Opinie: verwar journalistiek niet met wetenschap

'Bolkestein verwart journalistieke hoor- en wederhoor met academische mores'

Bolkestein verwart journalistieke hoor- en wederhoor met academische mores, betoogt Marijn Oudenampsen.

Frits Bolkestein in zijn werkkamer. Foto Guus Dubbelman / de Volkskrant

In de Volkskrant van 7 februari geven Frits Bolkestein en Herman Vuijsje blijk van ongenoegen over mijn proefschrift.

Wat Bolkestein mij bovenal aanrekent, is dat ik hem niet heb gesproken. En dat ik van alles beweer, zonder dat bij hem even telefonisch te hebben nagevraagd. Wie op vlinders promoveert, gaat toch vlinders kijken? Hij lijkt hier het journalistieke principe van hoor- en wederhoor te verwarren met de academische mores. Voor wie een literatuurstudie doet, zijn boeken de vlinders. En laat het nou net zo zijn, dat ik hier in mijn werkkamer een prachtige vlindercollectie heb.

Daarbij spreekt een politicus natuurlijk niet belangeloos. Een politicus kan er juist belang bij hebben om het ideologische karakter van zijn denken sterk te relativeren, zoals de VVD'er Patrick van Schie al eens opmerkte. Zo win je anderen voor je standpunten. Ik heb daarom enige kritische distantie willen bewaren om op onafhankelijke wijze onderzoek te kunnen doen. Wat Bolkestein mij over de telefoon zegt over zijn ideeën van twintig jaar terug, is op geen enkele manier gezaghebbender dan de primaire bronnen uit die tijd zelf.

Bolkestein geïrriteerd over proefschrift dat hem betitelt als gangmaker Nieuw Rechts

'Ik ben geen conservatief. Ik schreef in 1977 al dat ik links ben wat betreft individuele vrijheden en rechts wat betreft het collectief beslag op de economie. De taboes over immigratie waren niet langer houdbaar. Het was helemaal niet knap van mij om dat hele zogenaamde progressieve kaartenhuis op de mestvaalt te gooien.'

Amerikaanse nieuw-rechtse denkers

Wat zijn precies de onjuistheden die Bolkestein mij aanwrijft? In een brief van 7 februari in NRC is hij daar wat preciezer over. Hij stelt dat hij 'weinig tot niets' weet van de Amerikaanse nieuw-rechtse denkers met wie ik hem associeer in mijn proefschrift. En dat hij de filosoof Friedrich Hayek nooit heeft gelezen, die ik naar voren schuif als intellectueel inspirator van Bolkestein.

Precies deze reactie illustreert mijn punt. Want wie teruggrijpt op zijn boeken, ziet daar dat Bolkestein veel Amerikaanse nieuw-rechtse denkers bespreekt, zoals Francis Fukuyama, Nathan Glazer, Gertrude Himmelfarb, Samuel Huntington en Daniel Bell. Ook Friedrich Hayek zien we veel terugkomen. In de bundel Het heft in handen (1995), gebruikt Bolkestein Hayeks The constitution of liberty om zijn visie op het liberalisme te gronden. Hayek is volgens Bolkestein 'misschien wel de belangrijkste liberale politieke filosoof van de twintigste eeuw'.

Bolkestein verwijst daarbij naar een geruchtmakend rapport van de Teldersstichting, getiteld Liberalisme - een speurtocht naar de filosofische grondslagen. Het was geschreven door Andreas Kinneging, en Frits Bolkestein zat in de begeleidende werkgroep. Volgens Gerry van der List, toenmalig medewerker van de Teldersstichting, werden 'de theorieën van Hayek' als 'richtlijn' genomen voor het rapport.

Van verzorgingsstaat naar waarborgstaat

De concrete implicaties van dat rapport, zo schreef Bolkestein in Het heft in handen, is dat de verzorgingsstaat radicaal moest worden ingeperkt, door deregulering, privatisering en flexibilisering, om uiteindelijk plaats te maken voor een waarborgstaat. De sociale zekerheid kon vervangen worden door een basisstelsel op zestig procent van het minimumloon. Dit filosofisch op Hayek geïnspireerde hervormingsprogramma vond zijn concrete vertaling in de VVD-discussienota Liberaal bestek '90. De Volkskrant, toen nog een ietwat linksere krant, beschreef dit programma onder de kop 'restauratie' als 'onversneden burgerlijk conservatisme. Terug tot Dickens'.

Het maakte deel uit van een bredere conservatieve backlash tegen de jaren zestig, die Hans Wansink verwelkomde in zijn boek De conservatieve golf (1996). Herman Vuijsjes bekroonde boek Correct (1997) vormt onderdeel van deze golf, zo stel ik in mijn proefschrift. Volgens Vuijsje was een hele reeks van problemen toe te schrijven aan de taboes die voortkwamen uit de progressieve idealen van de jaren zestig en zeventig. Hij overhandigde het eerste exemplaar van zijn boek aan Frits Bolkestein, die volgens hem politiek het meest had gedaan in de geest van zijn boek.

Vreugde

Vuijsje schreef later in Vrij Nederland dat het 'conservatieve reveil' van Kinneging en consorten vreugde bij hem opriep. Kinnegings 'militantie' en de 'inhoud van zijn betoog' kon hij grotendeels onderschrijven. Op die basis deel ik Vuijsje in bij het conservatieve kamp.

Samenvattend: ik denk dat mijn keuzen prima verdedigbaar zijn. Maar ik ga natuurlijk graag in debat met beide heren.