OpinieTurnen

Opinie: turnbond moet blik veel verder richten om psychische en fysieke veiligheid turnsters te waarborgen

De focus bij misbruik in het turnen ligt te veel bij de top. Ook de praktijken in de amateursport moeten worden onderzocht, betogen René Torenvlied en Hille Torenvlied. 

Beeld ANP

Op dit moment is er veel te doen over de psychische en fysieke veiligheid van turnsters bij hun sportbeoefening. De getuigenissen zijn dapper en indrukwekkend. Team Oranje verklaarde geen uitspraken te kunnen doen over de breedtesport (de amateurs). Wij snappen dat wel. De problemen in het turnen liggen namelijk breder dan alleen bij de topsport, terwijl alleen de topsport centraal staat in de media en bij het onafhankelijke onderzoek dat is ingesteld door de KNGU. Een onveilig en on­pedagogisch sportklimaat is soms net zo aanwezig bij de amateurs. Natuurlijk, de meesten van de 8 duizend trainers die met een licentie van de KNGU in de zaal staan, hebben een grote passie en inzet voor hun sport. Maar velen van hen zullen de geschetste problemen uit de topsport herkennen.

Wij hebben ervaring in verschillende facetten van de breedtesport en zijn nog steeds onthutst hoe moeilijk het is daar misstanden aan te kaarten en aan te pakken. Dit heeft te maken met de organisatie van de breedtesport, waarvoor de KNGU verantwoordelijk is. Zo ontving een verenigings­bestuur klachten over seksueel ongewenst gedrag door een trainer. Omdat deze trainer onmiddellijk ontslag nam, ondernam de KNGU geen actie. Drie maanden later probeerde dezelfde coach bij een andere vereniging aan te sluiten.

Bij klachten over psychische intimidatie door een andere trainer bleken binnen de KNGU loyaliteiten te bestaan waardoor de melding niet serieus (genoeg) werd genomen. De tuchtcommissie van de KNGU sprak coaches in vergelijkbare situaties vrij, ondanks zeer serieuze klachten, en ontmoedigde daarmee verenigingsbesturen om daadwerkelijk in actie te komen. De klacht kon alleen via ondersteuning door het NOC*NSF worden aangepakt.

Vertrouwenspersoon

Helaas zijn dergelijke problemen in het amateurturnen nog steeds actueel. Ja, de KNGU heeft nu een vertrouwenspersoon. Maar de kans op onderrapportage van misstanden is groot. Door de zeer gesloten organisatiecultuur van de amateurturnsport is er een hoge drempel om misstanden te rapporteren. Er is sprake van veel vriendjespolitiek en sociale controle, waardoor coaches bang zijn om te worden gemarginaliseerd bij het aankaarten van misstanden.

Het systeem van opleidingen in de breedtesport versterkt bovengenoemde afhankelijkheden tussen coaches. Op dit moment kan iedereen met cursussen worden opgeleid tot turntrainer, ongeacht de vooropleiding. In het huidige systeem van opleidingen tot trainer en coach leunt de KNGU zwaar op de overdracht van kennis binnen de verenigingen, tussen de coaches. Hiermee worden afhankelijk­heden tussen coaches versterkt.

Bovendien worden trainingspraktijken overgedragen van generatie op generatie, waardoor een gebrek aan verandering en verbetering is ingebakken. Pedagogiek wordt niet goed onderwezen vanaf de basis. Goed toezicht en kwaliteitsbeleid ontbreekt vervolgens binnen de breedtesport.

Nadat een trainer een KNGU-diploma heeft behaald kan deze tot het pensioen lesgeven, zonder dat iemand in de zaal de trainer laat reflecteren op pedagogische en didactische vaardigheden. Daarnaast is er geen duidelijke richtlijn die de grenzen aangeeft tussen streng coachen en (machts)misbruik. Besturen zijn niet altijd bij machte om hierop goed toe te zien.

Onveiligheid

Niet alleen de topsporters zijn sterk afhankelijk van hun turncoach, hetzelfde geldt voor amateurs. Melden en optreden vraagt heel veel moed van turn(st)ers, ouders, coaches en besturen. Het laat zien hoe diep gevoelens van onveiligheid geworteld zijn, ook in de breedtesport. Bij een ­recente melding over psychisch misbruik van pupillen geeft de KNGU aan dat er geen ‘jacht’ en geen ‘klik’-sfeer mag ontstaan. Hoewel een dergelijke sfeer zeker ongewenst is, zal iedereen die ooit de moeilijke stap heeft gezet om een melding te doen, weten hoe ontmoedigend dit signaal is.

Met de uitspraak van Team Oranje is nu momentum ontstaan om ook de breedtesport te onderwerpen aan een grondig en onafhankelijk onderzoek in opdracht van de KNGU. Daarbij moet duidelijkheid komen over: de omvang van misstanden, oorzaken voor mogelijke onveiligheid en onprofessioneel handelen en de wijze waarop fundamentele wijzigingen van de organisatie van de KNGU vorm moeten krijgen om een veilig sportklimaat te garanderen in de breedtesport.

Een bekende uitspraak in het turnen is dat ’de basis goed moet zijn’. Datzelfde geldt natuurlijk voor de turnsport als geheel, met de breedtesport als basis. Alleen dan kan een fundamentele verandering plaatsvinden die niet alleen de veiligheid van onze topturnsters waarborgt, maar ook die van de 300 duizend amateurs. Vertrouwen op een cultuuromslag in de topsport alleen is niet voldoende.

René Torenvlied is oud-voorzitter van een turnvereniging en hoogleraar ­bestuurskunde. Hille Torenvlied is oud-turnster en turncoach in de breedtesport en masterstudente.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden