Opinie

Opinie: Rutte kan beter stoppen met zijn achterhoedegevecht: een fiscale unie is onvermijdelijk

Een gemeenschappelijke begroting is nodig om de eurozone op lange termijn in stand te houden.

Premier Rutte komt politiek meer en meer alleen te staan in Europa. Foto AFP

Onlangs maakte Mark Rutte in Berlijn duidelijk dat Nederland weinig heil ziet in een eurozone-begroting als schokabsorptiefonds: 'Als nationale buffers niet werken, werkt een Europese buffer ook niet', aldus onze premier.

Feit is echter dat Rutte politiek meer en meer alleen komt te staan in Europa. Waar de vorige Duitse minister van Financiën (Wolfgang Schäuble) er nog een vergelijkbare visie op nahield, omarmt de nieuwe Duitse regering grote delen van Macrons agenda voor de eurozone.

Daarnaast zijn er steeds minder economen te vinden die geloven dat de eurozone kan overleven zonder een gemeenschappelijke begroting. Recent publiceerden zelfs zeven vooraanstaande Duitse economen (samen met zeven Franse collega's) een paper waarin zij stellen dat risicodeling onvermijdelijk is om de muntunie op de lange termijn overeind te houden.

Rutte vindt dat negatieve schokken opgevangen moeten worden door nationale buffers en niet door een eurozone-begroting. Zulk soort buffers ontstaat wanneer landen lage tekorten en staatsschulden hebben, zodat ze de financiële ruimte hebben om het tekort en de staatsschuld op te laten lopen in slechte tijden. De regels van het Stabiliteits- en groeipact, dat tekorten en staatsschulden laag moet houden, worden echter al jaren met voeten getreden en niet alleen door Zuid-Europa. Ook blijkt dat, wanneer landen zich wel aan de regels houden, de buffers geen garantie voor stabiliteit vormen.

Zowel Spanje als Ierland had voor de crisis jarenlang een overschot op de begroting en een staatsschuld van rond de 30 procent van het bbp, waar een limiet van 60 procent geldt. Een ruimere buffer was bijna niet denkbaar, maar toch zaten de Spaanse en Ierse staatsschuld binnen 5 jaar na de start van de crisis tegen de 100 procent van het bbp aan en moesten ze in Europa aankloppen voor hulp. Tot zover de buffers waarop onze premier wil vertrouwen.

Een fiscale unie is onvermijdelijk om de eurozone op lange termijn niet uit elkaar te laten vallen. Met de introductie van de euro hebben de lidstaten twee van de drie belangrijke macro-economische instrumenten, om individuele schokken op te vangen, opgegeven: het rentebeleid en de wisselkoers. Het enige beschikbare instrument is fiscaal beleid: wanneer een land in een recessie of crisis komt, kan het de belastingen verlagen en de overheidsuitgaven verhogen. Dit wordt veelal gefinancierd door extra te lenen.

Voor landen met een hoge staatsschuld, zoals Spanje en Italië, is het maar de vraag of financiële markten dit soort uitgaven zullen financieren. Zo nee, dan hebben deze landen geen enkel macro-economisch instrument om een negatieve individuele schok op te vangen. Dat leidt tot een veel sterkere economische krimp en een hogere en langduriger werkloosheid. De enige manier om de gevolgen van zo'n schok op te vangen is door een eurozone-budget waaraan minder afgedragen en meer uitgekeerd wordt in slechte tijden. Zonder zo'n begroting zullen de onevenwichtigheden in de muntunie, veroorzaakt door een uniforme rente voor economisch diverse landen, het politieke draagvlak voor de munt ondergraven.

Zowel de politieke dynamiek in Europa als de economische noodzaak laat zien dat we geleidelijk naar een fiscale unie zullen bewegen. In andere fiscale unies, zoals de Amerikaanse, is er ook een transferunie. Sommige staten zijn permanente nettobetalers, andere netto-ontvangers. De gemiddelde nettobetaler in de Amerikaanse fiscale unie droeg tussen 1990 en 2009 gemiddeld 3 procent van zijn bbp af aan Washington, wat voor Nederland zou neerkomen op ongeveer 20 miljard euro per jaar.

Aangezien een eventueel eurozone-budget bij aanvang veel kleiner is dan het federale Amerikaanse, zal het om dergelijke bedragen aanvankelijk niet gaan.

Kijkend naar de dynamiek in andere fiscale unies, zoals de VS, is de kans groot dat, als een eurozone-budget wordt opgetuigd, Nederland nettobetaler zal worden. Rutte verwacht dit waarschijnlijk zelf ook, aangezien hij waarschuwt 'dat sommige landen langdurig een groot tekort hebben, een hoge schuld opbouwen en hun economie niet moderniseren. Dan eindigt de muntunie in een transferunie'.

Nu een eurozone-begroting aanstaande is, doet de premier er goed aan te stoppen met het achterhoedegevecht dat hij voert. Laat hem de geesten rijpen voor de reële kans dat Nederland nettobetaler wordt en mogelijk enkele miljarden per jaar netto aan Brussel zal overmaken. Het enige alternatief op lange termijn is uit de euro stappen, zoals Forum voor Democratie en PVV voorstaan. Polderachtige compromissen, waar Nederland zo dol op is, zullen in dit verband op de lange termijn niet houdbaar zijn.


Christiaan van der Kwaak is universitair docent aan de RU Groningen. Victor Broers is Europa-expert en schrijver.