Column Harriët Duurvoort

Oprah, Fukuyama, identiteitspolitiek en Ikea-kastjes

Volgens Francis Fukuyama moet links de nationale identiteit omarmen. Weg met die vermaledijde identiteitspolitiek.

Identiteitspolitiek is eigenlijk een nieuw woord voor emancipatie. Oude wijn in een nieuwe zak. Ineens is het zwaar problematisch. ‘Elke keer dat een ­samenleving wordt ­gevraagd om een groep mensen te erkennen als een groep gaat dit ten koste van hun individualiteit. Want alle leden van de groep worden dan in één hokje gestopt, alsof ze allemaal hetzelfde zijn. Dan betreed je gevaarlijk terrein’, stelt Fukuyama.

Overdreven, natuurlijk zijn er verschillen. Daarbij, individualiteit ­associeer ik met een ik-cultuur die haaks staat op een ideaal van solidariteit, compassie en een gevoel van verantwoordelijkheid voor elkaar. Dat moet inderdaad ­boven verschillen in identiteit gaan. Als ­Fukuyama in plaats van individualiteit menselijkheid had gezegd, zou ik mij daar meer in kunnen vinden.

‘Eerst waren er homo’s en lesbiennes, toen kregen we transgenders, nu wordt gesproken over interseksualiteit en genderfluïditeit. De groepen worden steeds specifieker. Dat draagt eraan bij dat we steeds meer onze verschillen benadrukken’, klaagt Fukuyama.

En wat dan nog? Ik vond het altijd prettig in een (sub)culturele lappendeken op te groeien. Al ben ik hip ­gezegd een ‘cisgender heterovrouw’, ik waardeer de gaysubcultuur zeer. Wat een verfletsing van het stedelijk leven zou het zijn als die niet wordt gevierd. In mijn studententijd ging ik het liefst dansen in de legendarische Amsterdamse gayclub Havana. Tegelijkertijd leerde ik Turks volksdansen bij de Turkse studentenvereniging. Dat is toch geweldig?

Ik heb geen enkele behoefte ­iemand van zijn eigenheid te ontdoen. En ik vind het niet meer dan normaal dat ik naar hun verhalen luister, waarin helaas ook ervaringen met achterstand, achterstelling, discriminatie, onbegrip en haat voorkomen.

Ik denk soms dat de recente geschiedenis vergeten wordt, dat veel Trump-stemmers die nu achter het verongelijkte discours staan van ‘de arme witte man tegen de elite en multiculturele islam / feministische homozooi’ elf jaar geleden toch echt op Obama hebben gestemd. Dankzij Oprah Winfrey, die op een gegeven ogenblik zei dat ze Barack Obama zag zitten. Destijds, op het toppunt van haar roem en invloed, bereikte ze immers zelfs ‘deplorables’. Ze was natuurlijk niet elitair maar middle-of-the-road. Haar faam en ­populariteit dankte ze aan het feit dat ze met zaken kampte waarmee gemiddeld vrouwelijk (en een groot deel van mannelijk) Amerika, van elke kleur, stand en gezindte, mee kampt. Vooral: hoe slank ik wat af. Zo maakte ze alles waarmee zij zich ­bezighield toegankelijk en behapbaar voor een groot en breed publiek, zowel in de VS als daarbuiten.

Nooit stak ze onder stoelen of banken wie ze was en waar ze vandaan kwam. Hoe seksisme en racisme haar leven als Afro-Amerikaanse vrouw hadden beïnvloed. Anno nu zou je dat je reinste identiteitspolitiek noemen, tot in de jaren ’10 was het normaal ook die aspecten van het leven bespreekbaar te maken. Hoewel, Oprah deed misschien iets anders. Ze maakte het ‘bebabbelbaar’. Oprah leerde Amerikanen met elkaar te praten en naar elkaar te luisteren. Zo kon ze een controversieel thema als racisme toegankelijk maken op een manier die zelfs laagopgeleide, witte rechtse Amerikanen niet direct op de kast joeg.

‘Een gezonde democratie is onmogelijk als we het idee hebben dat we maar weinig gemeen hebben met elkaar, want dan vertrouwen we elkaar niet meer.’ Fukuyama pleit daarom voor een gedeelde identiteit. Goed, maar dan liever niet gericht op nationale identiteit. Liever op een diepgevoeld universeel ­humanisme.

De meeste mensen zijn, afgezien van hun identiteit, bovenal mens. Worstelend met de grote en kleine kwesties in het leven.

Aan een alledaagse frustratie van het niet kunnen ontcijferen van de gebruiksaanwijzing van een Ikea-kastje zou Oprah destijds een talkshow kunnen wijden. Met een soennitische moslima, een White Anglo-Saxon Protestant housewife en een vrouw die als man was geboren.

En dan zou het niet over de islam gaan of over transgenderisme, maar alleen over de frustratie dat je nog zó goed had gekeken en toch de rails voor de laden achterstevoren vastgeschroefd bleek te hebben, ofzo. Voor je het weet, kijk je dan niet meer naar iemands hoofddoek of het feit dat ­iemand in transitie is geweest. Maar zie je jezelf, worstelend met zo’n rotkastje.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.