Column Joost Zaat

Opwinding over te late uitslagen kankerscreening is zwaar overdreven

Joost Zaat

Grote koppen op internet en bij de NOS vorige week: ‘Ruim 600 mensen te laat geïnformeerd over uitslag darmkankerscreening.’ De 1 miljoen Twittervolgers van de NOS zullen wel denken: wat een drama. Natuurlijk is het vervelend voor mensen, voor het RIVM die dat op haar geweten heeft en voor de staatssecretaris die er een deemoedige brief aan de Kamer over schreef. Maar ’t is allemaal onnodige opwinding.

In 2014-2015 begon het bevolkingsonderzoek en deden er 1,3 miljoen mensen mee. Niet iedereen stuurde het paarse envelopje direct terug: 604 mensen deden dat pas na twee jaar nadat ze de eerste oproep hadden ontvangen, soms vrijwel tegelijk met de tweede keer dat ze een oproep hadden ontvangen. Want elke twee jaar krijg je immers vanzelf een nieuwe. Het automatiseringsprogramma van het RIVM kon niet goed overweg met die late instuurders en had die mensen geen berichtje gestuurd. Die begonnen dus te bellen. Bij 75 procent van de te late monsters was de houdbaarheidsdatum verlopen en moest de test over als er een negatieve uitslag was. Maar het bleek dat 284 van de 604 de test wel in de tweede ronde hadden ingeleverd. Die hadden dus één uitslag wel en één andere niet gehad. Bij acht van hen was die tweede uitslag positief. Als de uitslag van de ‘te late test’ – ondanks de verlopen houdbaarheidsdatum – uitwees dat er een beetje bloed in de ontlasting zat, kregen mensen alsnog direct het advies een darmonderzoek te ondergaan.

Van alle late inzenders hadden er 35 bloed in hun ontlasting, maar bij 8 was dat dus al met het tweede monster ontdekt. Er zijn dus 27 mensen laat opgespoord. De uitslagen van de darmonderzoeken van deze mensen zijn nog niet bekend, dus is mijn rekensom theoretisch, maar daarom nog niet onwaar.

De kans op kanker na een positieve test is laag: in 2016 hadden 55.404 mensen een positieve test, 47.257 ondergingen een darmonderzoek; 15 procent viel uit om verschillende redenen (andere ernstige ziekte, geen zin etc). Van de 27 mensen over wie nu het rumoer is, zouden er bij tijdige berichtgeving dus 4 zijn afgevallen. Hebben we er 23 over.

Van alle mensen in 2016 met een positieve test en een coloscopie hadden er 3706 darmkanker: 7,8 procent. Van onze 23 late inzenders die normaliter een coloscopie hadden ondergaan, hebben er dus 1,8 mogelijk darmkanker. Hoelang de diagnose vertraagd is, valt niet te zeggen.

De winst van screening is veel beperkter dan veel mensen denken. Als je 1000 mensen screent en na jaren kijkt, zijn er 6 overleden aan darmkanker, als je niet screent zijn dat er 7 per 1000. De kans dat er in de groep van 23 dus iemand aan darmkanker extra dood gaat, is dus 0,001 procent: 0,0023 persoon. Erg? Als je diegene bent wel, maar om daar nu zoveel aandacht aan te geven, dat is onzinnig. Het is typerend voor de sacrosancte status die kankerscreening heeft. Volgens mij hebben mensen, dokters, het RIVM, de staatssecretaris en journalisten wel iets beters te doen. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.