Opinie

Opinie: Tien manieren om kinderen aan het lezen te krijgen. Met stip op 1: lezen leer je op school

Leesplezier kweken bij kinderen begint bij veel leesonderwijs, dat met enthousiasme wordt gegeven. Van ouders kun en mag je hierbij niet te veel verwachten.

Een moeder leest voor aan haar twee dochters. Beeld Hollandse Hoogte
Een moeder leest voor aan haar twee dochters.Beeld Hollandse Hoogte

Na het artikel ‘De kronkelige weg van Pinkeltje naar Proust’ van Geertjan de Vugt (Boeken, 21 augustus) , vroeg ik me af hoe ik zelf een lezer ben geworden, want bij mij thuis werd nauwelijks voorgelezen. Ik luisterde wel vaak naar hoorspelen op de radio. Aanvankelijk Saskia en Jeroen en Paulus de boskabouter. Later Sprong in het Heelal en Paul Vlaanderen. Ik hoorde stemmen, piepende deuren en voetstappen in het grind en zag het helemaal voor me.

Dankzij ‘de broeders’ van de RK-jongensschool in Brabant ( jaren ’50) werd ik een lezer. Vooral broeder Angelino las prachtig voor. Voornamelijk Arendsoog. Ik lag met mijn hoofd op mijn armen op de bank en zag het helemaal voor me. Omdat de broeder altijd stopte op een spannend moment, haalde ik op een dag zelf het boek uit de bibliotheek en las vervolgens alle delen van Arendsoog. Daarna gaf juffrouw Van Boxtel van de bieb mij De Kinderkaravaan van An Rutgers van der Loeff. (‘Hier Sjakie, dit is ook een boek vol indianen en cowboys’) Het was een verhaal over een arme familie die rond 1850 door Amerika trekt op zoek naar een beter leven. Een boek vol levensechte mensen, die ruzie maakten, elkaar troostten en vriendschappen sloten. Hierbij vergeleken was Arendsoog zo plat als een dubbeltje, maar dankzij hem werd ik wel een lezer.

Geertjan de Vugt schrijft terecht: ‘Wie weinig leest, ontwikkelt niet de minimale vaardigheden die vereist zijn om een volwaardig burger te zijn’. Daarom tien manieren om jongeren aan het lezen te krijg met als doel: leesplezier!

Eerst nog dit: van ouders heb ik niet al te hoge verwachtingen. Dagelijks voorlezen schiet er vaak bij in of het gebeurt helemaal niet. Daarom is ‘leesplezier’ vooral een taak voor het onderwijs. Daarmee schuif ik het niet op het bordje van de leerkrachten: de school is ooit uitgevonden om te leren lezen.

1. In de kleutergroepen (groep 1 en 2 basisschool) wordt iedere dag een prentenboek voorgelezen en erover gepraat. Versjes en liedjes blijven ook regelmatige kost. Alle kleuters mogen iedere week een (prenten-)boek mee naar huis nemen.

2. Elke basisschool heeft een uitgebreide bibliotheek waar kinderen dagelijks kunnen ruilen, een kind heeft nooit lang een boek in zijn ‘kastje’ dat het stom vindt. Dat geldt ook voor het voortgezet onderwijs (vo)

3. Kinderen op de basisschool lezen iedere dag minimaal 20 minuten. Het boek mag mee naar huis. In het vo wordt één lesuur per week individueel gelezen.

4. Er wordt regelmatig voorgelezen. Leerkrachten die niet zulke voorleestalenten zijn, zetten een luisterboek op. In het vo: véél meer tijd vrij maken voor literatuuronderwijs. Docenten ‘voeden’ hun leerlingen met inspirerende lessen en verhalen, mooie fragmenten, verfilmingen, interviews met schrijvers, anekdotes.

5. Leerlingen lezen wat ze willen. Dankzij goede boekpromotie kunnen zij op het spoor gezet worden van boeken die wat meer diepgang hebben. Ieder kind verdient een juffrouw Van Boxtel.

6. Op de basisschool en in het vo houden kinderen alleen (of samen) boekbesprekingen. Moderne vormen (powerpoint,pitchen, boekendozen) zijn húlpmiddelen. De bouwstenen van een boek zijn de woorden, dus laat leerlingen vooral vertellen. Een alternatief is de boekenkring waarin je met elkaar gelezen boeken bespreekt.

7. Begrijpend lezen doen we middels teksten die fúnctioneel zijn. Leerlingen die zich moeten voorbereiden op een overhoring van geschiedenis, bekijken samen met de leerkracht de te bestuderen informatie. Er worden manieren aangeboden om greep te krijgen op de tekst: schema’s, trefwoorden, zelf vragen maken.

8. Op pabo’s en lerarenopleidingen wordt ‘Kennis van de kinder- en jeugdliteratuur en leesbevordering’ een vak dat gedurende de hele opleiding wordt gegeven. Studenten lezen minimaal zestig kinder- en jeugdboeken: klassiekers, pulp. literatuur, graphic novels. prentenboeken e t cetera.

9. Voor het vo is er ‘de verplichte leeslijst’. Er mogen best eisen gesteld worden. Voorwaarde is wel dat de leerlingen op een inspirerende wijze kennis hebben gemaakt met literatuur. En natuurlijk mogen ook young-adultboeken op de lijst.

10. Elke school straalt uit: wij vinden lezen en leesplezier van groot belang en daar maken wij tijd, ruimte en geld voor vrij.

Jacques Vriens is kinderboekenschrijver en oud-basisschooldirecteur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden