Opinie Boekenweek

Oprukkend Engels maakt van Nederlands een B-taal

De literatuur staat of valt met ­genuanceerd taal­gebruik. Geef dus (meer) les in het Nederlands, betogen schrijvers René Appel en Nelleke Noordervliet.

Remco Campert neemt de Gouden Ganzenveer in ontvangst, 7 april 2011. Beeld ANP

Binnenkort begint de Boekenweek. Daarin staat het Nederlandstalige boek centraal. Hoe lang is dat nog mogelijk, nu dat ­Nederlandstalige boek onder vuur ligt omdat dat ook met het Nederlands zélf het geval is?

Op twee manieren wordt het ­Nederlands bedreigd. Ten eerste is er sprake van toenemend gebruik van Engelse leenwoorden, niet alleen voor nieuwe concepten of zaken, maar ook als vervangers van puur ­Nederlandse woorden. De boekhouder is al lang controller gaan heten en uitverkoop is sale geworden.

‘Ach’, beweren sommigen, ‘het loopt zo’n vaart niet; talen lenen nu eenmaal altijd van elkaar.’ Dat klopt, maar de dominantie van het Engels is tegenwoordig zo groot, dat het ­Nederlands wordt ondermijnd en de rijkdom van de eigen taal wordt ingeruild voor de armoedige kennis van een vreemde taal. Dat daarbij de complexiteit en de subtiliteit van beide talen verloren gaat, is duidelijk.

Tweetalige peuter­opvang

De tweede en belangrijkste bedreiging is hierin gelegen dat in steeds meer domeinen Engels wordt gebruikt in plaats van Nederlands. Die taal is met name sterk opgerukt in het onderwijs, van tweetalige peuter­opvang tot universiteiten die grote delen van hun onderwijsprogramma in het Engels aanbieden.

Er is al veel geschreven en gedebatteerd over de mogelijk positieve en negatieve effecten van de ‘Engelse ­invasie’. Op één punt zal er in ieder ­geval verlies worden geleden en dat is op het gebied van de cultuur, met name de literaire cultuur. De literatuur staat of valt immers met het ­genuanceerde gebruik van en de liefde voor hun taal door schrijvers en lezers. Tekenend is dat de studie ­Nederlands sterk aan populariteit heeft ingeboet. De Vrije Universiteit is er zelfs toe overgegaan deze studierichting maar op te heffen.

In 2018 worden bijna 25 procent van de universitaire bacheloropleidingen en al zo’n 75 procent van de masteropleidingen alleen in het ­Engels aangeboden. In een mooi ­opinieartikel stelde de Nijmeegse hoogleraar Nederlandse literatuurgeschiedenis Lotte Jensen een in dit verband schrijnend dieptepunt aan de orde. Een van haar studenten moest haar eindwerkstuk (uiteraard master’s ­thesis) over Vondel voor de ‘researchmaster’ in het Engels schrijven en daarbij ook citaten uit het werk van Vondel vertalen. ‘Het hemelsche gerecht’ werd dus ‘heavenly justice’.

Huis-tuin-en-keukentaal

Inmiddels is veel duidelijk geworden over de effecten van die sterke concentratie op het Engels. Toename van het Engels betekent achteruitgang van het Nederlands, zo simpel is het. Studenten die vooral Engelse ­teksten moeten lezen en zelf in het Engels moeten praten en schrijven, ervaren voortdurend dat hun beheersing van die taal onvoldoende is. ­Bovendien merken ze dat hun gebruik van Nederlands op academisch niveau tekortschiet. Het lijkt erop dat het Nederlands in sommige kringen in Nederland is gedegradeerd tot een tweederangstaal, tot een huis-tuin-en-keukentaal. Misschien goed voor de dagelijkse boodschappen en een praatje met de buurvrouw (als zij tenminste geen slechts Engels sprekende expat is), maar niet meer voor zaken die een hoger ontwikkelde taalvaardigheid vereisen.

Wie de taal van een land onvoldoende beheerst, kan niet volwaardig deelnemen aan het literaire leven van dat land. Het lezen van boeken in ‘je moedertaal’ wordt moeilijker als je de finesses van die taal niet meer onder de knie hebt, als je niet meer gewend bent op academisch niveau (maar ook daaronder) die taal te gebruiken.

De toenemende verengelsing van de Nederlandse samenleving, en vooral die van het wetenschappelijk en hoger onderwijs zal negatieve ­effecten hebben op de Nederlandse cultuur, en wel speciaal op de literatuur. Als het Nederlands van de lezer van onvoldoende niveau is, wordt het lezen van boeken in die taal steeds ­lastiger. Wie kan en zal bij een voortgaande invasie van het Engels over enkele decennia nog Multatuli, Hella Haasse, Remco Campert of Arnon Grunberg lezen? Door het toenemend gebruik van het Engels zal de stem van de Nederlandse literatuur in al haar nuances langzaamaan zachter klinken en tenslotte stilvallen. Wat verdwijnt, keert niet meer terug.

René Appel en Nelleke Noordervliet zijn schrijver. 

Mede ondertekend door: Jan Brokken, Mensje van Keulen, Geert Mak, Vonne van der Meer, Willem Jan ­Otten, Thomas Verbogt, Maria Vlaar en Manon Uphoff.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.