OpinieRechtspraak

Opinie: Wie de rechtspraak wil vernieuwen, stuit op rechters en advocaten

De Nederlandse rechtspraak doet te vaak niet waarvoor het is ingesteld; het corrigeert niet en verschaft geen genoegdoening. Ook rechters, advocaten en andere hoeders van ons recht kampen voor een aanzienlijk deel met onmacht, betoogt juridisch expert Harry Teernstra.

22 personen komen in verzet tegen boetes die hen werden opgelegd voor het overtreden van coronaregels in Nijmegen, Arnhem, Tiel, Culemborg, Brakel, Duiven en Groesbeek.  Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
22 personen komen in verzet tegen boetes die hen werden opgelegd voor het overtreden van coronaregels in Nijmegen, Arnhem, Tiel, Culemborg, Brakel, Duiven en Groesbeek.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Zo’n zestig jaar geleden reed ik met mijn brommer Union Sachs door een stoplicht dat op rood stond. Ik kreeg een boete van 25 gulden. Voor mij als scholier een kapitaal, dat ik met mijn krantenwijk moest terugverdienen.

Toen ik erachter kwam dat een kapitaalkrachtig persoon voor wie 25 gulden een schijntje was, voor dezelfde overtreding dezelfde boete kreeg, voelde ik voor het eerst van mijn leven juridisch onrecht knagen. Dat vond ik zo oneerlijk, dat ik gebruik maakte van de mogelijkheid dit aan een rechter voor te leggen.

Ik schreef het eerste pleidooi van mijn leven, waarin ik vol vuur betoogde dat de hoogte van de boete afgestemd diende te zijn op de financiële positie van de overtreder en dat ik dus minder diende te betalen dan een rijkaard. Mijn betoog leverde een instemmend applausje op van collega-overtreders. De rechter was kennelijk ontstemd, ging met geen woord in op mijn argumenten en maakte een eind aan de zitting. Zijn vonnis was evenmin gemotiveerd en kwam in wezen niet verder dan het verdict dat de boete van 25 gulden in stand bleef. Weer voelde ik onrecht.

Onmacht

In de zestig jaren die volgden, bleef dit onrecht in stand, al mijn pogingen het de wereld uit te helpen ten spijt. In andere landen, zoals Zweden en Zwitserland, is de hoogte van de boete wel afgestemd op de financiële positie van de overtreder. Dat stemt in die landen velen tot tevredenheid.

In september concludeerden Maurits Barendrecht en Maurits Chabot in deze krant (Opinie en Debat, 11 september) na een analyse van de Nederlandse rechtspraak dat de rechtspleging ‘een onmachtprobleem heeft’. Die onmacht ligt voor een aanzienlijk deel ook bij rechters, advocaten en andere hoeders van ons recht: zij blijken keer op keer niet de aangewezen figuren om wezenlijke veranderingen door te voeren, waarmee rechtzoekende burgers hun voordeel zouden kunnen doen.

Het probleem is, zoals beide heren betogen, inderdaad dat onze rechtspraak ‘niet met de tijd is meegegaan’. Als er al iets verandert, is die verandering incestueus zuinig. De hoeders van ons recht kennen elkaar en hebben er daarom geen behoefte aan kritisch hun nek uit te steken. Ze houden het graag bij het oude. Lekenrechtspraak is dan ook een woord dat ze niet over hun lippen krijgen, ook al functioneert die in bijvoorbeeld Duitsland tot alle tevredenheid.

Advocaten maken misbruik

Barendrecht en Chabot pleiten terecht vol vuur voor regelingen in der minne, en voor mediation, die de ellende van jarenlange procedures, door hen tot ‘loopgravenoorlogen’ gedoopt, tot een einde moeten brengen. Een groot deel van die ellende dient echter op rekening geschreven te worden van rechters, advocaten en andere hoeders van ons recht, die fouten maken en schade veroorzaken, maar van een regeling in der minne niet willen weten.

In tegenstelling tot medisch letsel, dat mede dankzij advocaten een begrip is geworden, bestaat er zo goed als geen jurisprudentie over juridisch letsel, waar slachtoffers gebruik van zouden kunnen maken. In de juridische praktijk maken advocaten misbruik van de verplichte procesvertegenwoordiging. Zelfs bij vaststaande fouten, zoals het overschrijden van een geldende termijn, stellen advocaten en hun beroepsaansprakelijkheidsverzekering simpelweg dat de fout geen of nauwelijks schade heeft veroorzaakt. ‘Indien en voor zover de rechtzoekende burger het daar niet mee eens is, staat het hem vrij zich tot de rechter te wenden.’

Daar heeft de rechtbehoevende echter een advocaat voor nodig, die hij steeds vaker niet kan vinden of betalen. Talloze burgers vinden om ontoelaatbare redenen immers geen advocaat. Menig rechtzoekende blijkt rechteloos en behept met een levenslang onrecht. Het recht doet te vaak niet waarvoor het is ingesteld; het corrigeert niet en verschaft geen genoegdoening.

Kritiek van burgers

Er zijn veel meer fouten, feiten en argumenten die wijzen op de noodzaak de rechtspraak wezenlijk te veranderen. Maar veranderingen blijven uit. De hoeders van ons recht leveren al mijn hele leven bewijzen voor het feit dat zij die veranderingen niet alleen kunnen realiseren.

Om duidelijkheid en inzicht te krijgen over de staat van ons recht en de noodzakelijke veranderingen, is naast gedegen onderzoek een brede, maatschappelijke discussie bitter noodzakelijk. Aan die discussie en dat onderzoek dienen naast de mensen die werkzaam zijn in de juridische wereld, ook betrokken burgers deel te nemen; mensen die ons recht ter harte gaat.

In een rechtsstaat dient de vrijheid van meningsuiting zich ook uit te strekken tot kritiek van burgers op hun recht. Voor die kritiek is er doorgaans geen forum, geen podium, terwijl dit essentieel is. Zoals wijlen professor J. Leijten liet optekenen: ‘Lever de rechtspraak de tegenspraak die ze nodig blijkt te hebben om tot bloei te komen en geef overtuigingen met recht een forum, een podium.’

Harry Teernstra is juridisch expert en schreef diverse boeken over het recht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden