Column Erdal Balci

Over honderd jaar in Utrecht: ‘Straks belt iemand de cultuur- en religiepolitie’

De kinderen die in een achterkamertje van een schoenenzaak een keer in de week in het geheim les krijgen weten de naam van hun meester niet. Meester haalt diep adem. Hij weet dat de hartjes van de kinderen straks na wat hij gaat zeggen sneller zullen kloppen en kijkt blij uit zijn groene ogen met de spikkeltjes erin.

‘De mens heeft op het punt gestaan om naar Mars te gaan. En de foto’s van de maanlanding zijn niet nep’, brengt hij opgewonden uit. Je kunt een speld horen vallen in de kamer, in het jaar 2118, ergens in Utrecht.

Er valt geen speld op de grond, maar na een poosje hoor je een van de meisjes met haar diadeem spelen. Het ding is van Nederlandse makelij, met alle trots geproduceerd in Alkmaar. De loensende jongen die naast het meisje zit steekt zijn vinger op en vraagt: ‘Wanneer is het allemaal begonnen, meester, het obscurantisme, zoals u het altijd noemt…’

‘Het is een lang verhaal’, zucht de meester, ‘maar ik hou wel altijd de droge zomer van 2018 aan, precies honderd jaar geleden dus. Onder de warme zon van toen vonden de aanhangers van de verschillende religies elkaar in hun gebeden voor de regen. De Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken sprak in diezelfde dagen over de belemmeringen van een multi-etnische samenleving.

Pal tegenover hem stonden de mensen die meer van hun cultuur houden dan van de mens als individu. Die grepen de racistische uitspraken van de minister aan om de positie van de religies, de taboes en de tradities in veiligheid te brengen. Het gewone volk was moe, lieve kinderen, de mensen waren uitgeput door de overvloed aan nieuwe technologie en informatie die op hen afkwam. Ze hebben op de rem getrapt.’

In de clandestiene schoenwinkel ruikt het naar het leer uit Brabant en schoensmeer uit Overijssel. Buiten huilt een zwerfhond om eten. Het is donker en uitgestorven in de straten.

De mensen die niet meer dezelfde kritische vragen willen stellen zoals hun voorouders hebben gedaan, worden al een eeuw op hun wenken bediend. De molens en de stampers worden het graan toegeworpen. Het witte meel dat eruit komt stilt de honger, de gedachte aan het paradijs en de ziel in de 22ste eeuw.

‘Ja, maar meester, de voorbeelden die u geeft zijn zo nietig. Er moet toch meer aan de hand zijn geweest voor een dergelijke regimeverandering ’, protesteert de leerlinge met een neus als die van de mensen op de Aardappeleters van Van Gogh.

De dunne man: ‘Je moet wel iets zachter praten, lieve meid. Jullie ouders nemen al een enorm risico door jullie naar mijn lessen te sturen. Straks hoort iemand ons en belt de cultuur- en religiepolitie.

Om op je vraag terug te komen; de werkende klasse in het Westen was te onzeker geworden in een economie die dreef op wetenschap, innovatie en kennis. Ze wilden de industrie terug. Als geduldige spinnen hebben ze op de leiders gewacht die dat mogelijk konden maken. De massa wilde het voor het zeggen hebben zonder zich in een avontuur van emancipatie te moeten storten. Die leiders kwamen snel en overal. In Amerika, in Oost-Europa en wat later ook hier.’

Dan vallen de man en zijn vijf leerlingen opeens stil omdat voor de deur van de schoenenzaak het getik van de voetstappen van een klompendrager te horen is. Komt een nostalgiewachter aanbellen? Gelukkig horen ze het geluid van de klompen even later wegsterven in de nacht van Utrecht. Nu gaat de les in het jaar 2118 verder in gefluister.

‘Komt er dan nooit een einde aan de hunkering naar nog meer simpelheid en doorsnee, meester, wanneer houdt dit op?’ vraagt het meisje dat nog steeds geen controle heeft over haar bibberende knieën, en tegelijkertijd de hoofddoek uit haar tas haalt omdat ze weet dat de les het einde nadert en zij dus weer naar buiten moet.

De meester staat op het punt om in huilen uit te barsten, maar hij weet zich te beheersen. Hij klinkt als de zwerfhond die buiten nog steeds om eten bedelt: ‘De obscurantisten hebben de dierbaarste wonderen van de mensheid vermoord, lieve kinderen. We hebben voorouders gehad met gelukzalige geesten. Maar vergeet niet dat ieder licht in jullie mooie ogen als een pijl is op hun vijandigheid voor het individu en voor de verlichting die de mens uiteindelijk wil doormaken. Ze zullen een keer sterven aan jullie blikken.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.