OpinieZorg

Opinie: Waarom een coronabonus voor artsen geen goed idee is

Sympathiek, dat pleidooi voor ook een bonus voor jonge artsen die in de corona­crisis keihard werkten. Maar nodig is het niet, betogen Anna Verhulst, arts in opleiding tot internist en Thomas Schok, arts in opleiding tot chirurg.

Artsen en verpleegkundigen behandelen op de intensive care van het Hagaziekenhuis te Den Haag een coronapatient.Beeld Hollandse Hoogte / Studio Oostrum

Artsen zijn uitgesloten van de financiële bonus voor zorgpersoneel. Dat heeft in de medische wereld deze week veel stof doen opwaaien. Beroepsverenigingen laten zich horen in nationale kranten en individuele artsen plaatsen bericht na bericht op sociale ­media. Zij doen de oproep om in ­ieder geval beginnende artsen ook in aanmerking te laten voor de ­bonus van 1.000 euro.

Wij, beiden jonge artsen in opleiding tot medisch specialist, vinden dat een goedbedoeld maar slecht idee. In plaats daarvan pleiten we voor een oplossing voor twee veel grotere onderliggende problemen: duurzame inzetbaarheid van (jonge) artsen en begrotingstekorten in de zorg.

De oproep op sociale media komt veelal van specialisten die het opnemen voor hun jongere collega’s. Die waardering stellen we zeer op prijs. Want ook wij hebben gezien dat er  tijdens de coronacrisis ontzettend hard gewerkt is door jonge artsen. Er zijn zonder morren extra diensten gedraaid en veel buiten­gewone prestaties geleverd in een onzekere en spannende tijd. Dat mag zeker beloond worden.

Maar een financiële beloning zou slechts dienen als camouflage voor een veel groter, onderliggend probleem, dat nu mede door de coronacrisis eindelijk bespreekbaar is geworden.

50 uur

Al jarenlang loopt de werkdruk, dienstbelasting en administratiedruk in de zorg steeds verder op. Voor jonge artsen zijn werkweken van meer dan 50 uur met in de avonduren nog een promotietraject, geen uitzondering. Aan het begin van onze carrière zitten we bovendien allemaal in een ongekend afhankelijke positie; bij het verwerven van een promotieplek of het succesvol afronden van een medisch specialistische vervolgopleiding staat de mening van directe supervisoren vaak voorop. En dus was het adagium heel lang: niet zeuren, hard werken en doorbijten tot je zelf specialist bent.

Voor werkdruk en duurzame inzetbaarheid van jonge artsen komt de laatste jaren voorzichtig iets meer aandacht. Maar pas tijdens de coronacrisis is het voor artsen, jong en oud, normaal geworden om zaken als werkbelasting en emotionele ervaringen zonder stigma met elkaar te bespreken. Het besef dat we pas op hoog niveau zorg kunnen leveren als we ook goed voor onszelf zorgen, kwam onder de hoge druk van de coronacrisis eindelijk in een helder daglicht.

Dat is precies de trend die we nu door moeten zetten: aandacht voor goede arbeidsomstandigheden.

De welgemeende steun van medisch specialisten die ons een financiële bonus gunnen, kan veel beter worden doorgetrokken naar bijval voor betere arbeidsvoorwaarden, adequate compensatie van diensten en minder administratielast. Dat komt de opleiding, inzetbaarheid en vooral ook de bevlogenheid van álle zorgprofessionals ten goede.

Verantwoordelijkheid

Maar waarom dan niet én duurzame verandering én een financieel extraatje? Wat dat betreft willen wij een appèl doen op maatschappelijke verantwoordelijkheid. Als jonge artsen ontvangen wij elke maand een prima salaris: een arts in opleiding tot medisch specialist verdient 3.571 tot 4.546 euro bruto per maand, exclusief toeslagen. Bovendien gaan wij ervan uit dat ziekenhuizen zich tijdens de coronacrisis hebben ­ingespannen om overuren inclusief onregelmatigheidstoeslagen zorgvuldig te registreren. Ten slotte is er voor jonge artsen, zeker na het ­afronden van een specialistische ­vervolgopleiding, uitzicht op een ­bovengemiddeld salaris. Dit allemaal in tegenstelling tot collega’s die bijvoorbeeld in de verzorging en verpleging werken.

Ondertussen komt het nationale zorglandschap onder steeds grotere financiële druk te staan. We leveren noodgedwongen steeds verder in op de zorg voor de meest kwetsbaren in onze samenleving. Met alle extra kosten die met de coronacrisis zijn gemoeid en de economische weerslag die dat heeft gehad, moeten we ons er meer dan ooit bewust van zijn dat geld maar één keer kan worden uitgegeven.

Appèl

Met inachtneming van deze maatschappelijke context willen wij dan ook onze nek uitsteken en een moreel appèl doen op onze collega’s om geen verder beroep te doen op de schaarse overheidsgelden in deze onzekere economische tijden.

Laten we in plaats daarvan onze aandacht en tijd steken in duurzame oplossingen. Voor onszelf op de werkvloer, in de vorm van goede arbeidsvoorwaarden, maar vooral ook voor de maatschappij en onze (toekomstige) patiënten.

Immers, we hebben allemaal ooit een eed afgelegd waarin we beloven ons beroep uit te oefenen ten dienste van onze medemens, onze verantwoordelijkheid voor de samenleving te kennen en de toegankelijkheid van de gezondheidszorg te bevorderen. Wat je belooft, moet je ook doen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden