Lezersbrieven

Over het WK in Qatar, versplintering, stemwijzers, golven en een kantoorverbod

De ingezonden lezersbrieven van zaterdag 27 februari.

Bouwers aan het werk in Qatar. Beeld Reuters
Bouwers aan het werk in Qatar.Beeld Reuters

Brief van de dag

Het WK voetbal van 2022 wordt ondanks de nodige ethische bezwaren in Qatar ­gespeeld. Dat de bobo’s van de FIFA geen problemen hebben met slavernij, duizenden dode bouwvakkers en homovervolging zal weinigen verbazen. Opvallender is dat de nationale bonden en sponsors uit liberale, westerse landen stuk voor stuk geen reden zien om in 2022 niet mee te doen.

Ook de Oranjespelers, normaal gesproken niet bang zich uit te spreken over prangende maatschappelijke kwesties (neem het anti-racismestatement van vorig jaar november), blijven angstvallig stil. Toen Johan Derksen in het programma Veronica Inside een twijfelachtige grap maakte, was de hele voetballerij, sponsors incluis, er als de kippen bij het programma te boycotten. Maar nu blijkt dat voor de bouw van stadions en een speciaal WK-vliegveld zeker 6.500 bouwvakkers het loodje hebben gelegd, hoor je niemand. Het WK 2022 is als een toneelstuk waarvan alle acteurs weten dat het van geen kant deugt. Toch is er niemand die zich tegen de grote, boze ­regisseur durft uit te spreken, uit angst zijn carrière door de wc te spoelen.

Dus kreeg ik een idee. Als geen van de hoofdrolspelers bereid is zijn verantwoordelijkheid te nemen, waarom nemen we dan als toeschouwers niet zelf het heft in handen? Als voorbeeld neem ik mijzelf: ik ben groot voetbalfan, maar kan niet prettig voor de televisie zitten wetende dat er voor mijn vermaak zwaar onderbetaalde gastarbeiders (‘moderne slaven’) hebben moeten sterven. Daarom zal ik geen wedstrijden kijken, niet juichen als Nederland de finale haalt, en ook een eventuele huldiging laat ik passeren. Met andere woorden: als de KNVB en haar sponsors het niet doen, dan boycot ik het WK zelf wel.

Ik ben me ervan bewust dat er bij de FIFA niemand wakker zal liggen van mijn besluit. Als eenling zal ik geen enkel verschil maken. Daarom doe ik met deze ingezonden brief een oproep: doe mee, en boycot het WK! Als wij, lezers van de Volkskrant, massaal niet kijken, geven we een signaal af aan de rest van Nederland. Onder de hashtag #imnotwatching kunnen we Europa veroveren, en als Europa eenmaal om is, zal de rest van de wereld snel volgen.

De andere optie? Doen alsof je neus bloedt, en in november 2022 ‘gewoon’ weer voor de buis zitten om te genieten van het bloederigste volksvermaak sinds de gladiatorengevechten in het oude Rome. De keuze is aan ons, aan u. Hoeveel mensenlevens is een maandje amusement u waard?

Samme Kors, Amsterdam

Golven

Net als corona zelf verloopt de publieke discussie in golven. 24/7 op de radio en avondvullend in de actualiteitenrubrieken en praatprogramma’s. Met grote verontwaardiging bestormen lobbyisten en opiniemakers de media, de ­regering stribbelt tegen, maar geeft zich uiteindelijk gewonnen.

Zo ging het met de ic-capaciteit, de beschermingsmiddelen, testen-testen-testen, de mondkapjes en de vaccinatiestrategie. De discussie over de avondklok loopt met een sisser af, maar niet getreurd, we bijten ons nu vast in de opening van de terrassen. Met voorspelbare uitkomst.

Ik wacht met spanning af of het dreinen van de lobbyisten en boze onder­nemers niet door een grote golf van het virus zelf wordt ingehaald.

Paul Vlaar, Arnhem

Dierentuinen

De Tweede Kamer wil snel terrassen heropenen en Bert Wagendorp stelt ­terecht in zijn column dat het op een terras veiliger is dan in een supermarkt. Bij deze wil ik dan ook een lans breken voor het heropenen van de dierentuinen. Het zijn, in tegenstelling tot stadsparken, parken waarvoor je toegang moet betalen, dus reguleerbaar, ook dáár zijn terrassen, bijna alles is in de open lucht en ruimte zat.

Hans van Noord, Utrecht

Rokjesdag

Wat heb je nu aan rokjesdag als je niet op een terras kan zitten?

Jan de Jager, Rijswijk

Versplintering

Als bevrijdingskind leerde ik in mijn jeugd dat je spaarzaam met je spullen moest omgaan. Alles wat nog bruikbaar, ‘goed’, was moest je koesteren, niet wegdoen. Zo verzamelde mijn vader, als een Piet Hein Eek avant la lettre, een zolder vol met stukken hout, ­allemaal nog ‘goed’ en in velerlei combinaties aanwendbaar, en pas toe aan versplintering tot kachelhout als het echt niet meer bruikbaar was.

In het politieke krachtenveld van nu is versplintering ‘goed’ geworden: 37 partijen op de kieslijst en velen van ons die daaruit geen passende keuze kunnen maken: veel is maar net iets anders dan bij een andere partij. Toch: zelfs nu maken partijen die eerst leken elkaars ‘broeders’ te zijn zich op voor een onderlinge strijd. Niet wat hen verbindt maar wat hen scheidt lijkt belangrijk. Wat ‘goed’ en bruikbaar is voor samenwerking wordt niet gewaardeerd, versplintering is het gevolg.

En dat terwijl in feite voor alle politieke partijen hetzelfde doel centraal staat: prettige leefomstandigheden mogelijk maken voor de Nederlander. Dat bereik je, dacht ik in mijn eenvoud, toch veel gemakkelijker door te zoeken naar waarover je het met elkaar eens bent dan te benadrukken waarover je van elkaar verschilt?

Hoezo een van de gelukkigste landen ter wereld? Laat me niet lachen! Geluk heb je niet voor jezelf maar met elkaar. En er zijn er, kijk maar eens om je heen, nog genoeg die op een beetje geluk wachten. Daar helpen zelfhulpboeken niet bij, daar is een mensgericht beleid voor nodig. Dus: zoek naar verbinding in plaats van naar diversiteit en versplintering, omwille van ons aller geluk.

Vic Wendel, Roosendaal

Stemwijzers

Ik heb er inmiddels vier stemwijzers op zitten. Met vier keer een andere uitslag, variërend van de PvdA tot Henk Krol en de ChristenUnie. Maar wat mij vooral opvalt is de eendimensionaliteit van de gestelde vragen en de ‘regeneratie’ van vraagstukken. Zoals het leenstelsel, de kwaliteit van het onderwijs, het aantal migranten, de woningmarkt, kernenergie.

Ben ik de enige die zich afvraagt waarom die vraagstukken – alle met een looptijd van zo’n 20 jaar – door al die politici niet allang hadden kunnen worden opgelost? Namelijk door minder te ouwehoeren vanuit hun eigen ego’s maar door in oplossingen te denken en te handelen?

Mijn geloof in de maakbaarheid van de samenleving is dan ook een stuk minder geworden. En het idee dat mijn stem dit keer een stukje van de leegte kan opvullen echoot inmiddels tussen de oneliners.

Jaap van Velzen, Vlissingen

Personalisering politiek

Fijn dat Mariëlle Tweebeeke en Jeroen Wollaars van Nieuwsuur nog wel interviews houden met politici waarin de ­inhoud van partijprogramma’s en politieke standpunten centraal staan. De personalisering of privatisering van de politiek wint namelijk steeds meer aan gewicht. Zie Tijd voor Max, Ingelijst van Ruud de Wild of de ­interviews van Emma Wortelboer bij De Vooravond, waarin het bijna verboden is voor partijleiders om over hun politieke ideeën te praten.

Is het nu echt van belang of Wopke Hoekstra van schaatsen houdt (of het nu buiten of binnen is)? Is de mening van Thierry Baudet over Nederlandse koffie nu echt relevant? Het private leven en de persoonlijke interesses van politici zouden niet moeten meewegen in de stemoverwegingen van de kiezers. Er is echter bijna geen ontkomen meer aan. Kunnen we alstublieft weer terug naar de inhoud?

Jelmer van Aert, Rijsbergen

Autoverkoper

Politici maken graag de vergelijking met een tweedehands autoverkoper om iemands onbetrouwbaarheid aan te duiden. Deze keer was het CDA-euro­parlementariër Esther de Lange die de autoverkoper van stal haalde om AstraZeneca af te serveren.

Ik heb jarenlang auto’s verkocht en ben nog steeds betrokken bij autobedrijven. Het beeld van autoverkoper als een linkmiegel klopt niet, weet ik uit ervaring. Het is tijd voor een nieuwe metafoor. Onbetrouwbare personen kunnen we voortaan beter aanduiden met ‘politicus’. Met de toeslagenaffaire als voorbeeld.

Paul de Klein, Houten

Kantoorverbod

In de discussie over de versoepeling van de coronamaatregelen mis ik een instrument dat zeer effectief zou kunnen zijn: een kantoorverbod. Het blijkt dat, in tegenstelling tot tijdens de eerste lockdown, er steeds meer mensen op kantoor werken. Een verbod op werken op kantoor, tenzij het echt niet anders kan, zou een krachtig instrument zijn. Daarmee zouden bijvoorbeeld administratieve medewerkers, it’ers en helpdeskmedewerkers volledig thuis kunnen blijven. En nee, ‘beter voor het teamgevoel’ is dus geen reden voor werkgevers om werknemers toch naar kantoor te laten komen.

Deze maatregel zou even streng moeten worden gehandhaafd als nu de sluiting van de horeca, met fikse boetes voor werkgevers, naar rato van de jaarwinst. Daarmee zou de avondklok kunnen verdwijnen en zouden winkels, sportscholen en horeca misschien weer kunnen worden geopend.

Een solide inhoudelijke discussie hierover zou op zijn minst wenselijk zijn. Op het gebied van thuiswerken is het nu veel te stil in de politiek.

Rem Blankenburgh, Leiden

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden