OpiniePopmuziek

Opinie: Popmecenaat is er nog niet, maar kan er komen

Steun aan popmuzikanten is meer dan geld; gedeelde identiteit en energie tussen muzikanten en fans, betogen hoogleraar Helleke van den Braber en Rocco Hueting, toetsenist van rockband De Staat.

Frontman Torre Florim van de Nijmeegse rocband De Staat tijdens het uitverkochte concert in AFAS Live in maart 2019.Beeld Hollandse Hoogte / Marcel Krijgsman

‘We zullen met zijn allen de schouders onder de Nederlandse pop moeten zetten’, schreef Robert van Gijssel. Hij heeft groot gelijk. Belangrijke vragen: hoe ziet die steun aan de pop er dan uit? Wie moeten het ‘met z’n allen’ geven? En hoe zetten muzikanten dit op een goede manier in gang? De hoog­leraren Eijffinger, Hemels en Schuyt vinden het een fantastische tijd voor filantropen. Ze stelden op 11 mei jl. in de Volkskrant dat de burgers van Nederland de cultuur kunnen redden, maar lieten de popmuziek buiten beschouwing. Is het denkbaar, mecenaat in de pop? We doen een voorzet – en wijzen tegelijk op de obstakels.

De coronacrisis legt de kwetsbaarheid én de kracht van popmuzikanten bloot. De pop valt veelal buiten de overheidssubsidies. Bands bouwen aan hun carrière in interactie met hun fans. Nu de zalen leeg blijven, drogen die inkomsten op.

Juist wat pop altijd gedragen heeft – de intense en productieve afhankelijkheid van het publiek – slaat nu om in het tegendeel. Het ‘eigenaarschap’ dat de fans van oudsher voelen jegens hun favoriete bands, de intense ­onderlinge connectie, hoe daar nu ­uiting aan te geven? Voor miljoenen mensen is popmuziek in deze tijd een spring­levende bron van energie en houvast. De schouders eronder dus. Maar hoe?

Een snelle blik op de gevestigde kunsten. Daar worden makers al ­decennialang in geefkringen rechtstreeks door hun bewonderaars ondersteund. De gelauwerde musici van het Residentie Orkest zijn trots op de hulp van 1.500 liefhebbers, de acteurs van ITA verwelkomen donaties van 2.000 toneelfans, en het befaamde Concertgebouworkest bedankt jaarlijks 20.000 trouwe vrienden.

Waarom is deze vorm van mecenaat wél geaccepteerd in de gevestigde kunsten, maar volledig afwezig in de pop? Geen gerenommeerde band waagt het z’n fans om hulp te vragen. De reden: steun zoeken bij het publiek is voor popartiesten geen teken van kracht, maar van zwakte.

Dat heeft alles te maken met aloude romantische ideaalbeelden en taboes rond kunstenaarschap en geld die vanaf de jaren zestig een nieuw en vitaal leven kregen in de popmuziek. De ideale popartiest is onafhankelijk (een rebelse outsider), authentiek (een oprechte vertolker van zijn eigen waarheid) en onbaatzuchtig (louter gericht op de kwaliteit van zijn ­muziek). Dit beeld en de bijbehorende taboes worden door elke nieuwe generatie popartiesten uitgedragen. Zij én de muziekindustrie hebben er belang bij het idee van artistieke en ­financiële autonomie hoog te houden. Alleen wie niet ‘te koop’ is kan immers hopen artistiek serieus te worden genomen.

Hoe springlevend dit alles nog is blijkt uit de ophef die ontstond toen De Staat in 2016 om ruim twee ton overheidsondersteuning per jaar vroeg – een bedrag dat orkesten en ­gezelschappen probleemloos wordt gegund, maar bij toekenning aan een rockband tot wantrouwen leidde, ook onder fans. Een écht goede band, zo is het idee, vraagt niet om steun. Een écht goede band kan het op eigen kracht.

Eijffinger, Hemels en Schuyt vinden dat burgers de kunst kunnen redden, maar elk pleidooi voor meer geven aan cultuur moet rekening houden met dit soort oordelen en taboes. Ze maken het voor kunstenaars lastig om ondersteuning met opgeheven hoofd te aanvaarden.

Toch denken wij dat er ruimte is voor een nieuw en vooruitstrevend popmecenaat, dat deze taboes niet alleen erkent en omarmt, maar ook weet om te buigen. Dat moet dan een vorm van ondersteuning zijn die niet alleen ‘van de fans voor de band’ is, maar ook ‘van de band voor de fans’. Mecenaat in de pop kan bloeien als het wederkerig van aard is, gericht op uitwisseling, en gebouwd op dat wat muzikanten en hun fans van oudsher bindt: een gedeelde identiteit en energie.

De pop heeft baat bij een mecenaat waar een band z’n fans trots en zonder gêne bij kan betrekken. Dus niet: een anonieme doneerknop ten bate van ‘de popmuziek’. Wel: geefkringen op maat, door bands zélf ontwikkeld, passend bij wie ze zijn en bij het soort fan dat om hen heen staat. Niet: een eenmalige donatie om een zielige, door coronanood getroffen muzikant te ‘redden’. Wel: de geefkring als ­(virtuele) plek waar fans zich duurzaam om een band scharen, en deel hebben aan wat een band doet en maakt.

De geefkring als interactief domein van samenkomst dus, waar je als ­betrokken fan graag bent én blijft, om met gerichte donaties te zorgen dat we ook komende decennia naar nieuwe muziek kunnen luisteren. Popmecenaat: het is er nog niet, maar het kan er komen.

Helleke van den Braber is hoogleraar Mecenaatstudies aan de Universiteit Utrecht, Rocco Hueting is toetsenist van rockband De Staat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden