opiniesluiting boekhandels

Opinie: Sluiting van boekenwinkels is in strijd met vrijheid van meningsuiting

Boekhandels worden beschermd door artikel 7 van de grondwet, over de vrijheid van meningsuiting, betoogt Willem Korthals Altes.

Boekhandel Paagman in Delft. Beeld Foto Eva Faché
Boekhandel Paagman in Delft.Beeld Foto Eva Faché

De sluiting van de boek- en tijdschriftenwinkels is in strijd met de grondrechtelijk beschermde vrijheid van meningsuiting. Daarbij komt dat de overheid met twee maten meet, nu de godsdienstvrijheid en de privacy in deze coronacrisis wel worden beschermd. Het is een opmerkelijke conclusie voor een land dat ooit de bakermat van de drukpersvrijheid was. Onthutsend is ook hoe onze handhavers met deze vrijheid omgaan. Waarom hebben Tweede Kamerleden niet ingegrepen?

Wie nu losse kranten of tijdschriften en boeken wil kopen, komt vrijwel niet meer aan de bak. Supermarkten hebben slechts een beperkte selectie kranten in de schappen liggen. Andere kranten (bijvoorbeeld buitenlandse), tijdschriften (zoals opiniebladen) en boeken zijn zelfs helemaal nergens te krijgen. Het internet biedt geen oplossing. Voor het lezen van kranten en tijdschriften moet je een abonnement nemen. Het lezen van deze periodieken op je computer is geen pretje en zelfs niet overal mogelijk. Als je boeken bestelt, weet je niet zeker of je die op korte termijn krijgt. Bovendien kun je niet, zoals in een boekwinkel, rondkijken en op basis daarvan selecteren wat je wil kopen.

Al in 1960 heeft de Hoge Raad bepaald dat het bedrijfsmatig verkopen van boeken een zelfstandig verspreidingsmiddel is en daarmee op zichzelf bescherming onder artikel 7 van onze Grondwet verdient. Er is geen reden aan te nemen dat de Hoge Raad nu anders zou denken hierover. Weliswaar zijn de mogelijkheden informatie te vergaren groter dan zestig jaar geleden, maar dat is alleen een kwestie van schaal. Ook in 1960 bestonden radio en televisie al.

Europees recht

Voor het beperken van de uitingsvrijheid – en dat is het sluiten van boekwinkels – moet naar Europees recht een dwingende maatschappelijke noodzaak en een belang aanwezig zijn. Dat laatste is nog wel te vinden in dat van de openbare gezondheid. Maar ook die mag alleen zwaarder wegen, als aan het eerste criterium is voldaan.

Je kunt dan niet zeggen dat alle winkels, ook de boekwinkels, kunnen worden gesloten, omdat het publiek anders gaat ‘funshoppen’. Je zult moeten aantonen dat het openhouden van boekwinkels in het bijzonder een gevaar voor coronabesmetting zou opleveren. Dat is niet aannemelijk. Wie geregeld in boekwinkels komt, zal daar doorgaans eenlingen vinden die – vaak ook nog gericht – naar een boek, tijdschrift of krant op zoek zijn. Boekwinkels hebben de afgelopen maanden laten zien dat zij de in- en uitloop van bezoekers keurig kunnen reguleren.

De overheid heeft op grond van het Europese recht niet alleen de plicht geen inbreuk op de uitingsvrijheid te maken. Zij moet het belang hiervan ook actief behartigen. Dat betekent dus het stimuleren van mogelijkheden van die vrijheid gebruik te maken, inclusief het openhouden van boekwinkels. Die taak wordt nu verzaakt.

Handhaving

Onthutsend is hoe handhavers met deze vrijheid omgaan. Toen ik begin deze maand bij een boekwinkel was waar boa’s van de gemeente Amsterdam handhavingsmaatregelen wilden nemen, lieten zij merken dat zij weinig van het belang van de vrijheid van meningsuiting begrepen. ‘Ga maar naar Femke’, ‘Je kunt alles toch op het internet vinden?’, ‘Kranten zijn toch niet objectief’ – het zijn maar een paar van de opmerkingen die ik tegengeworpen kreeg, toen ik hen aansprak op de wijze waarop zij tegen een boekwinkel optraden. Desgevraagd zeiden zij dat ze geen instructie over het belang en de grenzen aan de beperkingen van de vrijheid van meningsuiting krijgen.

De wijze waarop de overheid met de vrijheid van meningsuiting omgaat, staat in schril contrast met de mate waarin twee andere grondrechten worden beschermd. Met een beroep op de godsdienstvrijheid weigert zij beperkingen aan kerken op te leggen. Kerkgangers en mensen die met hen in contact komen, kunnen dus makkelijk door het coronavirus worden besmet. Het recht op privacy bracht afgelopen zomer mee dat aan binnenkomende toeristen en van vakantie terugkerende toeristen geen verplichting zich te laten testen mocht worden opgelegd. Alsof aan de beoefening van de godsdienstvrijheid en de bescherming van de privacy geen beperkingen ter bescherming van de openbare gezondheid mogen worden opgelegd.

Wij zitten nu met de peren die hierdoor zijn gebakken.

Willem F. Korthals Altes is oud-rechter.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden