OpinieOuderschapsverlof

Opinie: ‘Zorgverlof voor de rijken’ helpt heel veel ouders niet

Uitgerekend (alleenstaande) ouders met lagere inkomens hebben weinig aan de nieuwe verlofwet, betoogt Irena Rosenthal.

Uit cijfers van het CBS blijkt dat jonge vaders juist meer tijd aan hun kind willen besteden maar geen ouderschapsverlof durven op te nemen omdat zij vrezen voor hun carrièrekansen.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

 Afgelopen week stuurde minister Koolmees het wetsvoorstel betaald ouderschapsverlof naar de Kamer. Hierin krijgen ouders in loondienst vanaf 2022 in het eerste levensjaar van hun kind negen weken ouderschapsverlof dat voor 50 procent wordt doorbetaald.

Zo wil het kabinet bereiken dat moeders en vaders betaald werk en zorg gelijker gaan verdelen. Ook wijst de regering erop dat langer verlof in het eerste jaar belangrijk is voor de ontwikkelingskansen van het kind. Maar de nieuwe regeling maakt van betaald ouderschap een voorrecht van ouders die succesvol zijn op de arbeidsmarkt en zet economisch kwetsbaren (lage inkomensgroepen, zzp’ers, werknemers met tijdelijk contract en eenoudergezinnen) op achterstand. Een rechtvaardig ouderschapsverlof is volledig doorbetaald en gelijkelijk beschikbaar voor alle ouders, ongeacht status op de arbeidsmarkt en samenlevingsvorm.

In het wetsvoorstel moeten ouders die verlof opnemen 50 procent van hun loon inleveren. Al in mei, toen de regering de plannen aankondigde, noemde de FNV de regeling een ­‘verlof voor de rijken’ en pleitte terecht voor volledige doorbetaling van loon. Ook het College van de Rechten van de Mens bekritiseert de lage doorbetaling. Op grond van internationale mensenrechtenverdragen is de ­regering verplicht uitkeringen te ­realiseren die voorzien in een fatsoenlijke levensstandaard. Nu, midden in de tweede lockdown, en met steeds meer onzekerheid over de diepte van de recessie die ons te wachten staat, is deze kritiek urgenter dan ooit.

Broodnodig

Voor de gezinnen die in 2022 nog ­financiële reserves hebben, is 50 procent loonverlies wel te behappen. Neemt papa een paar maanden vrij om te zorgen? Dan moet het gezin misschien een jaartje de buitenlandse vakantie overslaan. Voor ­ouders met een laag inkomen is het kostenplaatje veel hardvochtiger. ­Verlof opnemen betekent dan: niet meer de huur kunnen betalen of, in het geval van minimuminkomens, onder het bestaansminimum uit­komen.

Volledige doorbetaling is broodnodig om het verlof ook voor lagere inkomensgroepen bereikbaar te ­maken. Minstens zo belangrijk is dat betaald ouderschapsverlof voor alle ouders toegankelijk wordt, ongeacht de status op de arbeidsmarkt. De huidige verlofrechten voor ouders zijn, afgezien van het zwangerschaps-en bevallingsverlof voor biologische moeders, alleen beschikbaar voor werknemers. Het kabinetsvoorstel trekt deze lijn door en stelt het betaalde ouderschapsverlof niet open voor zelfstandigen of werklozen.

De regering verwacht dus dat zzp’ers buffers opbouwen om ouderschapsverlof te bekostigen. Ook vóór de coronacrisis lukte dat de meeste zzp’ers niet. Inmiddels houden veel zzp’ers in getroffen sectoren als de horeca en cultuurindustrie het hoofd nauwelijks boven water. De regering moet deze groep niet in de kou laten staan, maar kijken naar landen als Noorwegen, Zweden, Duitsland en Denemarken, waar zzp’ers ook betaald ouderschapsverlof krijgen.

In dit voorstel delven ook werk­nemers met een tijdelijk contract het onderspit. Op papier hebben mensen met een vast en tijdelijk dienst­verband gelijke rechten op betaald ouderschapsverlof. Maar in een recessie verliezen werknemers met een tijdelijk contract als eerste hun baan en zo ook hun recht op ouderschaps­verlof. Het wetsvoorstel biedt geen vangnet. Zo wordt een tijdelijk contract niet standaard verlengd met de periode van het ouderschapsverlof. Ook is er geen recht op ouderschapsverlof in de periode van werkloosheid (zoals bij zwangerschapsverlof wel bestaat).

Tot slot heeft het wetsvoorstel te weinig oog voor alleenstaande ­ouders. In de huidige regeling is het betaalde ouderschapsverlof niet overdraagbaar: elke ouder in loondienst krijgt negen weken betaald verlof. Daar zit een goede reden achter: deze take-it-or-lose-it-benadering stimuleert vaders verlof op te nemen. Maar de niet-overdraagbaarheid van verlof benadeelt de ouders die kinderen alleen opvoeden. Deze ouders zijn economisch kwetsbaar: naast de zorg, zijn zij in hun eentje verantwoordelijk voor het inkomen.

Alleenstaande ouder

Juist deze dubbel belaste ouders krijgen in dit voorstel maar de helft van het aantal weken verlof waarop ­gezinnen met twee ouders aanspraak maken. De oplossing is simpel: geef alleenstaande ouders naast hun ­eigen negen weken verlof, negen ­weken die ze mogen overdragen naar een andere persoon (vriend, oma) die een rol wil spelen in de opvoeding.

Dat Nederland eindelijk betaald ouderschapsverlof krijgt is een ­belangrijke stap vooruit. Maar door de economisch sterksten te bevoor­delen, vergroot dit voorstel de economische ongelijkheid. Kamer, laat álle ouders en kinderen van het ouderschapsverlof kunnen profiteren.

Irena Rosenthal is universitair docent aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit van Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden