Opinie

Opinie - Waarom ik wél lid word van het corps

Studentenvereniging Vindicat in Groningen. Beeld anp

In de discussie over het corps mis ik vaak een correct gebruik van feiten en vooral nuance, zo ook in de opinie van Rosa van Gool. Eerst de feiten: Reinout Pfeiffer overleed inderdaad aan het drinken van een liter jenever, alleen gebeurde dit niet tijdens de introductietijd van Vindicat, maar tijdens een huisontgroening. Weliswaar vond die plaats in een corpshuis, maar huisontgroeningen heb je niet alleen in corpshuizen.

Ten tweede is brassen niet 'een soort vechten'. Er komt geen geweld en woede aan te pas. Brassen is eerder een gecontroleerde vorm van stoeien, waarbij geduwd en getrokken mag worden, terwijl de revers van het jasje van de tegenstander worden vastgehouden. Het is dan ook een regel dat je elkaar altijd op de been helpt, mocht de ander op de grond vallen. Er zullen hierbij vast weleens ongelukken gebeuren, maar dat geldt ook voor alle contactsporten.

Ook herken ik de nadelige gevolgen voor de studie niet. Van veel vriendinnen heb ik gehoord dat studeren juist beter ging toen ze lid waren geworden van een vereniging. Verenigingen kennen namelijk nogal wat sociale controle. Tijdens een tentamenweek zitten jouw jaarclubgenoten de hele week te studeren en dan ga jij veel minder snel op een terras zitten. Een vriendin zei zelfs dat zij veel vaker in de UB zat en daar ook productiever was sinds zij lid was geworden, omdat ze dan met clubgenoten ging. Met bekenden om je heen ben jij echt niet de zwakkeling die als eerste Facebook opent.

Zelf zie ik het lidmaatschap van een vereniging als een verrijking van mijn studietijd. Volgend jaar augustus kies ik natuurlijk voor veel feesten, bier en gezelligheid. Maar ik kies ook voor onvoorwaardelijke loyaliteit aan elkaar, tientallen jaren aan tradities en vele mogelijkheden om mijzelf te ontplooien. Waar anders krijg je als twintiger de kans om te leren hoe je een vereniging met honderden leden draaiende houdt of hoe om te gaan met macht en hiërarchie?

Met dat laatste zouden verenigingen zeker meer kunnen doen. Niet iedereen is geschikt om met macht om te gaan. Hier ligt ook een mooie kans, want als hier meer aandacht aan besteed wordt, kunnen corpora hun leden iets heel waardevols leren.

Er zijn genoeg punten voor verbetering van studentenverenigingen en daar zijn zij ook al jaren mee bezig. Gezien het feit dat de Nederlandse corpora zijn opgericht tussen 1815 (Vindicat) en 1916 (RVSV) hebben zij gemiddeld 150 jaar aan tradities verzameld. Het kost nou eenmaal tijd om die te veranderen en afgelopen jaar zijn grote stappen vooruit gezet.

Ik kan me voorstellen dat het mysterie rond verenigingen geassocieerd wordt met foute dingen, maar dat mysterie maakt het juist zo mooi. Het lidmaatschap gaat ook over leven in het hier en nu. Met de keuze om lid te worden van het corps kies je voor een avontuur waarvan je niet weet wat het zal brengen, behalve dat het mooi wordt. Als het mysterie rond het corps wegvalt, beschadig je de tradities en dat zou zonde zijn. Het Nederlandse verenigingsleven is immers uniek.

Frieda Steinebach is student media, informatie en communicatie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.