OpinieKunstenaarsbeleid

Opinie: Stel in kunstbeleid kunstenaars centraal

Bij het kunstbeleid en de toediening van steun wordt teveel gedacht vanuit de instituties, betogen Joost Heinsius en Henk Krijnen, beiden adviseur/onderzoeker in de culturele en sociale sector.

Cultuurminister Ingrid van Engelshoven praat met Hans Croiset, Anne Wil Blankers en Johanna ter Steege over de coronasteun. Beeld ANP
Cultuurminister Ingrid van Engelshoven praat met Hans Croiset, Anne Wil Blankers en Johanna ter Steege over de coronasteun.Beeld ANP

Kunstenaars hebben nauwelijks baat bij de landelijke coronasteunpakketten voor cultuur. In het eerste steunpakket van 300 miljoen euro uit het voorjaar was voor hen slechts 17 miljoen beschikbaar. En alleen via de landelijk gesubsidieerde fondsen, zoals het Fonds Podiumkunsten, het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie, het Mondriaanfonds en het Nederlands Letterenfonds. Met pakweg 140.000 kunstenaars in Nederland is dat het luttele bedrag van 121 euro per kunstenaar.

Ondanks de lippendienst die wordt bewezen aan de ‘culturele makers’ is het ook in het tweede steunpakket van 482 miljoen euro van hetzelfde laken een pak. Voor de culturele instellingen is 200 miljoen euro gereserveerd, voor kunstenaars geen zichtbaar bedrag.

De inhoud van de twee corona-steunpakketten legt een pijnlijk hiaat bloot: we hebben in Nederland wel een kunstbeleid maar geen kunstenaarsbeleid. Bij het kunstbeleid wordt teveel gedacht vanuit de instituties, niet vanuit het werk van de kunstenaar. Bij de steun aan culturele instellingen wordt uitgegaan van een trickle-downeffect. Een deel van de budgetten zou via de instellingen naar kunstenaars doorstromen. Maar het meeste geld blijft bij de instellingen hangen. Zij moeten overleven. En de meeste kunstenaars werken niet voor de ondersteunde instellingen. Bovendien is tweederde zzp’er.

Uit recente rapportages blijkt dat kunstenaars slechts in zeer geringe mate van de algemene steunmaatregelen voor zzp’ers profiteren. Zij vallen niet onder de toekenningscriteria.

Kunstenaars werken vaak vanuit huis en beschikken door hun lage inkomen over vrijwel geen reserves. Wat het ook niet makkelijk maakt, is hun zwakke arbeidsmarktpositie. Het zijn de zelfstandige makers bij wie vanaf de start van de crisis opdrachten en contracten werden opgezegd.

Inmiddels zijn overal in de samenleving kunstenaars aan het werk: in de zorg, in de wijk, in bestuurskamers van bedrijven en in de publieke sector, in urban culture en sport, als het gaat om duurzaamheid. Kunstenaars verbeelden, bedenken en prototyperen onze mogelijke toekomst. Kunstenaars bereiken nieuwe groepen op onverwachte locatie én zorgen ervoor dat kunst meer geworteld raakt in de samenleving. Maar in de steunpakketten zien we hiervan niets terug.

Waarom wordt de coronacrisis niet aangegrepen om op veel grotere schaal te investeren in de maatschappelijke inbreng van kunstenaars? Met deze beleidsinnovatie zou kunst een meer prominente rol kunnen gaan spelen en wordt het draagvlak voor kunst in de samenleving behoorlijk versterkt.

Wat moet er gebeuren? Verlaat het idee dat voornamelijk de culturele instituties gered moeten worden, het trickle-downeffect wordt zwaar overschat. Overheid en fondsen: durf eens wat. Zorg voor rechtstreekse ondersteuning van kunstenaars en bezorg hen werk. Plaats kunstenaarsbeleid in het hart van kunstbeleid.

Joost Heinsius en Henk Krijnen zijn adviseurs/onderzoekers in de culturele en sociale sector.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden