Opinie

Over 25 jaar is DDR echt geschiedenis

Bij velen in de voormalige DDR is sprake van teleurstelling over niet vervulde verwachtingen en zelfs van gekrenktheid over veronderstelde West-Duitse dominantie en arrogantie.

In het centrum van Rostock, Duitsland. Beeld Photononstop/Hollandse Hoogte

Bij velen in de voormalige DDR is sprake van teleurstelling over niet vervulde verwachtingen en zelfs van gekrenktheid over veronderstelde West-Duitse dominantie en arrogantie.

Net als in veel Oost-Duitse steden het geval is, is ook in Rostock de binnenstad na de Wende prachtig gerestaureerd. De veelkleurige gevels en de geelgekleurde herfstbladeren van de bomen op de oude stadsmuren bieden een prachtig samenspel op de zaterdag in oktober waarop ik de oude Hanzestad bezoek. Mensen doen inkopen in smaakvolle winkels in de Kröpeliner Strasse. Worstverkopers en andere straathandelaren doen goede zaken. Er zijn veel toeristen uit binnen- en buitenland. Zo op het eerste gezicht herinnert niets in het oude centrum meer aan de tijd van voor 1989, toen de meeste gebouwen vervallen en verveloos waren en de stad nagenoeg geen bezoekers uit het Westen ontving. Of het moet het kleine bordje bij de toegangspoort tot de nieuwe winkelpassage zijn, waarop staat vermeld dat op deze plaats in de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog de Kommandantura van het Rode Leger was gevestigd.

Zichtbare sporen

Buiten het oude centrum zijn de sporen van de DDR evenwel direct zichtbaar voor iedereen die er ook maar een beetje oog voor heeft. Rostock wijkt in dat opzicht niet af van andere grote en middelgrote steden in het voormalige Oost-Duitsland. De binnenstad wordt als het ware afgegrendeld door een brede verkeersring waarlangs in een strakke lijn vrij hoge fantasieloze gebouwen zijn gebouwd. Daaronder ook veel Plattenbau.

De traditionele woonkazernes mogen dan tegenwoordig vaak lichtgeel geschilderd zijn en van balkons zijn voorzien, dat maakt ze niet minder herkenbaar. De voorliefde van socialistische bouwkundigen voor brede doorgaande wegen begrensd door functionele hoogbouw is overduidelijk herkenbaar. Opvallend zijn verder de grote lege vlakten in de stad. Ook Rostock is tijdens de Tweede Wereldoorlog zwaar gebombardeerd. Na de oorlog werd wel het puin weggeruimd, maar voor herbouw op dezelfde plek ontbraken de middelen of het werd niet nodig geacht.

Maar er zijn meer sporen. Het Historisches Institut waar ik te gast ben, is gevestigd in de voormalige Stasi-gevangenis die grensde aan het voormalige gerechtsgebouw. De tralies zitten nog altijd voor de ramen van de kamers waarin nu wetenschappers werken. Sommige verhoorcellen zijn nog intact. Het is nagenoeg onmogelijk om het gebouw zodanig aan te pakken dat het de uitstraling van een gevangenis verliest. Voor slopen heeft de universiteit van Rostock geen geld. Dus laat men het maar zoals het is.

Besmette personen

Wat men vaak ook heeft gelaten zoals het was, zijn de benamingen van straten en instellingen. Maar daar is iets vreemds aan de hand. De herinnering aan politici en andere vooraanstaande personen die met de oprichting en de hoogtijdagen van de DDR worden geïdentificeerd, wordt uit het straatbeeld verbannen. Dat geldt niet voor de vroege voorvechters van de socialistische beweging van de late 19de eeuw en de vroege 20ste eeuw en voor de vooroorlogse communisten. In Rostock kun je nog wonen in de Ernst Thälmann Strasse of werken in de August Bebel Strasse. Maar de Wilhelm Pieck Universität is weer omgedoopt tot Universität Rostock. Naar verluidt heeft men er in Rostock en in andere voormalige Oost-Duitse steden bewust voor gekozen om het praktisch te houden. De herinnering aan de meest besmette personen moest worden uitgebannen. Maar het ging de vaak linkse stadsbesturen te ver om alle exponenten van de socialistische beweging van hun voetstuk te gooien. De DDR was slecht, het socialisme als ideaal in beginsel niet.

En zo komen we via de zichtbare sporen van de DDR in het straatbeeld bij de beleving van de mensen. In hoeverre voelen mensen het DDR-verleden nog als onderdeel van hun identiteit? Veel aandacht is er tegenwoordig voor de zogeheten Ostalgie, de bijna weemoedige belangstelling voor producten en gebruiken uit de DDR-tijd. In de straat waar mijn hotel stond kreeg ik een folder in de hand gedrukt waarin de oproep stond om bij een zaakje in dezelfde straat toch vooral het onvolprezen DDR Eis te komen proeven.

Het gaat te ver om te zeggen dat het dwepen met herinneringen aan de DDR aantoont dat een grote groep mensen echt terugverlangt naar de DDR. Wat het openlijk positieve refereren aan bepaalde aspecten van het DDR-verleden wel aantoont, is dat de afrekening met de DDR kennelijk minder totaal is dan de eerdere afrekening met het nationaal-socialisme.

'Letzter Dreck'

Waarom zijn er bij veel mensen nu toch weer positieve herinneringen aan een staat die 25 jaar geleden in een golf van straatprotesten roemloos ten onder ging? Allereerst is het natuurlijk zo dat de tijd vaak de scherpste kantjes van de herinnering af slijpt. Dat geldt natuurlijk niet voor mensen die direct en intensief te lijden hebben gehad onder de Stasi-terreur, maar wel voor het overgrote deel van de bevolking dat zo goed en kwaad als het ging een normaal leven probeerde te leiden of zelfs meeliep. Die mensen willen positief op hun verleden terugkijken en niet met de gedachte leven dat hun goede jaren weggegooide jaren waren.

Maar er is meer. Tijdens een receptie in Rostock kreeg ik van bepaalde gasten al vrij gauw te horen wie van de aanwezigen voormalige Stasi-informanten waren. Ook begreep ik al gauw dat sommige medewerkers van de universiteit het nog steeds niet zo op de West-Duitsers hebben die de beste posities hebben overgenomen.

Eén professor was in het uiten van zijn gevoelens erg specifiek. Hij gaf aan in de DDR altijd te zijn onderdrukt en blij te zijn geweest met de plotselinge vrijheid. Maar de vreugde was snel voorbij toen hij zich vervolgens in allerlei bochten moest wringen om aan te tonen dat hij niet met het regime verbonden was geweest. 'Vergeleken met de vragenformulieren die ik moest invullen was de denazificatie kinderspel', zo verzekerde hij mij. Verbitterd vertelde hij dat de nieuwe West-Duitse collega's hem van het begin af aan met de nek hebben aangekeken en als 'letzter Dreck' hebben behandeld.

En zo wordt wel iets helder. Er zullen nog mensen zijn die echt terugverlangen naar de DDR. Maar dat zijn niet de meesten. Wel is er, 25 jaar na de val van de Muur, bij velen in meerdere of mindere mate sprake van teleurstelling over niet vervulde verwachtingen en zelfs van gekrenktheid over vermeende West-Duitse dominantie en arrogantie. En met het relativeren van de verbetering komt het meer positief waarderen van bepaalde aspecten van het verleden. Natuurlijk beseft men wel dat het westelijk deel van het land veel geld heeft geïnvesteerd in de ontwikkeling van het oosten, dat de levensstandaard sterk is verbeterd en dat men nu kan zeggen wat men wil.

Maar er is ook het gevoel voor de tweede keer achtergesteld te zijn. Eerst moesten de Oost-Duitsers alleen de prijs voor het verlies van de oorlog betalen en na 1989 werden ze, althans zo voelen ze dat, opnieuw benadeeld, maar dan door de eigen landgenoten. De scherpe kantjes zullen er wel steeds meer vanaf gaan.

De nieuwe Bundesländer worden in economisch opzicht succesvoller. De tegenstellingen in rijkdom en welvaart nemen af. De burgers van oost en west vinden wat van elkaar, maar hebben ook steeds meer met elkaar te maken. Er vindt steeds meer interactie en vermenging plaats. Ouderen mogen vaak positief terugkijken op bepaalde aspecten van het leven in de DDR, jonge kinderen weten niet of nauwelijks wat de DDR was. Over nog eens 25 jaar is de DDR echt geschiedenis.

Ruud Veltmeijer is historicus.

Ruud Veltmeijer. Beeld -
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.