OpinieOpiniepeilingen

Opiniepeiling van Namens Nederland geeft een scheef beeld

Ook opiniepeilingen moeten aan wetenschappelijke eisen voldoen om als basis te dienen voor beleid, betogen Jelke Bethlehem en Joop van ­Holsteyn.

Premier Mark Rutte donderdag in debat met de Tweede Kamer over de coronacrisis. Links van hem minister Hugo de Jonge (VWS), rechts minister Martin van Rijn (Medische Zorg).Beeld ANP

Draagvlak! In het land van minderheden dat Nederland nu eenmaal nog altijd is, blijft dat het toverwoord. Politiek overleg en besluitvorming zijn pas geslaagd als gestreefd is naar consensus, en compromissen zijn ­gesloten. Dat is immers de manier waarop voldoende draagvlak wordt bereikt.

Zelfs in coronatijd is dat het geval. Sterker nog: juist in deze verwarrende tijden lijken politiek en bestuur op zoek naar draagvlak. Het is bekend dat het kabinet de publieke opinie in Nederland nauwlettend, bijna angstvallig, in het oog houdt. Zo leek het abrupte besluit half maart om scholen helemaal te sluiten een directe ­reactie op de publieke opinie, die hier sterk op aandrong. Ook latere besluiten om de regels juist weer te versoepelen lijken genomen met ten minste één oog op de publieke opinie.

Wie in een representatieve democratie publieke opinie zegt, dient ­uiteraard te denken aan de Tweede Kamer als gekozen volksvertegenwoordiging. Maar zo werkt het niet, in crisistijd anno 2020: het zijn bovenal de opiniepeilingen die worden gezien als afspiegeling van de volkswil. En daar is iets voor te zeggen: de verkiezingen van 2017 gingen niet over corona, de partijprogramma’s spraken toen niet van crisismaatregelen en de nu krakend functionerende Tweede Kamer heeft moeite het tempo van de ontwikkelingen te ­volgen, laat staan te bepalen. Dan zijn peilingen die de vinger aan de maatschappelijke pols houden niet eens zo’n gek alternatief.

Reflectie

Er is echter een onontkoombaar ‘maar’. Peilingen kunnen weliswaar een goede reflectie zijn van de publieke opinie, maar dan dienen die peilingen aan diverse wetenschappelijke eisen te voldoen. Daar wringt veelal de schoen.

Neem de op 15 april gestarte enquête van Namens Nederland – gesteund door organisaties als de FNV, de SER en de Johan Cruyff Foundation – waaraan we volgens reclamespotjes allemaal moeten meedoen. In de hoop ‘te komen tot een gemeenschappelijke toekomstvisie en aanpak voor Nederland’ voor na de crisis. Die visie wordt dan gevoed door de ‘grootste online enquête van Nederland’ – bij een vorige gelegenheid deden ruim 100 duizend mensen mee.

Het is echter een even wijdverbreid als hardnekkig misverstand dat de omvang van een peiling gelijkstaat aan de representativiteit en bruikbaarheid ervan. Niet het aantal ondervraagden doet ertoe bij het streven naar een correct beeld voor de groep als geheel, maar de manier waarop die ondervraagden worden geselecteerd.

Voor de enquête van Namens Nederland is niet een zogeheten aselecte of willekeurige steekproef getrokken, maar wordt gebruik gemaakt van zelfselectie: iedereen die wil, kan meedoen aan het onderzoek, en dan ook nog eens zo vaak als hij of zij daar zin in heeft. Bij een steekproef die zo tot stand komt, is de claim van representativiteit onwetenschappelijk en ongefundeerd.

Er zijn nog meer belangrijke voorwaarden voor een geldig opinie­onderzoek die door Namens Nederland worden geschonden. Zo is het bij veel vragen niet mogelijk het antwoord schuldig te blijven, als de­ ­ondervraagde vindt dat zijn of haar mening niet bij de voorgeschotelde antwoordopties zit of als iemand liever geen antwoord geeft. Deelnemers aan het onderzoek van Namens Nederland hebben dan de keuze om een antwoord te geven dat eigenlijk niet het hunne is of om hun deelname aan het onderzoek te stoppen – geen van beide reacties bevordert een goed beeld van de publieke opinie.

Extreem vaag

De vragen zelf kunnen ook de toets der kritiek niet doorstaan en lopen van extreem vaag en algemeen (‘Hoe gelukkig ben je met Nederland?’) tot vragen waarin in één enkele vraag feitelijk om vier meningen wordt gevraagd: ‘De overheid en bedrijven moeten ruimhartig omgaan met schulden en schuldsaneringen.’

Er is, kortom, nogal wat mis met de wetenschappelijke kwaliteit van het ambitieuze opinieonderzoek van ­Namens Nederland. En omdat veel andere peilingen vergelijkbare problemen kennen (vooral ten aanzien van de zelfselectie van deelnemers), al maken zij het meestal minder bont, is het zaak opiniepeilingen met terughoudendheid te gebruiken als geldige manifestatie van de huidige publieke opinie in Nederland.

Het zou mooi zijn als Rutte en de zijnen niet slechts goed luisteren naar virologen en andere medische experts, maar zich realiseren dat ook het peilen van de publieke opinie de toets der wetenschappelijke kritiek moet kunnen doorstaan. Slecht uitgevoerde peilingen geven tenslotte een scheef beeld van de publieke opinie, met als resultaat een wankel draagvlak voor besluitvorming.

Jelke Bethlehem en Joop van ­Holsteyn zijn beiden als hoogleraar verbonden aan het Instituut voor Politieke Wetenschap van de Universiteit Leiden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden