OpinieMaximumstraf

Opinie: verhoging maximumstraf typeert onze drift tot vergelding

Grapperhaus’ wens de maximumstraf voor doodslag te verhogen van 15 naar 25 jaar cel stoelt op één casus: de dood van Humeyra. Verhoging is onnodig en disproportioneel, betoogt Blanca de Louw.

Ferdinand Grapperhaus, minister van Justitie en Veiligheid, en Sander Dekker, minister voor Rechtsbescherming, komen aan op het Binnenhof voor de wekelijkse ministerraad. Beeld ANP

Ministers Grapperhaus en Dekker hebben op 24 september een conceptwet naar de Tweede Kamer gestuurd waarin zij voorstellen de maximumstraf voor doodslag te verhogen van 15 naar 25 jaar. De huidige maximumstraf doet volgens de ministers geen recht aan de ernst van het misdrijf.

De ministers baseren zich bovendien op signalen uit de rechterlijke macht, het OM én de samenleving dat de huidige maximumstraf als ‘knellend’ wordt ervaren.

Ondraaglijk verlies

Laat ik vooropstellen dat een misdrijf als doodslag voor nabestaanden een ondraaglijk verlies moet zijn. Zij zullen ‘levenslang’ de pijn en verdriet blijven voelen. Geen enkele straf zal volledig recht doen aan dat enorme leed. Toch verzet ik mij tegen een verhoging van de maximumstraf. Het past bij de enorme verharding die ons strafrecht de afgelopen decennia kenmerkt.

We kennen in Nederland verschillende strafdoelen die in evenwicht moeten staan met elkaar. Tegenwoordig is die balans echter doorgeslagen naar een van de strafdoelen die eigenlijk als een oerdrift is te typeren is: vergelding. Zijn wij in de 21ste eeuw als mensheid niet verder gekomen dan het langdurig opsluiten van mensen die een verschrikkelijke fout hebben begaan?

In het gevangeniswezen, dat de laatste jaren gebukt is gegaan onder versobering en bezuinigingen, is nauwelijks meer plaats voor dat andere strafdoel naast vergelding: hoe voorkomen we dat iemand dit nog een keer doet en welke maatwerkoplossing moeten we daarvoor bieden?

Nieuwe wetten

De wijziging van de maximumstraf voor doodslag van 15 naar 25 jaar zorgt er in combinatie met de versobering van de regeling van de voorwaardelijke invrijheidsstelling voor dat de effectieve straf in een klap met 130 procent kan worden verhoogd. Iemand die nu de maximumstraf krijgt (15 jaar) komt na 10 jaar voorwaardelijk vrij. In de toekomst zal de combinatie van deze nieuwe wetten ervoor zorgen dat iemand die de maximumstraf krijgt (25 jaar) pas na 23 jaar vrijkomt. Deze verhoging is buitenproportioneel.

Juristen wijzen er bovendien terecht op dat uit onderzoek blijkt dat de maximumstraf voor doodslag maar zelden wordt opgelegd of zelfs door het OM wordt geëist. Het argument van de ministers dat de rechtspraak de huidige maximumstraf als knellend ervaart, is eigenlijk gestoeld op één concrete casus. Het gaat om de zaak van de doodgeschoten Humeyra, waarin de rechtbank 14 jaar cel oplegde en aangaf dat het ‘strafgat’ tussen moord en doodslag (15 jaar versus 30 jaar of levenslang) te groot was.

In de zaak van Humeyra had de rechter echter de mogelijkheid om 20 jaar cel op te leggen. De juridisch ingewikkelde regeling van de zogeheten ‘meerdaadse samenloop’, waarbij meerdere op zichzelf staande strafbare feiten worden gepleegd, had hier kunnen worden toegepast.

Meer straf opleggen kan al

Ook biedt de huidige wet de rechter middels de ‘gekwalificeerde doodslag’ de mogelijkheid om meer dan 15 jaar op te leggen, bijvoorbeeld wanneer iemand tijdens een overval iemand doodschiet. Van gekwalificeerde doodslag is sprake als iemand tijdens een ander strafbaar feit doodslag pleegt om dat feit voor te bereiden, te vergemakkelijken of om de kans op betrapping te verkleinen. De maximumstraf hiervoor is 30 jaar.

Bovendien moet niet worden onderschat dat bij dit soort gruwelijke zaken de tbs-maatregel ook regelmatig als optie op tafel ligt (in de zaak Humeyra kreeg de dader naast 14 jaar straf ook tbs opgelegd). Tbs is een vrijheidsbenemende maatregel die bovenop de gevangenisstraf komt en ook nog enkele jaren, of in sommige gevallen zelfs levenslang, kan duren.

Kortom, de verhoging van de maximumstraf voor doodslag is niet noodzakelijk en bovendien buitenproportioneel in samenhang met andere wetgeving die de effectieve straf van de gestrafte al verhoogt. Vergelding is een van de strafdoelen, maar we moeten als maatschappij ook het gesprek aan gaan hoe we van een straf weer een zinvol middel maken om mensen daadwerkelijk verder te helpen hun leven na de straf weer op te pakken. 

Blanca de Louw is masterstudent strafrecht aan de VU Amsterdam. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden