Opinie

Opinie: Volksvertegenwoordigers moeten niet de stijl, maar ideeën van hun kiezers weerspiegelen

Prikkelende opinies op een dag dat u er tijd voor heeft: de Volkskrant presenteert elke zondag twee bijdragen van een vaste club van acht auteurs. Eerder vandaag schrijver Sarah Sluimer, nu is het de beurt aan historicus Geerten Waling.

Pim Fortuyn op het congres van Leefbaar Nederland, 25 november 2001. Beeld anp

Peter Kwint is een nieuw Tweede Kamerlid van de Socialistische Partij. U kunt hem herkennen aan zijn getatoeëerde armen die uit de opgerolde mouwen van een fleurig overhemd steken. Kwint lijkt er een missie van te hebben gemaakt om de slechtst geklede man van het Binnenhof te worden. Niemand had gedacht dat Hans Spekman - de PvdA-voorzitter met een trui waar je een stevige bouillon van zou willen trekken - het edelmetaal ooit nog uit handen zou geven, maar nu is het dan toch gebeurd.

Toen hij nog woordvoerder was van Roemer en in de Amsterdamse gemeenteraad zat droeg hij nog weleens een vaal T-shirt, maar inmiddels zijn het vooral houthakkershemden. Toch oogt Kwint, met de half ontblote tatoeages en het hemd uit zijn spijkerbroek, nog altijd als de kwajongen die papieren vliegtuigjes gooit naar vak K, of die stiekem onder de bankjes de veters van de schoenen van Geert Wilders aan elkaar knoopt.

Zoals Spekman koddig afsteekt bij Asscher, zo steekt Kwint koddig af bij Roemer, zijn baas die zich altijd onberispelijk kleedt. Daarmee is ook alles gezegd, want Roemer is niet het type dat voor de lol een Italiaans maatpak aandoet. Een licht ongemak spreekt uit zijn ogen, volgens mij draagt hij liever een afgetrapte spijkerbroek met gympies, maar plichtsgetrouw respecteert Roemer de spelregels van het Binnenhof.

Saai

Voor vrouwen lijkt het makkelijker, die hoeven zich niet zoals mannen te conformeren aan een stijf uniform, maar ook voor hen maakt het een groot verschil of zij een mantelpak dragen of een omgewerkt bloemetjesgordijn (en ja, dat komt voor).

Juist mooi toch, als ook politici lekker zichzelf zijn? Als zij zich afkeren van die stijve harkentraditie van het parlement? Nou nee. 'Dragen waar je je lekker bij voelt' is in ons land een groot goed, je zou het zelfs onze volksaard kunnen noemen, maar niet als je een zetel bezet die het vertrouwen van tienduizenden burgers belichaamt. Casual verandert dan van een gezellige eigengereidheid in een regelrechte belediging van het electoraat.

Al die kostuums en mantelpakjes lijken saai en conformistisch, maar het is in een democratie wel belangrijk dat er politici zijn met een zeker gevoel voor decorum. Al was het alleen al omdat zij daarmee aangeven dat zij hun ambt serieus nemen en dat zij het respect verdienen dat past bij hun verantwoordelijke positie. Dat doen de meest rabiate outsiders in het parlement - van Denk tot PVV. En Kamerlid Hiddema laat zien dat zelfs een man, met een beetje creativiteit en wat geld, makkelijk met zijn kleding boven de grijze massa kan uitstijgen.

Uggs

Dat Kwint zich kleedt zoals hij zich kleedt is geen statement, zei hij in een interview met Trouw, maar toch vond hij het niet erg dat 'het niet-pakdragend deel van Nederland zo een plek heeft in de Kamer'. Hij heeft gelijk dat alle Nederlanders, dus ook de 'getatoeëerde klasse' (in de woorden van David Van Reybrouck), zich vertegenwoordigd moeten voelen in het parlement, maar daarbij vergeet hij even dat dat niet door hun letterlijke evenbeeld hoeft te gebeuren. (Als dat zo was, dan zouden er alleen nog maar Birkenstocks en Uggs door de Kamer stampen.)

Zestien jaar geleden kozen massa's Nederlanders - juist de mensen die in het dagelijks leven een grote afkeer van stijl vertonen - maar wat graag voor een politicus die zich in niets zo gedroeg als zij. Toch wist 'professor Pim' precies de juiste snaar te raken. Zijn electoraat was ervan overtuigd dat hij wist wat er speelde onder de gewone man. Hij - een homoseksueel met een Bentley, een geaffecteerde stem, een dikke Cubaan tussen de lippen en om het lijf altijd maatpakken met dure dassen, vet opgeknoopt in een dubbele windsor.

De geschiedenis van Pim Fortuyn leert ons dat juist 'niet-pakdragend Nederland' heel graag serieus genomen wil worden. En dat volksvertegenwoordigers niet de stijl van hun electoraat moeten weerspiegelen, maar zijn ideeën.

Geerten Waling is historicus, onderzoeker aan de Universiteit Leiden en auteur van o.a. Zetelroof (Nijmegen: Vantilt 2017).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.