OpinieADHD

Over adhd moeten we een open debat voeren

Biologische factoren moeten niet bepalend zijn bij adhd-diagnose. Het gaat immers om maatwerk.

Demonstratie kinderen met ADHD op het Plein in Den Haag (2006). Beeld ANP

Vrouw zijn is een hersenziekte. Het gemiddelde hersenvolume van vrouwen is ongeveer 10 procent kleiner dan dat van mannen, waardoor we definitief van een hersenziekte kunnen spreken.

Zo’n tekst zal de krant niet snel halen, ondanks het wetenschappelijke bewijs voor verschillen in hersenvolume tussen mannen en vrouwen. Koppen als ‘Adhd is gewoon een hersenziekte’ komen wel in de krant. Meestal nadat een onderzoek laat zien dat sommige hersengebieden gemiddeld kleiner zijn bij kinderen met adhd dan bij leeftijdsgenoten.

Wat maakt dat we adhd wel een hersenziekte noemen en vrouw zijn niet? ‘Adhd is gewoon een hersenziekte’ lijkt het antwoord op uiteenlopende vragen als: bestaat adhd? Zijn het niet gewoon drukke kinderen? Moeten we het schoolsysteem niet aanpassen in plaats van kinderen medicijnen geven? Neurobiologie wordt zo gebruikt als veilige haven als adhd het middelpunt van controverse is.

Classificatie en diagnose

Belangrijke vragen worden zo slechts beperkt beantwoord. Gek eigenlijk. Iedere psycholoog of psychiater is opgeleid om diagnoses te stellen waarbij hij of zij biologische factoren combineert met psychologische en sociale factoren. Dat gebeurt voor ieder kind apart. Het is altijd maatwerk. De term adhd is niet meer dan een classificatie. Het maakt communicatie eenvoudiger. Maar een diagnose is veel uitgebreider en bestaat uit een tekst waarin alle aspecten, ook omgevingsfactoren, worden beschreven.

Laat er geen misverstand over bestaan: bij een heldere diagnose en classificatie zijn veel mensen gebaat. Ook kinderen wiens drukke gedrag wij adhd noemen.

Maar het wordt lastig als de vragen niet over een kind gaan, maar over het concept adhd. Wat betekent het dat we die term gebruiken? Dat de criteria soms veranderen? Hoe komt het dat de jongste kinderen in de klas vaker adhd hebben?

Bij dergelijke kritische vragen worden we geacht uit te zoomen. En dan kijken zelfs behandelaren niet meer naar een combinatie van biologie, psychologie en sociologie. Dan kijken ze voor de zekerheid naar de biologie, naar ‘echte’ antwoorden. Hiermee lopen wij een groot risico. Als wij normatieve keuzes vermommen als biologische feiten verliezen we de maatschappelijke verantwoording. In welke samenleving leven we, in welke samenleving willen we leven?

Het is onvermijdelijk dat de psychiatrie invloed heeft op hoe we deze vragen beantwoorden. We hebben de verantwoordelijkheid om keuzes te bediscussiëren in plaats van te verwijzen naar biologische eigenschappen.

Homoseksualiteit

Homoseksualiteit is een goed voorbeeld. Homoseksuelen ervaren gemiddeld meer psychische problemen dan heteroseksuelen en bovendien zijn er verschillen in de hersenen te vinden. Toch is homoseksualiteit lang geleden geschrapt uit het handboek met psychiatrische stoornissen. De biologie is hier geen argument, zelfs niet in combinatie met lijdensdruk. Wanneer mensen sterk lijden zouden we een eigenschap een stoornis kunnen noemen, maar niet als dat lijden het gevolg is van een intolerante samenleving. Dan moeten we maatschappelijk aan het werk.

De psychiatrie heeft zich hierin pas laat, maar wel duidelijk, uitgesproken: homoseksualiteit is geen psychiatrische stoornis, homoseksualiteit is deel van een gezonde, diverse en inclusieve wereld waarin iedereen zich kan ontwikkelen. Dit antwoord is niet terug te voeren op biologie, maar is het resultaat van jaren van emancipatie en maatschappelijke discussie.

Ook over adhd moeten wij een maatschappelijke discussie voeren. Let wel: de uitkomst kan nog steeds zijn dat adhd het beste te begrijpen is als een individuele stoornis met een bijpassende, op het individu gerichte aanpak.

Wisselwerking

Maar eerst moeten we vragen stellen over de context waarbinnen wij eigenschappen een stoornis noemen. Wat is de wisselwerking tussen schoolsystemen en het gedrag van kinderen? Mogen financiële factoren een rol spelen bij het diagnosticeren en behandelen van kinderen (kleinere klassen zijn duurder dan medicatie voor enkele kinderen)? Wanneer is een kind te storend voor andere kinderen?

Biologie is van groot belang voor de psychiatrie, maar welke verschillen tussen mensen we koesteren en welke we bestrijden is een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Als we die keuze verhullen met biologie wordt de psychiatrie een gevaarlijk vakgebied.

Auteurs: Branko van Hulst, arts i.o. tot psychiater Curium LUMC, post-doctoraal onderzoeker Hersencentrum UMCU. Sander Werkhoven, docent filosofie, aan de UU. Sarah Durston, hoogleraar Ontwikkelingsstoornissen van de Hersenen, Hersencentrum UMCU.

Branko van Hulst, arts i.o. tot psychiater Curium LUMC, post-doctoraal onderzoeker Hersencentrum UMCU. Sander Werkhoven, docent filosofie, aan de UU. Sarah Durston, hoogleraar Ontwikkelingsstoornissen van de Hersenen, Hersencentrum UMCU.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden