Opinie

Opinie: Wie de spelerssalarissen ziet, begrijpt de oprichting van European Super League

Alle ophef over de oprichting van een Europese topcompetitie is begrijpelijk, maar de behoefte van de topclubs aan die competitie is het ook, schrijft Maurice Ruygers Vaillant.

Bayern München viert het winnen van de Champions League. Beeld Reuters
Bayern München viert het winnen van de Champions League.Beeld Reuters

Na de aankondiging van twaalf ‘grote voetbalclubs’ om de ESL te starten, stak een storm verontwaardiging op. De buitenlandse clubeigenaren werd hebzucht verweten, evenals minachting van de fans. Het zijn vooral emoties die het nieuws halen en die raken ook mijn supportershart. In alle consternatie werden de mogelijke oorzaken echter onvoldoende belicht. De ‘grote clubs’ zetten jaarlijks honderden miljoenen om, maar echt winst maken blijkt moeilijk; een grote club als Barcelona is nagenoeg failliet.

De Champions League is de heilige graal van het voetbal. Voor de supporters is het de trots en eer wanneer hun club toetreedt tot het illustere gezelschap, voor de clubeigenaren tellen vooral de inkomsten. Al vaker hebben de grote clubs de UEFA ‘gechanteerd’ om meer inkomsten voor henzelf mogelijk te maken. Maar het echte probleem zijn niet de achterblijvende inkomsten.

De kosten voor spelerssalarissen zijn een groter probleem. Volgens consultants van Deloitte in de Deloitte Annual Review of Football Finance 2019 gaven Engelse Premier League clubs in 2018 gemiddeld 59 procent van hun inkomsten uit aan salarissen, in 2017 was dat 55 procent.

In Italië lag dat percentage in 2018 op 68 procent, in Duitsland was dat zowel in 2018 als in 2017 53 procent. In Spanje gingen de inkomsten in 2018 voor gemiddeld 66 procent naar spelerssalarissen. Barcelona besteedde in 2019 80 procent aan het uitbetalen van salarissen. In 2018 is gemiddeld in de grote competities het salarispercentage gegroeid naar 62 procent. Nog verontrustender is dat de salarissen harder stijgen dan de inkomsten.

In de plannen van de ESL staat dat de clubs zich moeten houden aan een salary cap; maximaal 55 procent van de inkomsten mag worden besteed aan salarissen. De ESP beseft dat wanneer de uitverkoren clubs allen jagen op de dezelfde topspelers, de salarissen nog verder de pan uit rijzen. Dat zou op langere termijn ook deze nieuwe ‘goudmijn’ weer laten opdrogen. Cui bono? Waarom horen wij de UEFA en de nationale bonden hier niet of nauwelijks over?

Maurice Ruygers Vaillant, Rotterdam

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden