd is en over de politieke tegenstellingen die daar relevant zijn. Een terrein waarop het EP bij uitstek niet bevoegd is, is de overdracht van nationale bevoegdheden naar Europees niveau. Daarover beslissen de lidstaten via verdragswijzigingen: een taak voor de nationale parlementen. Wat een Europees issue lijkt, is dus een nationaal vraagstuk. De tegenstelling vóór of tegen Europa (afgezien van de retoriek) speelt in het stemgedrag van de EP-leden nauwelijks een rol. Dat wordt vanouds bepaald door de tegenstelling links-rechts, wat weer verklaarbaar is omdat de bevoegdheden van de EU grotendeels liggen op sociaal-economisch terrein.

2. Het Europees Parlement heeft geen wezenlijke rol. 

De EU kent inderdaad geen parlementair stelsel zoals de meeste lidstaten. De Europese Commissie is geen regering, direct gebaseerd op de politieke verhoudingen in het Europees Parlement. Toch beschouwen deskundigen het EP vaak als één van de machtigste parlementen ter wereld. In het institutionele evenwicht tussen de Raad van Ministers (belangen van nationale staten), de Europese Commissie (het belang van de EU) en het Europees Parlement (het belang van de Europese burger) neemt de laatste een essentiële rol in. Meestal nemen de Raad en het EP samen een besluit. Het EP heeft aldus niet alleen al veel tegengehouden, maar juist ook meegewerkt aan betere oplossingen. Zelfs op terreinen waar het EP alleen mag adviesrecht heeft – zoals bij buitenlands beleid – is het één van de actiefste parlementen ter wereld. Juist omdat het EP geen politieke relatie heeft met de Europese Commissie, kan het makkelijker oppositie voeren dan menig nationaal parlement.

3. Europa kan nooit een democratie zijn: er is geen Europees volk. 

 Vaak, neem Frankrijk, was er eerst sprake van staatsvorming en ontwikkelde zich geleidelijk een nationale identiteit. Democratie veronderstelt een ‘demos’, maar het is vooral een in de Duitse literatuur verankerde gedachte dat demos (Volk), gemeenschap en natie ongeveer dezelfde begrippen zijn. In die lijn is een Europese democratie voorlopig onmogelijk. Maar het Europees burgerschap zoals neergelegd in het EU-verdrag en uitgewerkt door het Europees Hof van Justitie, gaat uit van een andere interpretatie van ‘demos’. Die lijkt meer op wat Francis Fukuyama een creedal identity noemt, een identiteit gebaseerd op gemeenschappelijke waarden van democratie en rechtsstaat. Juist daarom is de ontwikkeling in Hongarije en Polen gevaarlijk voor de ontwikkeling van de Europese democratie. Fukuyama gaat nog verder: op het niveau van de nationale staat met zijn multiculturele bevolkingssamenstelling is een creedal identity inmiddels nog de enige stabiele basis voor de democratie. De Europese democratie kan hier dus als voorbeeld dienen.

4. Met de zogenoemde ‘Spitzenkandidaten’ worden de verkiezingen persoonlijker en politieker. 

De term ‘Spitzenkandidaten’ wordt gebruikt voor personen die door de Europese partijen naar voren zijn geschoven als mogelijke kandidaten voor het voorzitterschap van de Europese Commissie. Op die manier zou de burger invloed krijgen op het hoogste uitvoerende ambt in de EU. Maar dat de invoering van de Spitzenkandidaten tot politisering leidt, is grotendeels schijn. De ‘gekozen’ voorzitter van de Europese Commissie stelt immers geen Commissie samen van politieke geestverwanten, maar is afhankelijk van de voordrachten van de lidstaten. Die voordrachten zijn ­afhankelijk van nationale, niet Europese, politieke krachtsverhoudingen. Bij de kiezers leidt het optreden van de Spitzenkandidaten nauwelijks tot politisering. Het lukte de Spitzenkandidaten ook bij de vorige verkiezingen niet om duidelijk te maken wat de verschillen zijn tussen hun politieke groeperingen. Kiezers zagen de drie grote groeperingen als één pot nat: als pro-Europees establishment.

5. Europa is een machtsspel tussen de grote lidstaten, de invloed van Nederland is te verwaarlozen. 

Dat is onjuist. Nederland presenteert zich al langere tijd als een middelgrote lidstaat. Mede door de lange staat van dienst van Mark Rutte wordt Nederland inmiddels serieus genomen op de meeste dossiers. Daarnaast zit het stemsysteem in Europa zo in ­elkaar dat de grote lidstaten niet zonder de kleine kunnen. Besluiten worden meestal genomen als minstens 55 procent van de leden van de Raad (minimaal vijftien lidstaten), die tenminste 65 procent van de bevolking van de Unie vertegenwoordigen, het ermee eens is. Politici als Balkenende, Rutte, Timmermans en Dijsselbloem waren essentieel bij besluiten over strengere begrotingsregels en een werkbaarder migratiebeleid. Nederlandse Europarlementariërs speelden cruciale rollen bij dossiers rondom de rechtsstaat, privacy, internationale handel, milieu en arbeidsvraagstukken. Twee partijen in het EP hebben voor Nederlanders (Timmermans en Eickhout) gekozen als hun Spitzenkandidaat, waaruit vertrouwen spreekt voor wat ook als de ­Nederlandse aanpak kan worden ­gezien.

Jacques Thomassen en Ramses Wessel zijn resp. (em.) politicoloog en jurist bij Universiteit Twente.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden