OPINIEKLASSE EN DISCRIMINATIE

Opinie: Vergeet klasse niet als factor in discriminatie

Klasse is een onderbelicht thema bij de bestrijding van institutionele discriminatie en racisme, meent Leo Lucassen, directeur van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam.

‘Skaeve Huse’, in de volksmond ‘asowoningen’, voor overlast veroorzakende mannen in het Amsterdamse stadsdeel Westerpark, kort na de oplevering in 2007. Beeld Joost van den Broek

In de jaren zestig, toen ik opgroeide in een klein Peeldorp, kwamen er af en toe ‘sjojjers’ (schooiers, woonwagenbewoners) aan de deur om iets te verkopen of scharen te slijpen. Vaak vroegen ze ook iets te eten. Mijn moeder gaf ze dan altijd een kop soep of een boterham, maar liet ze nooit binnen.

Hoewel ze ons altijd voorhield dat je je nooit beter mocht voelen dan anderen, was voor ons duidelijk dat dit een ander soort mensen betrof. En ik weet zeker dat als een van mijn broers of zussen met iemand uit het kamp thuis was gekomen dit tot grote consternatie geleid zou hebben. In diezelfde naoorlogse periode werden er tienduizenden Nederlanders aangemerkt als ‘onmaatschappelijk’, van wie er zo’n tweeduizend in heropvoedingskampen in Drenthe en Overijssel terechtkwamen. Anderen werden geconcentreerd in speciale wijkjes in de grote steden (zoals het Amsterdamse Asterdorp), waar hun levenswijze door de autoriteiten in de gaten werd gehouden en gedisciplineerd. 

In diezelfde tijd ging het sociaal-democratische Zweden nog een stap verder door op grond van eugenetische denkbeelden ruim 60 duizend ‘asocialen’, vaak gedwongen, te steriliseren. Een praktijk die pas in 1973 stopte. 

Hoewel we daar nu met enige schaamte op terugkijken, zijn stereotypen en vooroordelen tegenover lagere klassen bepaald niet verdwenen. Termen als ‘kampers’, ‘tokkies’, ‘asocialen’ spreken boekdelen en degenen die tot die groepen worden gerekend hebben geregeld te maken met meer of minder subtiele uitsluiting en discriminatie.

Vermeende kenmerken

Deze recente geschiedenis leert dat het beoordelen en behandelen van mensen op grond van vermeende genetische en sociale kenmerken ook delen van de eigen groep kan treffen en allerlei overeenkomsten vertoont met racistische vooroordelen die we normaliter associëren met de houding van Europeanen tegenover mensen van kleur uit andere werelddelen.

Dat betekent niet dat de gevolgen van racisme of andere vormen van uitsluiting in alle gevallen hetzelfde zijn, zeker niet op de lange termijn. Waar nazaten van ‘schooiers’ of ‘asocialen’ zich door sociale stijging en onderwijs van het stigma kunnen ontdoen, is dat voor mensen met een afwijkend uiterlijk (huidskleur, vorm van de ogen) een stuk moeilijker, zo niet onmogelijk. Dat geldt ten dele ook voor groepen met kenmerkende familienamen die – terecht of onterecht – met gediscrimineerde groepen worden geassocieerd. Denk bij joodse Nederlanders aan namen als Cohen of Asscher en bij Marokkaanse Nederlanders aan vrijwel alle voor- en achternamen. 

Of ze gelovig zijn of niet, velen zullen hen onmiddellijk het etiket ‘joods’ of ‘moslim’ opplakken. Een etiket dat vaak een andere en veelal negatieve inhoud heeft. Om daaraan te ontkomen veranderen immigranten en minderheden vaak hun naam, zoals miljoenen Europese immigranten in de Verenigde Staten een eeuw geleden. Een treffend voorbeeld is de beroemde Joodse ontwikkelingspsycholoog Erik Salomonsen-Homburger die bij zijn emigratie naar de Verenigde Staten de reguliere Deense achternaam ‘Erikson’ aannam. Zo hanteerde Yale, waar Erikson ging werken, tot in de jaren zestig de informele stelregel dat maximaal 10 procent van de studenten Joods mocht zijn.  

‘One drop rule’

Voor mensen met een andere huidskleur is het veranderen van hun identiteit vrijwel onmogelijk, zeker in samenlevingen zoals de Amerikaanse waar nog steeds het principe van de ‘one drop rule’ geldt en de etnisch-raciale radar dermate fijn is afgesteld dat iedere zweem van vermenging wordt gesignaleerd en de persoon in kwestie als ‘zwart’ of ‘gekleurd’, maar in ieder geval niet als ‘wit’ (de dominante norm) geldt. 

In Europa ligt dat iets anders en zijn identiteiten meer fluïde. Bovendien heeft kleur ‘concurrentie’ van andere ‘hokjes’, zoals religie (met name islam en jodendom), wat er toe kan leiden dat voor de dominante groep mensen van kleur met een koloniale achtergrond (zoals Surinamers in Nederland) meer als eigen worden gezien dan moslims van wie de ‘autochtonen’ qua huidskleur niet of nauwelijks verschillen.

Dit neemt niet weg dat de uit Amerika overgewaaide beweging Black Lives Matter wel degelijk relevant is voor de Nederland. Ze heeft geleid tot een grotere bewustwording van bewuste en onbewuste institutionele discriminatie, zowel op grond van kleur en etniciteit als religie (lees islam), en vaak een mix daarvan. De toeslagenaffaire bij de Belastingdienst is de meest in het oog springende, maar we weten al jaren dat ook op de arbeids- en woningmarkt discriminatie een structureel probleem is. 

Die discriminatie is echter niet altijd bewust en treft bovendien vaak ook lagere sociale groepen. Zo laat internationaal vergelijkend onderzoek van de Nederlandse socioloog Herman van de Werfhorst naar effecten van vroege schoolkeuze (zoals in Nederland) zien dat kinderen van laagopgeleiden (deels overlappend met degenen met een migratieachtergrond), minder kans hebben op een goed diploma dan in landen waar die keuze wordt uitgesteld. 

Een ander voorbeeld van onbedoelde negatieve effecten zijn wervingsprocedures waarbij slechts summiere cv’s worden gevraagd en de naam en etniciteit van de sollicitant veel meer doorweegt dan bijvoorbeeld in Duitsland, waar juist zeer uitgebreide cv’s worden gevraagd.

Deze voorbeelden laten zien dat klasse een onderbelicht thema is, en daarnaast dat we bij het bestrijden van institutionele discriminatie en racisme niet alleen moeten letten op directe en persoonlijke vormen van racisme en uitsluiting, maar ook op de manier waarop instituties functioneren die cruciaal zijn voor een samenleving met gelijke kansen.

Leo Lucassen is directeur van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden