Opinie

Opinie: Zo zwart-wit ligt het niet, sommige mensen zijn blij met een gedwongen opname

Niet iedere patiënt kijkt negatief terug op een gedwongen opname in een crisissituatie. Het helpt als ggz-professionals het voorval niet alleen door een medisch-psychiatrische bril bekijken, maar oog blijven houden voor de grijstinten.

Isoleercel in een ggz-instelling. Beeld Joost van den Broek / de Volkskrant
Isoleercel in een ggz-instelling.Beeld Joost van den Broek / de Volkskrant

Zaterdag stond in deze krant een groot artikel van journalist Ditty Eimers over gedwongen opname in de geestelijke gezondheidszorg (ggz) – en haar eigen ervaringen daarmee (Zaterdag, 19 juni). Het is niet het eerste artikel in zijn soort: zulke teksten lees ik al decennia. Het is ontmoedigend hoe weinig er verandert, maar ook niet helemaal vreemd. Enerzijds is de menselijke psyche complex, anderzijds is de ggz-sector weerbarstig. Kan het anders?

Gedwongen opnames worden vaak gedaan door de crisisdienst. Afgelopen vrijdagavond had ik dienst en deed een aantal beoordelingen, zoals dat in jargon heet, op verzoek van huisartsen, politie en collega-hulpverleners. Er speelde van alles, in drie situaties ook rond opname in een ggz-instelling: twee van de drie mensen wilden graag opgenomen worden, één wilde dat pertinent niet. De twee die graag wilden hadden hoge verwachtingen, net als hun naasten. Voor de derde was een opname een nachtmerrie.

Ditty Eimers beschrijft een opname tegen haar wil en is daar negatief over. Niet vreemd, zou je denken. Maar wat blijkt: sommige mensen oordelen achteraf neutraal, sommigen zijn zelfs dankbaar en anderen zijn (zeer) negatief. Hoe mensen een gedwongen opname ervaren, blijkt sterk afhankelijk van de situatie van henzelf en de omgeving. Een ondersteunende houding van hulpverleners is vaak cruciaal.

Stijgende aantallen

Maar er zijn ook mensen die zich nauwelijks iets herinneren, of voor wie het allemaal niet veel uitmaakte. In de krant kun je natuurlijk weinig met zoveel diversiteit en dus is het persoonlijke (negatieve) verhaal geliefd, aangevuld met wat cijfers over stijgende aantallen opnames. Maar het is niet het enige verhaal, al doet dat niets af aan ­Eimers’ slechte ervaringen.

Terecht is ze kritisch over psychiaters die schijnbaar makkelijk een dwangmaatregel aanvragen en verpleegkundigen die vastgeplakt in hun kantoor zitten. Maar de context is veel breder. Als bij vreemd of onbegrepen gedrag goedbedoelende omstanders, lieve hulpverleners, spoedeisendehulpartsen of politieagenten er niet uit komen, komt vanzelf de ggz in beeld. Een dwangopname is al eeuwen een correctiemechanisme voor ‘onmaatschappelijk’ gedrag dat nergens past. Dan worden dingen gezegd als ‘het gaat zo niet langer’, ‘die hoort hier niet’ en minder politiek correcte varianten. Naasten, omstanders, politie, zorgprofessionals en soms zelfs overheidsfunctionarissen zetten (heel) hoge druk op de ggz om ‘het probleem op te lossen’. Dwangopnames zijn dus niet alleen te wijten aan machtswellustige psychiaters, spuitgrage verpleegkundigen en zielige patiënten – ze zijn onderdeel van onze samenleving.

De meest fundamentele vraag, die ­Eimers niet stelt maar die wel beantwoord moet worden, is: waarom verandert er al zo lang niets? Eind jaren zeventig werd in de Italiaanse stad Triëst het psychiatrisch ziekenhuis gesloten en dwang (nagenoeg) afgeschaft. Sindsdien zijn er tienduizenden hulpverleners en beleidsmakers naar Triëst afgereisd, maar nog nooit is het elders op de wereld gelukt om de aanpak duurzaam over te nemen. Je kunt je dus afvragen of ‘een model’ wel het antwoord is op deze complexe materie.

Het individuele verhaal

Het is niet even een andere wet invoeren, een zak geld uitdelen, een buitenlandse innovatie imiteren of ander trucje toepassen. Het is tasten. In de afgelopen kleine dertig jaar heb ik vaak mijn kop gestoten: soms mensen te veel beperkt, vaak mensen (te) veel ruimte gegeven en daardoor achteraf veel te repareren en uit te leggen gehad. Als ggz-hulpverlener krijg je te maken met mensen die allemaal hun eigen verhaal hebben, die lang niet allemaal oprecht of gezellig zijn, en lang niet allemaal gevaarlijk of bedreigend. Maar zie het verschil maar eens te maken, het individuele verhaal boven tafel te krijgen. Om onderscheid te maken tussen mensen die ‘gek zijn’ en ‘gek doen’ – en bij die laatsten tussen mensen die dat bewust en die dat onbewust doen.

Onderscheid maken wordt niet geleerd: iedere ggz-hulpverlener wordt door de mal van het medisch model geperst. ‘Ziekte’ is uitgangspunt; sociale omstandigheden, persoonlijke geschiedenissen en levensproblematiek zijn onderbelicht. De dappere eenling die zich aan dit frame onttrekt, leert dat vanzelf wel af. Iemand niet opgenomen die later schade aanricht? Iemand die zich suïcideert na jouw inschatting? Had je maar voorzichtiger moeten zijn. Resultaat is dat veel ggz-professionals vooral kijken door een medisch-psychiatrische bril en risico’s zoveel mogelijk mijden.

Eigen referentiekader

Hulpverleners die praten over ‘symptomen’, stoornissen’, ‘terugvallen’ en ‘signaleringsplannen’ zitten vast in hun eigen referentiekader – een kader dat ze niet zomaar toepassen op zichzelf of hun naasten. Dan gebruiken ze woorden als ‘problemen’, ‘gevoeligheden’, ‘moeilijke tijden’ en ‘waarschuwingen’ – passend bij gewone mensen in het gewone leven. Het lijkt een klein en onbelangrijk verschil. Maar van het medisch model is het maar een klein stapje naar de kwalificatie ‘oordeelsonbekwaam’ en ‘gebrek aan ziekte-inzicht’. Dan is alle mogelijke gelijkwaardigheid verdwenen, de eigen verantwoordelijkheid weg en een gedwongen opname dichtbij. Een ‘normaliserende’ benadering is geen wondermiddel, maar biedt kansen wanneer er grijstinten zijn – en die zijn er heel vaak.

Terug naar mijn dienst: ik heb de twee mensen die graag opgenomen wilden worden een plaatje geschetst van de gesloten afdeling – dat schrok aardig af. Met de persoon die het niet wist, en die de vorige twee keer met veel politie, tumult en geweld in een extra zware kliniek was opgenomen, hebben we twee uur onderhandeld. Onder het oppervlak van een ‘gestoord’ persoon die hardnekkig zweeg, kwam een verhaal over de volgende dag vandaan. Een zware, stressvolle ontmoeting die bij mislukking grote consequenties zou kunnen hebben – de angst en onzekerheid daarover konden we invoelen en begrijpen. Uiteindelijk nam deze persoon zelf de beslissing om de ontmoeting af te zeggen, en een paar dagen rust te nemen. Gedwongen opname afgewend, kwestie niet opgelost maar in ieder geval ook geen nieuw probleem erbij.

We moeten reëel zijn: er vinden gedwongen opnames plaats die niet hadden mogen gebeuren. En soms worden mensen niet gedwongen opgenomen waar dat wél had moeten gebeuren. Ik vrees dat het nog wel wat decennia zal duren voordat we in de ggz de moed vinden om het medisch model ondergeschikt te maken aan het verhaal van het leven – en de vaardigheid ontwikkelen om onderscheid te maken tussen mensen, de rug recht te houden en risico’s te nemen.

Bauke Koekkoek is crisisdienstverpleegkundige en lector onbegrepen gedrag & samenleving aan HAN en Politieacademie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden