Opinie

Opinie: Zet streep door terrorismewet die meer kwaad dan goed doet

Bestuurlijke maatregelen tegen terrorisme, zoals een gebiedsverbod, brengen het risico van willekeur en discriminatie met zich mee.

Corinne Ellemeet en Willemijn Verkoren
Extra politie bij Amsterdam Centraal na de aanslagen in Brussel, 2016. Beeld Remko de Waal / ANP
Extra politie bij Amsterdam Centraal na de aanslagen in Brussel, 2016.Beeld Remko de Waal / ANP

Dinsdag stemt de Tweede Kamer over het voorstel van de regering om de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding uit 2017, die op 1 maart 2022 verloopt, met nog eens vijf jaar te verlengen. Deze wet geeft de minister van Justitie en Veiligheid (JenV) de mogelijkheid om contactverboden, gebiedsverboden en uitreisverboden op te leggen aan personen tegen wie in strafrechtelijke zin geen gerede verdenking bestaat, maar van wie toch vermoed wordt dat zij zich inlaten met terrorisme of de ondersteuning daarvan. Ook kunnen bestuursorganen deze personen subsidies en vergunningen weigeren. Dit alles ter bescherming van de nationale veiligheid.

De wet geeft geen definitie van de activiteiten die kunnen leiden tot de inzet van deze maatregelen. Burgers kunnen dus niet voorzien welke gedragingen dat zijn. Wat ook ontbreekt, zijn criteria ten aanzien van het bewijs dat er voor die activiteiten moet zijn.

De in het strafrecht gebruikelijke criteria zoals wettig en overtuigend bewijs, ernstige bezwaren, verdenkingen of aanwijzingen gelden niet. Maatregelen worden opgelegd op basis van vermoedens en ‘zachte’ aanwijzingen, die vaak geheim zijn omdat ze zijn aangeleverd door inlichtingendiensten. Dit alles gebeurt zonder tussenkomst van een rechter.

Vrijheidsbeperkend

Is het in een rechtsstaat aanvaardbaar dat mensen tegen wie nog geen concrete verdenking of aanwijzing bestaat dat ze betrokken zijn bij terrorisme, vrijheidsbeperkende maatregelen krijgen opgelegd? Deze vraag rijst temeer aangezien het strafrecht al sterk verruimde mogelijkheden kent om terrorisme, en het voorbereiden of ondersteunen daarvan, tegen te gaan.

De Raad van State en het College voor de Rechten van de Mens gaven in hun advies over de wet in 2016 aan zich nauwelijks bedreigingen voor de nationale veiligheid te kunnen voorstellen die niet onder de verruimde strafrechtmaatregelen zouden vallen.

In de afgelopen vijf jaar zijn de maatregelen dan ook maar weinig ingezet. Waar dit wel gebeurde, is vaak onduidelijk hoe terecht dat was. De procedure is weinig transparant en door de vage criteria liggen willekeur en discriminatie op de loer. Zo kreeg een imam een gebiedsverbod in twee Haagse wijken opgelegd op basis van een NCTV-rapportage die een citaat bevatte waarin hij leek op te roepen tot de jihad, maar het citaat was uit zijn context gehaald.

Verdachtmaking

In één geval werd beroep aangetekend, waarna de rechter achteraf oordeelde dat de inzet van de maatregel onterecht was. In de tussentijd hebben de maatregelen, en de daarbij behorende verdachtmaking, grote impact op de levens van mensen. In plaats van tot deradicalisering te leiden werkt dit radicalisering eerder in de hand.

Over de effectiviteit van de tijdelijke wet bestaan twijfels. Een recente evaluatie van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van JenV concludeerde dat de verwachtingen nauwelijks zijn uitgekomen. Zo is de werking van het (fysieke) contactverbod beperkt, gezien de contactmogelijkheden die het internet biedt.

Raad van State

Bij het gebiedsverbod is wel enig effect gesorteerd, maar bestaat het vermoeden dat activiteiten zich simpelweg naar een andere plek verplaatsen. De Raad van State is, net als in 2016, opnieuw zeer kritisch en wijst erop dat het niet goed mogelijk blijkt empirisch te onderzoeken of de tijdelijke wet leidt tot het voorkomen van aanslagen of een vermindering van het dreigingsniveau.

De zorgen die in 2016 over de wet bestonden zijn anno 2021 dus niet weggenomen. Integendeel, door wat we nu weten over de uitvoering ervan zijn ze eerder versterkt.

En dat is nog niet alles, want de situatie is nu anders dan vijf jaar geleden. Aanleiding voor de wet in 2016 was het hoge dreigingsniveau. Nederlandse uitreizigers waren actief in IS en Europa had in 2015 (Parijs) en 2016 (Brussel) grote aanslagen meegemaakt.

Nu wil de regering de wet loskoppelen van het dreigingsniveau, dat volgens de NCTV momenteel minder hoog is dan toen. Dit is de glijdende schaal waarvoor vaak door experts wordt gewaarschuwd: het in noodsituaties tijdelijk inperken van grondrechten, van vrijheden, kan er stilletjes toe leiden dat normen blijvend worden aangetast.

Proportionaliteit

Instanties wennen aan hun verruimde bevoegdheden en geven die niet graag weer op. Maar de wet was niet voor niets tijdelijk. Als de mate van dreiging niet langer leidend is, hoe kan het inperken van burgerrechten dan nog worden gerechtvaardigd? De grote twijfels over de proportionaliteit van de wet die in 2016 al bestonden, zijn dus enkel gegroeid.

Als er al een noodzaak is voor bestuurlijke maatregelen, dat is minimaal nodig dat een rechter vooraf toetst of die passend zijn, zoals het Verenigd Koninkrijk met soortgelijke maatregelen doet. Belangrijker nog is het om te investeren in het tegengaan van radicalisering, bijvoorbeeld via jongerenwerk en wijkpolitie. Om met radicale mensen in gesprek te blijven in plaats van hen met verboden uit te sluiten.

Daarom roepen we politieke partijen op om tegen verlenging van deze wet te stemmen. Natuurlijk, onze maatschappij moet worden beschermd. Maar de cruciale gewetensvraag is hoe we dat moeten doen. Laten we de vrijheden die we tegen terroristen willen beschermen, niet lichtvaardig aantasten.

Willemijn Verkoren is universitair hoofddocent Conflictstudies aan de Radboud Universiteit. Corinne Ellemeet is Tweede Kamerlid voor GroenLinks.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden