Opinie Martin Sommer

Over gele hesjes, de onderwijsmythe en de realiteit van sociale daling

Het bezoek aan premier Rutte heeft de gele hesjes geen goed gedaan. Ze hebben geen programma, geen leiders en geen woorden, en weigerden ook nog eens de minister-president een hand te geven. De laatste die ze serieus neemt is Kim Putters van het SCP die waarschuwde ‘dat er veel gele hesjes aan de kapstok hangen’. Dat denk ik ook. In Frankrijk heeft Macron het ongenoegen nog altijd niet onder controle, de Brexit is de Britse variant en als voertuig van ontevredenheid is Forum voor Democratie hier de grootste partij geworden. Rancune is misschien geen mooie eigenschap, maar je kunt je er maar beter in verdiepen.

De onvrede in Nederland wordt vaak vertaald in de scheidslijn tussen hoger- en lageropgeleiden. Een van de hesjesdragers zei van de week dat je er zonder papiertje in dit land niet aan te pas komt. Dat is waar en tegelijkertijd blijft de droom van de sociale stijging via het onderwijs recht overeind. Als lageropgeleiden nu maar hogeropgeleiden zouden worden, dan komt alles alsnog goed. Een dubbeltje kan hier nog altijd een kwartje worden, is het idee, het actiefst uitgedragen door D66 met de kreet ‘onderwijs, onderwijs, onderwijs’.

Dat onderwijs het voertuig zou zijn van sociale stijging is een vrome leugen, schreef Martin Wolf vorige week in de Financial Times in een opzienbarende column. Voor de mensen onderop is de sociale ladder weggehaald. Sterker, de werkelijkheid van vandaag is sociale daling, niet sociale stijging. Uiteindelijk wordt die daling in de onderste regionen uitgedrukt in de onzekerheid van tijdelijke baantjes, ploegendiensten, nulurencontracten en levenslang zzp’eren. Donderdag berichtte de krant over het CBS-rapport waarin staat hoe goed Nederland het doet op allerlei gebied. Eén van de lijstjes liet zien dat we ook aan de top staan van flexibele arbeid, waarbij je je kunt afvragen of dat zo’n zegen is.

De bron van Martin Wolf is John Goldthorpe, een Britse specialist in sociale mobiliteit. De aandacht voor onderwijs verbergt de realiteit van klasse, zei hij in een lezing. Nu zijn klassenverhoudingen in Groot-Brittannië hardnekkiger dan hier, maar de tendens is in Nederland niet anders. Voor de verschillen in klassen zijn beroepen beslissend, en niet opleiding, aldus Goldthorpe. Bovenaan de ladder bevinden zich de hogere kaders, managers en vrije beroepen, goed betaald, met stabiele vooruitzichten en promotiekansen tot boven je 50ste. Precies het tegenovergestelde van de kleine baantjes onderop dus.

Het zijn mooie functies die iedereen wil hebben, en daar zit dan ook de hypocrisie, schrijft Martin Wolf. Iedereen is voorstander van sociale stijging. Maar nog meer zal iedere ouder zijn uiterste best doen voor zijn eigen kinderen. Als de spoeling dunner wordt dan is het eigen kinderen eerst. De mythe van de sociale stijging wil dat ‘alle bootjes met het tij mee omhoog bewegen’. Dat verbetering dus voor iedereen is weggelegd en dat onderwijs het voertuig is. Denk aan de Lissabon-agenda van de EU, waarvan het streven was dat alle lidstaten in 2010 voor de helft uit hogeropgeleiden zouden bestaan, met de bijbehorende sociale vooruitgang.

Premier Mark Rutte ontvangt een delegatie van de protestbeweging 'Gele Hesjes Nederland' in zijn werkkamer in het Torentje. Beeld ANP

Omgedraaide piramide

Achteraf beschouwd een luchtkasteel. Goldthorpe legde uit hoe dat idee in de wereld is gekomen. In de naoorlogse jaren was de samenleving een piramide, met een brede basis en een smalle spits. Door de opkomende diensteneconomie kwam er meer ruimte aan de top, voor managers, kaders en vrije beroepen. Diploma’s speelden geen rol, aangezien velen van hen helemaal geen onderwijs hadden genoten. Eenmaal boven bleven ze met betrekkelijk gemak zitten, en gingen ze vanzelfsprekend hun best doen om hun kinderen op hetzelfde niveau een toekomst te bieden.

De glorietijd van de sociale stijging, ‘the golden years’ in Engeland, ‘les trente glorieuses’ in Frankrijk, duurde tot halverwege de jaren zeventig. Toen keerde het tij, maar de gedachte bleef dat de stijging altijd door zou gaan en dat onderwijs de beslissende factor was. Terwijl, zo laat Goldthorpe zien, de invloed van onderwijs hooguit marginaal te noemen is. Halverwege de jaren zeventig was het feest voorbij. Sindsdien is de piramide gaandeweg omgedraaid. Bovenin is het heel druk geworden, zo druk dat de kans op sociale daling groter is geworden dan die op sociale stijging.

Onderin bevinden zich weliswaar minder mensen dan voorheen, maar die kunnen vanwege de drukte en de concurrentie niet meer omhoog. We weten natuurlijk dat mensen met een stevig sociaal kapitaal meer kansen hebben. In Frankrijk wil de president de eliteschool ENA opdoeken, omdat een plaats daar ongeveer erfelijk is geworden. In Engeland hebben kinderen van goede komaf 80 procent meer kans om in een kaderfunctie te komen dan kinderen uit de arbeidersklasse. In Nederland zal het wellicht vanwege onze burgerlijke geschiedenis iets beter zijn, maar niet veel.

Waar politici liever niet over praten, is dat de kans op sociale mobiliteit omlaag tegenwoordig groter is dan omhoog. Daar worden mensen chagrijnig van. Ook uit het CBS-onderzoek van donderdag bleek weer dat de grootste angst van ouders is dat hun kinderen het slechter krijgen dan zij. De vraag is dan natuurlijk waarom de mythe van de sociale stijging dankzij het onderwijs zo hardnekkig is. Mijn water zegt me dat het de optelsom is van de sociaal-democratische maakbaarheidsdroom en de liberale droom van de eigen verdienste. Het ontbreekt de gele hesjes weliswaar aan woorden, maar dat hierop een heleboel valt af te dingen, voelen zij haarfijn aan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.