VerslaggeverscolumnMargriet Oostveen in Eindhoven

Over de leescrisis en waarom mijn leraar Nederlands geen schoolboek gebruikte

Voordat Wim Daniëls een berg laagdrempelige taalboeken en romans zou schrijven, en het Groot Dictee der Nederlandse Taal, was hij vier jaar leraar. Twee van die vier jaar was hij mijn leraar Nederlands, in Eindhoven.

Daarom wil ik het met hem wel eens over de crisis in het leesonderwijs hebben: Nederlandse kinderen hebben de minste zin in lezen ter wereld en een kwart van de 15-jarigen is hier nu laaggeletterd, zoals we de laatste weken overal kunnen lezen – althans wie nog lezen kán, in een land met 1,3 miljoen laaggeletterden.

Wim Daniëls was een goede leraar. Mijn twee jaren in zijn klas begonnen met een dikke onvoldoende voor het schrijven van een sollicitatiebrief, omdat ik alle regeltjes voor zo’n brief stom vond. Maar ze eindigden met een 10 voor mijn mondeling havo-literatuurexamen. Mede door hem ging ik een paar jaar later Nederlands studeren aan de Universiteit van Amsterdam, de studie die nu dreigt uit te sterven bij gebrek aan belangstelling.

Wim Daniëls

De neerlandici hebben hun graf zelf vakkundig gegraven: het vak Nederlands op de middelbare school lijdt al jaren onder een aan marteling grenzende droogstoppelmethode over ‘tekststructuren’ en ‘leesstrategieën’. En nergens een fijn verhaal in zicht. Natúúrlijk wil dan niemand verder.

Als mijn dochter van 16 nu zuchtend haar verschrikkelijke lesboek met de misdadige titel Ta!ent laat zien, begin ik nog net niet te schreeuwen van teleurstelling – soms gewoon ook wel. Arjen Lubach heeft dat vorige week op tv allemaal uitstekend samengevat in zijn tirade over ‘signaalwoorden’ in het leesonderwijs.

Het is bijna niet meer voor te stellen, maar ‘meneer Daniëls’ gebruikte in onze les destijds helemaal geen schoolboek. ‘Het was een vrijgevochten school, de sectie Nederlands deed het liever allemaal zelf.’ In zijn geval kwam dat vooral neer op plezier doorgeven, en per kind bekijken wat het nodig had. Toen een zwaar stotterende jongen een spreekbeurt hield, heeft hij hem alles laten uitschrijven. Dat hebben ze toen samen woord voor woord uit hun hoofd geleerd en unisono voorgedragen, leraar en leerling. Hij stotterde niet één keer.

Signaalwoorden uit taalmethode Ta!ent

Wim Daniëls is de zoon van een fabrieksarbeider en een dienstmeisje uit Aarle-Rixtel, thuis waren er geen boeken. En toen hij ze later toch in handen kreeg, zeiden zijn ouders: ‘Ons Wim leest zijn verstand nog eens kapot.’ Dat lezen zo goed voor je zou zijn, ‘die opvatting is nou ook weer niet van álle tijden’.

Maar waar ging het mis met het vak Nederlands? ‘Dat hebben we te danken aan Antoine Braet’, zegt Wim, ‘die heeft dat er echt doorgedrukt.’ Hoogleraar Braet bedacht vanaf de jaren zeventig de basisstructuur voor het huidige taalonderwijs. Hij begon als eerste over alinea’s en alineafuncties en bedacht de term ‘signaalwoorden’. ‘Op zichzelf niet verkeerd, als je taal onderwijst moet je wèl houvast geven.’

Toen ik zo’n tien jaar na Braets grondwerk tijdens mijn studie Nederlands nog moderne letterkunde koos, zag je de eerste studenten voor de nieuwe specialisatie taalbeheersing kiezen. Die was nu in handen van de hoogleraren Rob Grootendorst en Frans van Eemeren, met hun argumentatieleer en drogredenen. ‘Die zijn toen vervlochten met het grondwerk van Braet, en samen heeft het de schoolboeken compleet overgenomen.’

Wij van letterkunde zaten in morsige truien het postmodernisme door te zagen. De studenten taalbeheersing waren anders, met hun studieschema’s met kleurtjes. Hielden van een duidelijke vraagstelling, en resultaten. Mensen die het vak Nederlands te gronde hebben gericht.

Wim Daniëls heeft later trouwens óók schoolmethodes vol taalbeheersing geschreven, zoals Taallijnen. ‘Kinderen moesten nu worden voorbereid op eindexamens vol tekststructuur en functievragen. Je bent wel verkeerd bezig als je dan blijft zeggen: ik blijf lekker mijn leuke ding doen.’

Zijn taalmethode Taallijnen

Maar hij zou nooit met die verschrikkelijke, ‘maar belangrijke’ regels begínnen, zegt hij: ‘Taalbeschouwing gaat vóór taalbeheersing. Kinderen moeten eerst de kans krijgen van taal te genieten.’ Léuke boeken lezen. Taalspelletjes spelen. Anders kweek je taalhaat.

Wat de literatuur betreft ‘blijft men intussen zoekende’, terwijl de aandacht van jongeren almaar verder versnippert. Wim is ervan overtuigd dat boeken die een lezer van een bekende naar een nieuwe ervaring helpen meer leeshonger kweken. Hij stopte zo snel als docent omdat hij dat soort boeken wilde schrijven.

Uiteindelijk gaat het allemaal om kinderen een goed gevoel te geven, zegt hij: ‘Ze moeten voelen: ik kom hier verder.’

Ja, breng zo snel mogelijk plezier terug in de les. Stop de taalhaat!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden