Opinie

Opinie: Staak de belastingvoordelen voor de (super)rijken

Ons belastingstelsel geeft de bezitters van vermogen allerlei privileges. Daardoor is de vermogensongelijkheid in ons land bijzonder groot. Hoog tijd dat de overheid ingrijpt, meent Alman Metten.

Bezoekers van de beurs Masters of LXRY 2018 in de Amsterdamse RAI. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Bezoekers van de beurs Masters of LXRY 2018 in de Amsterdamse RAI.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Kern van belastingheffing in een democratie is dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. In Nederland is echter vaak het omgekeerde het geval.

Na het eigen huis zijn aandelen de belangrijkste vorm van bezit van gezinnen. Maar niet van alle gezinnen. Het overgrote deel van de meer dan 500 miljard euro is in handen van de 10 procent rijkste gezinnen. Zij bezitten 84 procent van de beursgenoteerde aandelen en zelfs 96 procent van de niet-genoteerde aandelen aanmerkelijk belang, elk met hun eigen belastingprivileges. Nederland is volgens de Oeso, de club van rijke landen, dan ook na de VS het land met de sterkste vermogensongelijkheid.

Aandelen

Voor de rijkste gezinnen is hun bezit vaak de belangrijkste bron van inkomen. Zo leverde aandelenbezit op de beurs het afgelopen decennium 100 procent koerswinst naast 70 procent dividend op. Terwijl inkomen uit arbeid minimaal tegen 37 procent wordt belast, betalen aandeelhouders over dividend 15 procent of minder belasting, en over de koerswinst zelfs helemaal niets.

Zelfs in de Verenigde Staten wordt koerswinst belast, en president Biden wil het tarief nog flink verhogen. Nederland moet oppassen dat het de VS niet gaat passeren als het meest vermogensongelijke land.

Niet-beursgenoteerde aandelen in bedrijven, meestal aanmerkelijk belang genoemd, kennen weer andere privileges. Over deze aandelen moet wél belasting over de koerswinst worden betaald, maar pas op een moment dat de houders zelf mogen kiezen, namelijk als ze aan zichzelf winst uitkeren. Dat gebeurt jaarlijks bij niet meer dan 22 procent van de winst. De rest van de winst mogen ze, geheel belastingvrij, wel aan zichzelf uitlenen, en dat gebeurt op grote schaal, in de praktijk ook voor consumptieve doeleinden.

Dit privilege gaat wel enigszins beperkt worden, maar verre van afgeschaft. Als ze uiteindelijk hun bedrijf overdragen aan verwanten, is de totale winstafrekening deels belastingvrij en deels tegen een paar procent. Hoewel er honderdduizenden aanmerkelijk-belanghouders zijn, is driekwart van het totale aandelenbezit in handen van alleen de rijkste 1 procent gezinnen, 5.600 in getal. Waar in ons land dus strenge regels gelden voor bijstandtrekkers, overheersen de privileges voor deze 1 procent.

Onrecht

Het is tamelijk verbijsterend dat deze privileges, geïntroduceerd bij de belastingherziening van 2001, door geen enkele latere regering zijn beëindigd. Het onrecht zit hem in de ongelijke behandeling van inkomen uit bezit en inkomen uit arbeid, die deze belastingherziening heeft ingevoerd.

Juist doordat bezit in Nederland zo extreem geconcentreerd is, werkt deze bevoordeling van inkomen uit bezit ook sterk door in de inkomensongelijkheid. Toch lijkt deze er in Nederland nog redelijk uit te zien, maar dat komt louter doordat inkomen uit koerswinst, geconcentreerd bij de rijkste 10 procent, niet als inkomen meetelt (officieel omdat het geen inkomen uit productie is, zeg maar arbeidsloos inkomen). Daarnaast telt het inkomen uit aanmerkelijk belang pas als het wordt uitgekeerd, en dat gebeurt nu juist eerder als uitzondering dan als regel. Zo worden publiek en politiek in slaap gesust.

Niet meer investeringen

Het is opmerkelijk dat zelfs in de nasleep van de financiële crisis, toen begrotingsgaten gevuld moesten worden, bovenstaande belastingprivileges van de rijkste 10 procent taboe bleven. Ze zouden in het belang zijn van investeringen, en dus van werkgelegenheid. Maar terwijl kapitaal al zeker een decennium zeer overvloedig is, hebben we eerder een afname dan een toename van investeringen gezien. Beleggen in financiële producten blijkt immers veel winstgevender dan investeren in de reële economie.

Het geconcentreerde bezit wordt dus eerder speculatief dan productief aangewend. De middelen zijn er dus wel, maar worden vanuit maatschappelijk oogpunt verkeerd aangewend en lijken daarmee in verkeerde handen. Dat is een extra argument om de bevoordeling van inkomen uit bezit te beëindigen. Als de rijken niet investeren, dan moet de overheid het maar doen. Milieu, gezondheid, onderwijs, schreeuwen om extra middelen. Eerlijke belasting van de superrijken kan die leveren.

Alman Metten is economisch onderzoeker en oud-lid van het Europees Parlement (PvdA).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden