Opinie

Opinie: Wie controleert de doe-het-zelfburgemeesters?

Een grote groep burgemeesters luidde de noodklok over het coronabeleid in de praktijk, sommigen proberen hun eigen weg te vinden tussen de regels door. Eens te meer blijkt hoe ondemocratisch hun ambt is. Hun politieke rol vereist dat ze worden gekozen.

Hans Wansink
De horeca was uit protest open in Valkenburg op 15 januari, met instemming van burgemeester Prevoo.   Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant
De horeca was uit protest open in Valkenburg op 15 januari, met instemming van burgemeester Prevoo.Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Eindelijk, na al die ellende van de overstromingen van afgelopen zomer, was het weer ouderwets gezellig in Valkenburg. ‘Vrijdagmiddag twee uur en het café was vol’, noteerde Margriet Oostveen in haar column van 18 januari. Op tafel stonden drie bellen witte wijn ‘om de eigenaar te steunen’. Drie aangeschoten zestigers riepen boven het lawaai uit: ‘Wij zijn geboosterd dus dit mag!’. Oostveen: ‘Er sproeide wat consumptie richting mijn eenzame mondkapje.’ De gang van zaken in Valkenburg leek niet echt op een prudent coronabeleid, dacht Oostveen bij zichzelf.

Zij vroeg belet bij Daan Prevoo. Hij was de eerste burgemeester die akkoord ging met tijdelijke opening van winkels en horeca bij wijze van ‘demonstratie’. Andere burgemeesters volgden zijn voorbeeld: we doen het coronabeleid wel zelf. Waren zij wel verantwoord bezig? Prevoo haalde zijn schouders op. ‘De samenleving is voortdurend in beweging, maar het openbaar bestuur is log en stroperig, ik zou bijna zeggen onwrikbaar’.

Geen zorgen

En wie kon doe-het-zelfburgemeester Prevoo wat maken? Hij was, zo verzekerde hij Oostveen, ‘het bevoegd gezag dat ik van de koning heb gekregen’. Inderdaad, Prevoo hoeft zich bij de komende gemeenteraadsverkiezingen (16 maart) geen zorgen te maken, want we kunnen de burgemeesters niet wegstemmen. Terwijl het coronabeleid bij uitstek onderwerp zou moeten zijn van de lokale verkiezingscampagnes.

De benoemde burgemeester berust op de fictie dat hij of zij boven de partijen zou staan. Maar in werkelijkheid zijn de beslissingen van burgemeesters om demonstraties wel of niet toe te staan, wel of niet op te treden tegen ‘demonstrerende’ caféhouders, winkeliers en theatermakers, politieke beslissingen. Daarover moeten de kiezers hun oordeel kunnen uitspreken.

‘We kunnen niet bij alle 7.000 horecagelegenheden een bromsnor neerzetten’, verklaarde burgemeester Femke Halsema van Amsterdam begin november. Zo motiveerde ze haar beslissing van het controleren op de coronapas geen topprioriteit te maken. Burgemeesters worden nu eenmaal gedwongen keuzes te maken hoe ze hun beperkte middelen en menskracht kunnen inzetten.

Veel geknal

Zo werd er rond de jaarwisseling niet al te veel energie gestoken in de handhaving van het vuurwerkverbod, met als resultaat twee keer zoveel geknal als vorig jaar. Sommige burgers knalden lekker mee, anderen keurden het af. Ook in kwesties als de opvang van asielzoekers maken burgemeesters hun eigen afwegingen, die lang niet altijd stroken met het landelijke beleid. Dat geeft ook niet, want wat in Den Haag wordt afgesproken, is op lokaal niveau vaak niet de meest wenselijke oplossing, soms zelfs onuitvoerbaar.

In dit licht moet ook de noodkreet (in de Volkskrant van 20 januari) van Halsema en dertig andere burgemeesters over het in hun ogen onmogelijke coronabeleid van de rijksoverheid worden verstaan. Ze betreuren dat de aandacht van naleving en zelfregulering verschoof naar handhaving. Ze voelen zich gereduceerd tot ‘uitvoerders van landelijke maatregelen die dwingend aan burgers werden opgelegd’, in plaats van ‘mede-eigenaar van de crisisbestrijding’.

Raad van Europa

Dat burgemeesters niet langer kunnen worden beschouwd als louter neutrale vertegenwoordigers van de Kroon in gemeenten en steden, maar geleidelijk aan een steeds politiekere rol hebben gekregen, is ook de Raad van Europa opgevallen. In een recent rapport constateerde de Raad, de hoogste mensenrechtenorganisatie van het Europese continent, dat de manier waarop burgemeesters in Nederland worden benoemd, niet democratisch genoeg is. De Raad van Europa wijst erop dat Nederland in 1991 een Charter of Local Self-Government heeft geratificeerd en dat als gevolg daarvan de burgemeesters direct gekozen moeten worden.

Maar daar blijft het niet bij. De rapporteurs van de Raad, die uitgebreid onderzoek hebben gedaan in ons land, hekelen de touwtrekkerij over bevoegdheden tussen gemeenten en provincies, waardoor onduidelijk is wie voor wat verantwoordelijk is. Vergeleken met andere Europese landen beschikt het lokaal bestuur in Nederland over veel te weinig bronnen van inkomsten en mogelijkheden belasting te heffen.

Ten slotte plaatst de Raad van Europa kanttekeningen bij de 25 veiligheidsregio’s die een belangrijke rol spelen bij het coronabeleid: wie controleert die regio’s en aan wie leggen zij verantwoording af? Burgemeesters zijn meer dan ooit prominente, politieke figuren. De consequentie is dat burgemeesters moeten meedoen in de lokale verkiezingsstrijd, concludeert de Raad. Zo is het.

Hans Wansink is journalist.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden