OpinieKIJK OP DE GESCHIEDENIS

Opinie: Wat leert het omdopen van standbeelden en straatnamen ons?

In Oost-Europa kregen straten na de val van het Sovjet-regime nieuwe namen. In Vught siert burgerrechtenactivist Rosa Parks nu een villawijkje op. Wat leert al dat omdopen, vraagt Olaf Tempelman zich af. 

De Rosa Parksstraat in Vught. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Je kunt anders over het verleden gaan denken en geschiedenisboeken herschrijven, je kunt standbeelden omver trekken en straten hernoemen, maar je kunt het verleden niet uitwissen. Daar waar ze het proberen, duiken altijd aanwijzingen op dat het verleden echt heeft bestaan.

In Boekarest werden in 1989, zoals in heel Oost-Europa, standbeelden van Lenin en lokale zetbazen van de Sovjet-Unie omvergetrokken. De jaren erna kregen straten die vernoemd waren naar communisten nieuwe namen. Helaas: het communistische regime had niet alleen met straatnamen en standbeelden zijn stempel op de stad gedrukt: het had het stratenplan van het centrum grondig herzien en eindeloze buitenwijken vol betonnen hoogbouw opgetrokken.

Een van de langste en lelijkste boulevards met communistisch beton heet tegenwoordig naar de vooroorlogse premier Iuliu Maniu, die in 1953 stierf in de Roemeense Goelag. Wat bedoeld is als eerbetoon, is in de praktijk een pijnlijke illustratie dat niet Maniu, maar het regime waarvan hij slachtoffer was zijn stempel op de geschiedenis drukte.

Het schuurt vaker tussen straten en straatnamen. Rosa Parks was een kleinbehuisde zwarte burgerrechtenactivist en kreeg onlangs een straat in een gloednieuw villawijkje in Vught. De villa’s vertellen dat slimme vastgoedjongens aan het langste eind trokken in een plaats met te weinig sociale huurwoningen, maar iemand bedacht dat alle straten moesten worden vernoemd naar strijders voor onderdrukten en armen.

Moraal : Het is makkelijker een straat naar Rosa Parks te vernoemen dan, nou ja, in de geest van Rosa Parks te handelen. Met het omvertrekken van een bronzen standbeeld van een 17de-eeuwse zeevaarder verander je de geschiedenis niet.

Je kunt ertegenin brengen dat het ­actievoerders tegen standbeelden niet gaat om het brons maar om wat eronder verscholen ligt: een oordeel over de geschiedenis. Als historici de geschiedenis anders gaan bezien en zelfs tot de conclusie komen dat zij die als helden te boek stonden massamoordenaars waren (op eiland Banda Neira prijkt de naam J.P Coen niet onder een standbeeld maar boven een genocidemonument ter nagedachtenis van de ‘tuchtiging’ van 1621), ligt het voor de hand dat actievoerders daar hun conclusie aan verbinden.

Aandacht trekken

Standbeelden en straatnamen staan, kun je zeggen, voor ‘voortschrijdend inzicht’, de in brons gegoten en in straatnamen gevangen versie van de geschiedenis volgt de geschreven versie. Dat er de laatste eeuw in zo veel landen zo veel straten zijn herdoopt en zo veel standbeelden zijn vervangen, heeft ook nog een andere reden: het is een snel en eenvoudig procedé dat zich bij uitstek leent om aandacht te trekken in een politieke strijd. Het typische van veel bewegingen die het op standbeelden en straatnamen hebben gemunt, of ze nu rechts, links, wit, zwart, nationalistisch of internationalistisch zijn, is dat ze vaak niet strijden vóór een andere kijk op het verleden, maar tégen een vijand in het heden.

Van schrijver Leslie Hartley is de klassieke zin: ‘The past is a foreign country, they do things different there.’ J.P. Coen kreeg in zijn eigen tijd al reprimandes voor zijn ‘tuchtigingen’ en had nooit een Coentunnel verdiend – maar álle 17de-eeuwse prominenten medeplichtig maken aan VOC-excessen is zoiets als alle niet-vegetarische BN’ers de praktijken in de vleesverwerkingsbedrijven verwijten.

Dat mensen zich in ‘het vreemde land’ dat het verleden is vaak gedragen als in hun eigen land, komt doordat ze de facto bezig zijn met hun eigen tijd. Waar een beeld sneuvelt en een ander beeld wordt neergezet, wordt een politieke vijand een slag toegebracht. De nationalistische voetbalsupporters en antiracismedemonstranten die deze maand in Engeland uit elkaar moesten worden gehouden bij standbeelden van Churchill, verschilden in dat opzicht niet van de iconoclasten en iconodulen in het Byzantijnse Rijk van de 8ste eeuw. Kerken waar iconen werden vernield, kwamen in handen van de iconoclasten. Kerken waar iconen bleven staan, waren succesvol door de iconodulen verdedigd. Achthonderd jaar later gebeurde hetzelfde in de Beeldenstorm in noordwest- Europa. Kerken waar de beeldenstormers in 1566 huishielden, werden voor de katholieke mis onbruikbaar. Kerken die Rome heroverde, kregen snel hun beelden terug.

Het omvertrekken van beelden is een symbolische manier om af te rekenen met het verleden en herhaling ervan te voorkomen. De paradox is dat beeldenstormen in de praktijk vaak bij uitstek voortzettingen of herhalingen van de geschiedenis zijn. Op veel plekken waar de laatste eeuw beelden sneuvelden, volgde binnen vijftig jaar een nieuwe ronde waarin het ‘kamp van de gesneuvelde beelden’ wraak nam.

Plasjes

Het eerste wat de communistische regimes deden die Stalin in Oost-Europa aan de macht bracht, was het steden zuiveren van bourgeoisstandbeelden en -straatnamen. Vier decennia later werden dezelfde steden op vrijwel identieke wijze van communistische beelden en namen gezuiverd. De Joegoslavische partizanen haalden in de Kroatische hoofdstad Zagreb alle namen weg van Kroatische nationalisten. Vier decennia later ontdeden Kroatische nationalisten Zagreb zo mogelijk nog grondiger van partizanennamen en zetten nog grotere nationalistische standbeelden terug.

Uit voormalig Joegoslavië komt de wijsheid dat honden hun territoria markeren met plasjes, nationalisten met standbeelden en straatnamen. Al vaker is geconstateerd dat nationalisme en identiteitspolitiek overeenkomsten hebben. De adepten denken exclusief, niet inclusief: één groep claimt heroïek en slachtofferschap – van een andere natie, een ander geslacht, andere huidskleur, andere klasse – voor zichzelf. In de VS kun je wachten op een Republikeinse burgemeester met Trump-pet die een nieuw Jefferson-beeld onthult om te showen dat hij ‘zijn territorium’ terugheeft. De strijd tegen het Coen-beeld in Hoorn noopte Thierry Baudet onlangs de bronzen Coen te eren met een bos bloemen.

Weinig standbeelden en straatnamen zijn de laatste eeuw met brede instemming verwijderd. Om de bronzen Stalins die na 1956 sneuvelden in het kader van de destalinisatie, hebben weinigen in de toenmalige Sovjet-wereld tranen gelaten. Bij de Lenins die in 1989 omvergingen, lag dat anders: miljoenen functionarissen zagen met die 5 meter hoge Lenins hun macht verschrompelen.

Dictator Saddam Hoessein leek in wreedheid op Stalin. Toen de grote bronzen Saddam van Bagdad in 2003 werd neergehaald, spraken de media wereldwijd over ‘een volksfeest’. In werkelijkheid vierden alléén Iraakse sjiieten feest en zagen soennieten het met lede ogen aan. Die bronzen Saddam stond voor hén voor privileges – Saddam was een­ ­tiran, maar wel eentje van hen. Online schreef iemand over J.P. Coen: ‘hij was wreed, maar wel een Nederlander .’

Olaf Tempelman is redacteur van de Volkskrant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden