Verslaggeverscolumn Margriet Oostveen in Utrecht

Ouderen ontdekken nu ook dat ze hoogbegaafd kunnen zijn

Wilt u dit artikel liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

Arie, een zachtmoedige man met een rommelige baard, heeft een IQ van ‘152, of zo’. Van de wereldbevolking zou 99,9 procent dat niet halen, daarom heet een internationale vereniging voor deze hoogst-begaafden Triple Nine Society. Arie (62) is er geen lid van, hij weet het ook nog niet zo lang. En hij weet ook nog niet zo goed wat hij er nou mee moet. Met een schuchter lachje: ‘Ik ben nu verkeersregelaar.’

We praten na een informatie­bijeenkomst voor hoogbegaafde ouderen in de bibliotheek van Utrecht, Arie met tranen in zijn ogen van opluchting. Nooit zijn school afgemaakt, lang misplaatst als accountmanager in het verzekeringswezen. Tot zijn vrouw en toeverlaat Wanda ziek werd en hij ‘door het ijs zakte’. Een lange gang door de ggz volgde en toen de diag­nose: hoogbegaafd.

De middag is georganiseerd door de ‘werkgroep hoogbegaafde senioren’ van het Instituut voor Hoogbegaafdheid Volwassenen (IHBV). Omdat hoogbegaafdheid pas sinds eind jaren tachtig serieus wordt genomen, zijn er nogal wat ouderen die de boot volledig hebben gemist. Het IHBV wil ‘positieve acceptatie’ voor deze groep. Een deel zou zich sociaal geïsoleerd voelen en zich doodvervelen in het verzorgingshuis, als ze er al niet gek worden van de geluiden, want hoogbegaafden zijn nogal eens ­gevoelig voor die dingen. In het ontkennen van alzheimer zijn ze trouwens ook goed.

Logo van de Triple Nine Society.

De meeste oudere hoogbegaafden konden ook vroeger gewoon ‘goed leren’ en werden probleemloos traumachirurg, musicus, ceo, minister. Dat was moeilijker voor intelligente vrouwen die volwassen werden vóór eind jaren zestig en nog ontslag moesten nemen als ze trouwden. Of voor mensen uit gezinnen waar niet vanzelfsprekend werd doorgeleerd.

Wetenschappers koppelen hoogbegaafdheid trouwens minder aan IQ alleen en meer aan een hoog IQ én goede sociale vaardigheden. Iets waar nogal wat aanwezigen in de Utrechtse bibliotheek juist op stuklopen, misschien ook wel omdat ze hun intelligentie minder goed leerden kennen dan hoogbegaafde kinderen nu.

De Nederlandse vereniging voor hoogbegaafden Mensa, waar je lid kunt worden als je tot de slimste 2 procent van de bevolking behoort, maakt inmiddels ook onderscheid tussen ‘hoogintelligente’ en ‘hoogbegaafde’ mensen.

Medeoprichter van het IVHB Noks Nauta ontdekte het pas op haar 52ste. Organisator Gemma Geertshuis sloeg als kind klassen over maar heeft zich nooit laten testen, daar heeft ze ‘helemaal geen zin in’.

Beiden verbazen zich over het hoge aantal belangstellenden, wel 35 op een regenachtige woensdagmiddag, bij een eerdere sessie vandaag kwamen er ook al twintig.

Gemma Geertshuis (links) en Noks Nauta

Noks: ‘Nou zeg! Wat een opkomst!’

Gemma: ‘Jeetje, Nóks!’

Dat Noks (72) al twee academische studies had afgerond en promoveerde, was in haar familie van artsen niet zo bijzonder, ze werd zelf ook arts. Maar door een ­arbeidsconflict ging ze aan zichzelf twijfelen. Collega’s noemden haar ‘slimmer dan de baas’, ze liet zich maar eens testen en is nu lid van de Triple Nine Society – ‘het was wat hoger dan 150, of zo’.

Interessanter dan haar IQ vindt Noks haar manier van doen – en die van andere hoogbegaafden. Er is nog weinig wetenschappelijk ­onderzoek naar gedaan, zegt ze er steeds trouwhartig bij, maar bij de hoogbegaafde volwassenen die ze de afgelopen twintig jaar leerde kennen, ziet ze wel vaak gelijksoortige kenmerken.

Het zijn nogal ‘intense’ types, heel snel en direct, net als zij. Ze ­raken makkelijk in conflict met ­anderen, zeker als hun autonomie in het geding is. Kunnen eindeloos discussiëren en komen slecht ‘uit hun comfortzone’. Ook hebben volwassen hoogbegaafden nogal eens een gevoel van onveiligheid, ‘omdat anderen je al je hele leven niet goed begrijpen en jou snel ‘raar’ vinden’. Een man in het ­publiek zegt: ‘Ik heb lang gedacht dat ik verkeerd bedraad was.’

Klein deel van de belangstellenden.

Hier hangt ook schaamte in de lucht, want wat hebben ze nou ­helemaal gepresteerd, met dat hoge IQ? Veel aanwezigen willen niet met hun volledige naam in de krant. Ad (68) hoorde onlangs tot zijn stomme verbazing dat zijn vrouw wil scheiden: ‘Ik heb me meteen laten testen op persoonlijkheidskenmerken’. Dat hij een hoog IQ had, wist de ict-specialist al. Nu leert hij dat hoogbegaafden in een relatie veel verantwoordelijkheid kunnen nemen, voor alles. Schuldbewust: ‘Dan kun je onbedoeld veel macht naar je toetrekken, je zet jezelf eigenlijk altijd in de schijnwerpers.’

Ook de term ‘kanarie in de kolenmijn’ valt vaak: hoogbegaafden hebben veel als eerste door, vinden ze zelf. Dus ze gaan ze dingen uitleggen, waarschuwen, en dat wordt als belerend of irritant ­ervaren: ‘Maar achteráf hebben we vaak gelijk.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.