OpinieGeopolitiek

Opinie: Rivaliteit China en VS biedt ook kansen

Democratische landen moeten zich verenigen. Dat gaat niet zonder innige samenwerking.

Premier Rutte en president Xi Jinping, van China, tijdens de Nucleaire Veiligheidstop in Washington in 2016.Beeld Getty Images

Nu de wereld zich herschikt langs de lijnen van geopolitieke competitie − met als centrale tegenstelling die tussen de VS en China − moeten andere landen daarin hun positie bepalen. Ook Nederland. Maar soms lijkt het alsof we in Plato’s grot zitten als het gaat om de grote veranderingen in de wereld. We richten ons op de schaduwen op de wand, niet op de centrale ontwikkelingen.

Nederland kent, sinds het zijn oude neutraliteitspolitiek verliet na de inval van de nazi’s, twee ijkpunten: het Atlantische en het Europese. Dezer dagen wordt er in Haagse corridors en denktanks hard gewerkt om de verhouding tussen die twee aan te passen. Meer Europa, minder Amerika.

Vakantie van de wereldpolitiek

Een kwart eeuw geleden was dit debat relevant. Na het einde van de Koude Oorlog was Europa’s ‘vakantie van de wereldpolitiek’ voorbij en werd de band met de VS structureel losser. Niettemin trakteerden Europese landen zichzelf, ook qua strategisch denken, op een ‘vredesdividend’ en daarom zijn ze ook in 2020 nog steeds te afhankelijk van Amerika.

Nu is het debat ingehaald door actuele ontwikkelingen: door de Amerikaanse ‘draai’, sinds Obama, richting India en China, en de terugtrekking uit het Midden-Oosten en Afrika. Met uitzondering van Trump beseft men in Washington nog steeds het belang van een vrij Europa, maar de aandacht wordt afgeleid door andere besognes.

Dát duwt de spartelende Europeanen in geopolitieke wateren voordat ze echt kunnen zwemmen. En dat leidt nu ook al tot verrassende en positieve inzichten. Over de diplomatieke spankracht van Duitsland bijvoorbeeld, of de mate waarin de EU zich op allerlei gebieden een strategische blik begint aan te meten. Die is hard nodig om een positie te bepalen in twee centrale ontwikkelingen die verband houden met de aankomst, niet langer ‘opkomst’, van China: enerzijds de competitie tussen de VS en China, en anderzijds het autoritaire staatsmodel dat actief concurreert met het democratische.

Beslagen brillenglazen

Hoe verhoudt Nederland zich hiertoe? Het rapport over de China-strategie van dit kabinet erkent kort deze ‘competitie tussen modellen’, maar daarna wordt gehaast de afstand tot de VS beschreven: ‘Hoewel we op veel punten in de praktijk dichter bij de VS staan dan bij China, maken we altijd onze eigen afwegingen.’ Dit beschrijft een gradueel verschil tussen de VS en China, in plaats van een fundamenteel verschil in waarden. Zijn hier de brillenglazen beslagen vanwege Trump?

De adviesraad AIV roept op tot een ‘zorgvuldige positiebepaling: zeker geen ‘equidistantie’ tussen Washington en Beijing, want we staan alleen al vanwege de aard van ons democratische bestel dichterbij de VS, maar evenmin bij voorbaat navolging van elke Amerikaanse zet in de rivaliteit met China.’ Dat klinkt al beter.

Dat Nederland steeds meer zijn fysieke, digitale en economische veiligheid in Europese (vaak EU-) context moet zien veilig te stellen, is onvermijdelijk. En dat zal ook conflicten met de VS inhouden. Maar het strategische denken moet verder reiken. Want de botsing tussen Chinese en westerse waarden raakt in al ons ‘geopolitieke Europa’-gemijmer een beetje buiten beeld.

Europese draai

Het goede nieuws komt, zoals vaker, uit Duitsland. Daar is een belangwekkende Indo-Pacific-strategie gelanceerd. Ook de Duitsers verruilen de louter economische fixatie op China voor een bredere blik, met meer dimensies, op de hele regio. De strategie reikt de hand aan democratische landen in Azië en waarschuwt tegen ‘unilaterale afhankelijkheidsrelaties’. Parijs ging Berlijn voor: beide landen werken aan een Europese Indo-Pacific-strategie. Tien jaar na de Amerikaanse ‘draai’, zien we gelukkig het begin van een Europese draai naar Azië.

Maar waartoe? De ongekende repressie in China van Oeigoeren en andere minderheden, en de assertiviteit waarmee China zijn autoritaire waarden ook elders promoot, zouden ons duidelijk moeten maken dat de inzet in deze eeuw, net als in de vorige, uiteindelijk onze vrijheid is. Dat perspectief maakt het een dwingende opdracht te zoeken naar nieuwe manieren om democratische landen uit alle continenten te verenigen. En dat gaat niet zonder innige samenwerking tussen de VS en Europa.

Bij de presentatie van zijn nieuwe boek American power and the cloak of idealism sprak de historicus Sebastian Reyn onlangs over wat we in deze tijd van de Franse staatsman Charles de Gaulle kunnen leren. ‘Diens oproep tot een onafhankelijke Europese stem in de wereldpolitiek is relevanter dan ooit’, zegt Reyn. Maar hij voegt toe: ‘De Gaulle had, ondanks zijn meningsverschillen met de VS, altijd scherp in de gaten dat er een fundamenteel politiek en moreel verschil bestond tussen het Westen en de Sovjet-Unie, het verschil tussen vrijheid en dictatuur. Ook in deze tijd moet dat verschil bepalend blijven bij ons oordeel over de veranderende geopolitieke verhoudingen en de positionering van Europa.’ Waarom horen we daar zo weinig over in de politieke arena?

Dat 70 procent van jongeren en 60 procent van de bevolking afzijdig wenst te blijven van Amerikaans-Chinese geopolitieke wedijver, zoals onlangs uit een Clingendael-peiling bleek, is begrijpelijk. Machtspolitiek is tenslotte niet ons ding. ‘Maar neutraliteit gaat niet helpen tegen een autocratisch bewind in Beijing dat zijn macht steeds meer laat gelden’, betoogt Paul Scheffer in NRC. Die dure les moet Nederland wellicht elke eeuw opnieuw leren.

Arnout Brouwers is redacteur van de Volkskrant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden