Opinie Brexit

Oplossing voor Brexit-impasse: flexibelere houding EU

Een douane-unie op basis van een meer gelijkwaardige positie voor de Britten kan uitkomst bieden menen Arthur van Riel en Adriaan Schout.

Leden van ‘grensinwoners tegen de Brexit’ spelen dat de harde Ierse grens is hersteld. Beeld Getty Images

De deadline voor de Brexit-onderhandelingen loopt af. De kans is groot dat het óf een uitstel en verlenging van de verwarring wordt, óf dat het uitdraait op een harde Brexit. De Ierse grens is nu de kern van het onderhandelingsprobleem. De EU eist een backstop waardoor er, behalve bij een no-deal, geen fysieke grens mag komen tussen Ierland en Noord-Ierland. Met de backstop dwingt de EU het Verenigd Koninkrijk de positie dat het, net als Turkije, Noorwegen en Zwitserland, Europese wetgeving eenzijdig moet overnemen. Er is nog geen zicht op een werkbaar compromis voor de uittreding volgende maand.

Theresa May herhaalt ondertussen simpelweg haar voorstellen over toegang tot de interne markt en de brexiteers willen de vrijheid om handelsverdragen met andere landen te sluiten. Als het VK eigen productnormen stelt en handelsverdragen afsluit, is dat onverenigbaar met open grenzen met de EU.

Naast de vertwijfeling over het Britse drama moeten we ook kritisch naar de opstelling van de EU kijken. De EU wil geen cherry picking en vindt dat bij de lusten van de interne markt ook de andere ‘vrijheden’ zoals arbeidsmigratie horen. Dit botst met de Britse wens om de effecten daarvan op sociale zekerheid en sociale cohesie te beteugelen. Daarbij willen bepaalde landen, zoals Denemarken, niet dat het VK een deal zou krijgen waarbij het toegang tot de interne markt houdt, zonder de lasten.

‘Flexibele integratie’

Deze Europese opstelling botst met de discussie binnen de EU over ‘flexibele integratie’. Gezien de wrijving binnen eigen gelederen is een stroom aan voorstellen op gang gekomen om lidstaten meer beleidsvrijheden te geven en ruimte te laten voor lidstaten die verder willen gaan met verdiepte integratie. Inmiddels is schoorvoetend geaccepteerd dat niet alle lidstaten meedoen aan de euro of het vrij verkeer van personen binnen ‘Schengen’. Het gezaghebbende onderzoeksinstituut Bruegel pleitte onlangs voor een ‘Europa van clubs’. In Nederland is de noodzaak voor flexibele integratie recentelijk verwoord door de WRR en de Adviesraad Internationale Vraagstukken. De Brexit is een test of deze pleidooien voor flexibele integratie meer zijn dan een woordenspel.

Ware Europeanen gruwelen van flexibele integratie, omdat zij het essentieel vinden dat er één Europese Commissie is met één Europees Parlement en dat lidstaten voldoen aan uniforme wetgeving. Flexibele integratie is echter onontkoombaar in de EU van 27, omdat de onderlinge verschillen te groot zijn. Milieudoelstellingen, bijvoorbeeld, liggen politiek anders in het welvarende Nederland dan in een land als Polen dat in een andere fase van zijn economische ontwikkeling zit. Indien elk land dezelfde doelen moet nastreven, liggen de ambities voor het ene land te hoog en voor het andere te laag. In economische termen: met flexibele integratie kan elk land naar zijn eigen welvaartsfunctie bewegen. Hoe groter de verschillen tussen de lidstaten, hoe meer de EU als welvaartsverlagend wordt ervaren. De oostwaartse uitbreiding heeft flexibele integratie definitief op de agenda gezet.

Een bijkomend voordeel van flexibele integratie is dat het beleidsconcurrentie aanwakkert. In de jaren negentig was Nederland, onder andere bij monde van de spraakmakende topambtenaar Ad Geelhoed, voorstander van beleidsconcurrentie. Je kunt niet alles harmoniseren en moet dat, gezien het belang van voortgaande decentrale innovatie, ook niet willen. Dit staat echter haaks op de Europese tendens in regelgeving. Dat het maar niet lukt om een Europese markt voor diensten te realiseren, komt omdat lidstaten niet tot gezamenlijk beleid komen. Waar goederenmarkten zijn opengebroken, blijven de grote Europese dienstenmarkten gesegmenteerd. Per jaar verliest de EU daardoor 58 miljard euro. Als regelgeving de markt niet openbreekt, kan beleidsconcurrentie een oplossing bieden. Een flexibelere relatie met de Britten binnen een handelsakkoord kan hierbij helpen.

Gemeenschappelijke geschillencommissie

Nu het belang van flexibele integratie is erkend, zou het ook concreet moeten worden toegepast op het VK. Een groep Duitse economen heeft daarom gepleit voor een douane-unie op basis van een meer gelijkwaardige positie voor de Britten. De EU en de Britten onderhandelen dan samen over handelsakkoorden en creëren een gemeenschappelijke geschillencommissie. De koppige Britten moeten dan wel de compromissen accepteren. Bijvoorbeeld, ze zullen niet vrij zijn om zelf handelsakkoorden te sluiten met andere handelsblokken. Aan de ene kant krijgt het VK, als buitenstaander, zodoende veel invloed op Europese besluitvorming. Aan de andere kant kan de EU een werkbare relatie met de tweede economie binnen Europa behouden.

Zo blijft de grens tussen Ierland en Noord-Ierland open en kan de backstop van tafel. Daarnaast heeft het voorstel nog andere voordelen. Handelsstromen worden niet belemmerd, zowel brexiteers als remainers hebben een werkbaar compromis zodat interne strijdbijlen begraven kunnen worden en de betrekkingen met het VK krijgen een samenwerkingskader met proportionele invloed voor het VK. Daarbij zou het de beleidsconcurrentie kunnen versterken die de EU nodig heeft. Ook voor Nederland biedt deze nieuwe relatie met het VK grote economische en politieke voordelen. Noorwegen kan nog als eenzijdig afhankelijk van de EU behandeld worden. Het VK is als economische en als strategische partner daar te belangrijk voor.

Politiek klinkt dit voorstel vooralsnog onhaalbaar, maar in het belang van de permanente economische en politieke relatie moeten beide partijen over hun schaduwen en dogma’s heen springen. Tusk wenste brexiteers zonder plan voor uittreding een special place in hell toe. Door de huidige opstelling tegenover de Britten verdient de EU dan ook een plaatsje naast Lucifer. Nu het duidelijk lijkt dat de Britten echt uit de EU willen, is de voorgestelde aanpak een constructieve second best. Doorgaans zijn zowel de EU als de Britten pragmatisch. Dat pragmatisme is aanstonds weer hard nodig.

Arthur van Riel is wetenschap­pelijk onderzoeker van de WRR.

Adriaan Schout is wetenschap­pelijk onderzoeker van Clingendael.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.