Opinie

Opinie - Wie zich niet schaamt voor Nederlands verleden kent de slavenkastelen in Ghana niet

Nederland heeft zich in Ghana aan misdaden tegen de menselijkheid schuldig gemaakt

Kanon bij Elmina Castle in Ghana. Foto EPA

Historicus Hubert JMW Peters schrijft dat hij geen schuld of schaamte draagt voor de daden van onze 17de-eeuwse voorouders. Hoog tijd, meneer Peters, dat u eens iets leest over de Hollandse slavenkelders in Ghana.

Afgelopen maand bezocht ik in Ghana zowel Elmina Castle als Cape Coast Castle - twee slavenforten die in de 17de eeuw in bezit waren van Nederland. Helaas weten maar heel weinig Nederlanders van ons koloniale verleden op het Afrikaanse continent; we horen er zelden over.

Tussen 1637 en 1814 werden er in Elmina Castle, onder auspiciën van de West-Indische Compagnie, per jaar zo'n 30 duizend mensen verhandeld. In de kerkers onder dit fort, in bedompte ruimtes van zo'n 6 bij 12 meter groot, propten de Nederlanders zo'n duizend Afrikanen op elkaar; een onvoorstelbare hoeveelheid mensen voor zo'n ruimte. Toen ik de kerker bezocht, stonk het er naar kattenpies. En dat was al een ondraaglijke stank. De gevangenen van onze Hollandse voorouders stonden hier minstens zes weken lang aan elkaar vastgeketend, voordat zij werden verkocht en verscheept naar de 'Nieuwe Wereld'. Velen van hen stierven dan ook.

In de jaren zeventig deden de universiteit van Syracuse (Verenigde Staten) en de universiteit van Ghana gezamenlijk onderzoek naar de muren van deze Hollandse slavenkelders in Ghana. Op de muren vonden de wetenschappers resten uitwerpselen tot zo'n 60 cm boven de vloer, de hele kerker rond.

Conclusie: de aan elkaar geketende slaven stonden er wekenlang in hun eigen uitwerpselen, de poep tot boven hun knieën. De universiteit van Ghana hield er onlangs nog met vrijwilligers een experiment. Hoe is het om in zo'n kerker, zonder wc, aan elkaar geketend te zijn? Na zes uur werd het onderzoek gestaakt. Reden? Het was absoluut ondraaglijk.

Maar dit was niet de meest mensonterende kerker van het Nederlandse slavenfort. Dat was namelijk de kerker van de terdoodveroordeelden. Achter een kleine deur, met daarboven een wandplaat met een doodshoofd en botten, sloten onze voorouders hun 'opstandige' gevangenen op. Zij stierven er, zonder licht, water of eten, een gruwelijke, langzame dood. Nieuwe 'opstandigen' werden tussen de stervende en al dode mensen gegooid. In de granieten vloer van deze ruimte kerfden de gevangenen diepe groeven met hun ketens, je ziet er rechte lijnen en cirkels. Een soort doodskunst: uitingen van totale wanhoop en leed. De Hollanders, altijd zuinig, ruimden de kerker pas als iedereen dood was. Kunt u zich dit voorstellen, meneer Peters, zonder dat u zich schaamt?

Boven deze kerkers staat de Hollandse Gereformeerde kerk. De stank uit de kerkers moet in de kerk te ruiken zijn geweest. Maar in de kerk hangt een haast serene wandplaat die De Heere en zijn woonplaats in het paradijs beschrijft. Weer boven deze kerk is het appartement van de Hollandse gouverneur. Wanneer hij maar wilde, koos hij een vrouw uit de vrouwenkerker, door lokale Nederlanders 'Het Hoerenhol' genoemd. De Nederlanders creëerden in Ghana hun eigen versie van hemel en hel.

Elmina Castle

Nederland heeft zich met de slavenhandel eeuwenlang schuldig gemaakt aan misdaden tegen de menselijkheid. Het zou goed zijn als de heer Peters, historicus van beroep, zich hierin wat meer zou verdiepen. Nog beter is het dat de Nederlandse regering haar koloniale geschiedenis zou (er)kennen, en excuses zou maken aan de nakomelingen van de slachtoffers van zulk diep menselijk leed.

Misschien hoeven we ons dan ooit wat minder te schamen - als natie en als burger.

Hans Broek werkt aan een expositie over ons slavernijverleden.

Hans Broek werkt aan een expositie over ons slavernijverleden
Meer over