Column Sylvia Witteman

Otmars zonen is een fijn boek, maar de hoofdpersoon gebruikt de verkeerde oordopjes

Op de avond van het Boekenbal was ik ziek thuisgebleven: met zo’n grieperig roeshoofd zie je toch door de ballen het boek niet meer, en verder leek me niet netjes om al die schrijvers in het gezicht te blaffen; er kwam nogal wat snot mee, en taaie ­stukjes long.

Daar lag ik dan, in bed, tussen verse stapels literaire vlijt. Buwalda had ik al bijna uit. Otmars zonen is een fijn boek, maar de hoofdpersoon gebruikt de verkeerde oordopjes. Ik weet dat je een schrijver nooit zomaar met zijn personages mag vereenzelvigen, maar in dit geval geldt een krachtig ‘baat het niet dan schaadt het niet’: Peter, jongen, je moet niet die oordopjes van stug, geel schuimrubber hebben, maar die lekker zachte roze wasbolletjes, Ohropax classic. ­Bonus: als iemand ze onder je kussen vandaan jat heb je er nog 10 over, want ze zitten met zijn twaalven in een doosje, knus tegen elkaar aan als biggetjes.

Ik legde Buwalda even opzij voor ­Siebelinks Jas van belofte. Heel zwak, al moest ik op het eind keihard lachen, maar dat was beslist niet des schrijvers bedoeling.

Trouwens, nu ik toch zo vrolijk gestemd was kon Houellebecq er ook nog wel bij. Zelf stond die intussen op het bal ongetwijfeld naar konten te kijken, want dat is zijn lust en zijn leven, althans van zijn hoofdpersonen; bij Houellebecq is het al helemáál ondoenlijk om hem los te zien van zijn personages.

Ook in Serotonine is dat weer een vies, somber mannetje dat soms nog best rake invallen heeft tussen al dat hitsige gemijmer over ‘kutjes’ en ‘kontjes’ door: zo merkt hij bijvoorbeeld op: ‘seks is toch nog altijd het enige moment waarop je persoonlijk, en rechtstreeks, je organen in de strijd werpt.’

Ik kan nog wel een paar andere momenten (en organen) bedenken (schijten, eten, praten), maar soit. Soms valt er wel wat te lachen ook, bijvoorbeeld als hij zijn hoofdpersoon laat uitrekenen (met de wiskundige formules erbij, Becqje heeft tenslotte voor ingenieur doorgeleerd!) dat het precies vierenhalve seconde duurt om dood te vallen vanaf het dak van zijn flatgebouw.

En mocht je af en toe een beetje mies van de lectuur worden, bijvoorbeeld als er een klein meisje (‘of nou ja, klein meisje, laten we elkaar goed begrijpen, het was een brunette van een jaar of 10 met een kinderlijk gezicht, maar ze was groot voor haar leeftijd’) met een ‘volmaakt glad poesje’ zich ‘ondanks haar jonge leeftijd vakkundig van haar taak leek te kwijten’, dan kun je even doorbladeren en dan schenkt de ‘ik’ gewoon weer gezellig een borrel in, en eet iets ­lekkers, bijvoorbeeld een ‘mergpijpje op toast met guérande-zout’.

Door dat ge-eet dacht ik weer aan ­Otmars zonen, en wel aan de poster in de keuken van Ludwigs studentenhuis. ‘Op de poster stond een enorme grafische peper die als een thermometer soorten en sausjes naar scherpte rangschikte, met helemaal onderaan, in de punt die groen was als gras, een goeiige, tandeloze paprika; een nul op de schaal, waarna het kwik via wel dertig verschillende peperrrassen exponentieel steeg, het ging met klappen tegelijk: de bovenste pepers, met namen als Naga viper en Carolina reaper waren drieduizend keer zo heet als de zakjes sambal die ze bij Afhaalcentrum Jumbo op de Maanstraat bij je bestelling stopten. Naast de schaal hadden hij en Marco op verschillende hoogtes vrouwenkopjes geplakt, Cindy Crawford, Sascha de Boer, alle Spice Girls, Heidi Klum en helemaal bovenin (...) de Baywatch-drieling.’

Wat kunnen mannen toch schattig zijn!

Nu die oordopjes nog.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden