Genocide

Opinie: ‘Srebrenica’ vergt méér van de Nederlandse overheid dan excuses aan Dutchbat III

Nederland blijft Srebrenica benaderen als een gebeurtenis waar het slechts zijdelings iets mee te maken heeft. Erken ook het leed van de Bosnische Nederlanders en geef dit een plek in het Nederlandse collectieve geheugen.

Marije Luitjens en Esther Schoorel
Nederlandse militairen in gesprek met Bosnische strijders in Vares, maart 1994. Beeld EPA
Nederlandse militairen in gesprek met Bosnische strijders in Vares, maart 1994.Beeld EPA

De militairen van Dutchbat III ontvingen afgelopen zaterdag excuses van het kabinet in een ceremonie op de Oranjekazerne in Schaarsbergen. Dit in het kader van een eerherstel voor de militairen die 27 jaar geleden op een onmogelijke missie werden gestuurd naar Bosnië en Herzegovina, tijdens de oorlog die volgde op het uiteenvallen van Joegoslavië. Vanaf 1993 kregen VN-militairen de taak om de Bosniakken te beschermen die voor de Servische agressor waren gevlucht naar de veilige enclave in de vallei rondom Srebrenica.

Op 11 Juli 1995 viel het gebied echter in handen van de Bosnisch-Servische troepen onder leiding van de beruchte generaal Ratko Mladic. De leiding van Dutchbat III gaf zich over, de militairen vertrokken naar het veilige Zagreb en lieten daarbij de bevolking achter in de genade van Mladic. Meer dan achtduizend Bosniakken, het merendeel mannen en jongens, werden gedurende de zomer op brute wijze vermoord. Deze genocide staat inmiddels bekend als de ergste volkerenmoord op het Europees continent sinds de Holocaust. Samen met de genocide in Rwanda van 1994, werd Srebrenica dan ook de belichaming van het falen van de internationale gemeenschap in de jaren negentig.

Meer over de auteurs

Marije Luitjens is onderzoeker aan de Dublin City University en medeoprichter van het onderzoekscollectief REphrase.

Esther Schoorel is onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam en medeoprichter van onderzoekscollectief REphrase.

Verantwoordelijkheid

Het is echter niet alleen de VN die verantwoordelijkheid draagt voor deze missie, maar ook de Nederlandse overheid. Dutchbat III was in een onmogelijke positie geplaatst, het moest de veiligheid bewaren zonder de nodige middelen en steun, bovendien waren de militairen veelal jonge jongens met weinig ervaring. Nu, bijna drie decennia na dato, komen dan eindelijk de langverwachte excuses van het Nederlandse kabinet aan de militairen wier levens onomkeerbare schade werd toegedaan tijdens hun mandaat in Srebrenica. Officiële excuses van de Nederlandse overheid aan de voormalige Dutchbat-militairen was dus een noodzakelijke stap.

Dit mag absoluut benoemd worden. Maar tegelijkertijd legt deze gang van zaken ook bloot hoe de houding van de Nederlandse overheid tegenover dit verleden nog steeds pijnlijk tekortschiet en zelfs aanleiding geeft tot nieuwe verdeeldheid. Want wie afgelopen zaterdag buiten beeld bleven en nog steeds wachten op excuses, zijn de slachtoffers van de genocide zelf. In een vreemde wending van prioriteiten, werden de mensen die het directe slachtoffer waren van de volkerenmoord buiten beschouwing gelaten. Hoewel er twee leden van de Bosnisch-Nederlandse gemeenschap als ‘vertegenwoordiging’ een officiële uitnodiging ontvingen, was de rest van de gemeenschap dat niet.

Sterker nog, Alma Mustafic, Bosnisch-Nederlandse Srebrenica-overlever en nabestaande, werd zelfs vriendelijk verzocht niet te komen. Alma’s vader, Rizo Mustafic, was werkzaam voor Dutchbat III toen Srebrenica in handen viel van de Bosnische Serven. Na een juridische strijd van twaalf jaar, oordeelde de Hoge Raad in 2013 dat de Nederlandse staat verantwoordelijk is voor de dood van Rizo Mustafic. Hoewel Alma naast onderdeel van de Bosnisch-Nederlandse gemeenschap ook nabestaande is van een Dutchbat-medewerker, was zij niet welkom bij de ceremonie.

Voor Bosnische Nederlanders is deze uitsluiting een nieuwe klap, die volgt op wat zij ervaren als een jarenlange uitsluiting van het publieke debat over de genocide, waar de nadruk telkens weer lijkt te liggen op het Dutchbat-perspectief. Dit is op zijn minst frappant te noemen; Mustafic zelf zei hierover: ‘Zij (de Dutchbat III-militairen) werden in de steek gelaten, maar wij werden vermoord.’

Onderdeel van de geschiedenis

De kern van het probleem ligt hem dus in het feit dat Nederland Srebrenica blijft benaderen als een gebeurtenis waar het slechts zijdelings mee te maken heeft. We moeten echter onder ogen zien dat de genocide een onderdeel van de Nederlandse geschiedenis is. Nederland droeg verantwoordelijkheid voor de bescherming van de Bosnische burgers in de enclave. Bovendien zijn veel Bosniakken tijdens en na de oorlog naar Nederland gevlucht; in de afgelopen decennia zijn zij een integraal onderdeel van de Nederlandse samenleving geworden. Deze Bosnische Nederlanders voelen zich, terecht, aan de kant geschoven als gevolg van wat zich afgelopen weekend afspeelde op de Oranjekazerne. Zo wordt wat een stap vooruit had moeten zijn, juist een stap richting meer verdeeldheid.

De verantwoordelijkheid van Nederland ligt hem nu vooral in het erkennen van dit leed en het een plek geven in het Nederlands collectief geheugen. Waarom krijgt Srebrenica nog steeds nauwelijks aandacht in het geschiedeniscurriculum op middelbare scholen? Waarom liet steun voor het bouwen van een herdenkingsmonument in Den Haag 25 jaar op zich wachten? Waarom wordt het niet opgenomen als vaste onderzoekslijn naar het Nederlandse oorlogsverleden aan het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies? En, waarom worden Bosnische Nederlanders niet betrokken bij beslissingen van de overheid aangaande het Srebrenica-verleden?

Excuses aan de overlevenden zouden een eerste stap zijn, maar voor echte erkenning moet er ruimte gemaakt worden voor Srebrenica in ons collectieve geheugen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden