opinieopengaan scholen

Opinie: openhouden scholen vereist nationale regie

Waar zijn minister Slob en de onderwijsbestuurders nu corona het nieuwe schooljaar bedreigt?, vraagt leraar Ton van Haperen zich af. 

Minister Slob op bezoek bij een basisschool in april, waar de eerste lessen weer gegeven werden na een wekenlange onderbreking vanwege het coronavirus. Beeld Jiri Büller

Maandag beginnen de scholen in het noorden. Twee weken later zitten 2 miljoen kinderen op school. Voor de vakantie was corona onder controle, nu neemt het aantal besmettingen weer exponentieel toe. Jongeren spelen daarin een grote rol. Je zou denken: een nationale kwestie, bestuurders en politici springen voor camera’s, benoemen risico’s, zetten beelden van werkbare en wenselijke afspraken uit, organiseren daarvoor legitimiteit, nemen leraren mee en doen er alles aan om nog een nationale schoolsluiting te voorkomen.

‘Wij hebben ook vakantie’

Niks van dat alles. Minister Slob en de onderwijsbestuurders hanteren het adagium ‘wij hebben ook vakantie’ en schitteren door afwezigheid. Werk­gevers in het voortgezet onderwijs hebben wel om een onderzoek naar ventilatie gevraagd, dat komt er ook, in de loop van het schooljaar en ja, beter ventileren, altijd goed, maar daarmee blijft het wat het is: te weinig en te laat. Leraren hebben klassen met 32 leerlingen die schouder aan schouder door gangen schuifelen. De beheersing van dit risico vereist echt meer regie. Die nationale regie begint bij de evaluatie van eerdere ervaringen om zo antwoord te geven op de vraag: wat willen we en wat kunnen we?

Half maart gingen alle scholen dicht, kort voor de zomervakantie ­waren ze weer open. Het kabinet en het RIVM vonden sluiting in beginsel niet nodig vanwege de geringe rol van kinderen in de transmissie; het negatieve effect van schoolsluiting zou groter zijn dan de opbrengst. Die stelling bleek onhoudbaar. Wereldwijd zaten op dat moment 1,5 miljard kinderen thuis. In New York kwam de sluiting te laat, met als gevolg tientallen doden bij het onderwijspersoneel. Inmiddels is er meer duidelijkheid over de rol van kinderen. Hier ben je tussen 0 en 18 jaar kind. Maar een mannetje van 4 in de zandbak is anders dan zijn zus van 17, die drinkt, vrijt en rookt. Een recente Zuid-Koreaanse studie leert dat kinderen tussen 0 en 10 beperkt bijdragen aan de verspreiding. Ook blijkt dat in een huishouden 1 op de 5 mensen na contact met een patiënt tussen 10 en 19 jaar besmet raakt. Het hoogste percentage van alle leeftijdsgroepen.

Kortom, het risico van het openhouden van basisscholen lijkt gering. Middelbare scholen hebben wél een besmettings- en verspreidingsrisico. Maar, wéér onderwijs op afstand? Alsjeblieft niet. Pubers ontlopen te makkelijk het leerproces, leren dus minder en met een minder kansrijke thuismilieu ontstaan onoverbrugbare achterstanden. Dus zit het voortgezet onderwijs in een acute crisis. Het begin van het schooljaar bepaalt de vorming van de werkrelatie tussen leraar en leerlingen. Lukt dat de eerste weken niet, dan houdt het op. En een leraar kan geen werkrelatie opbouwen via een beeldscherm. Uitleg gaat nog, maar leren, verbinden van nieuwe begrippen met het eerder geleerde en de werkelijkheid, begeleid inoefenen van vastliggende oplossingspaden, systematisch bekritiseren van uitkomsten, dat alles vergt nabijheid, contact en controle.

Poep op de ventilator

Het probleem is dat middelbare scholieren elkaar, hun ouders en leraren wel degelijk besmetten. De oplossing begint bij nationale gedragsafspraken, vertaald naar de realiteit van een school en als dan niet kan wat je wil, wil je wat kan. De 1,5 meter werkt tussen leraar en leerlingen, maar niet bij leerlingen onderling. Daarvoor zijn de gebouwen en de lokalen te klein. Dat noopt tot aanvullende maatregelen, zoals: het maximeren van de klassengrootte op 20, trajecten op afstand voor kinderen met kwetsbare familieleden, regelmatig testen, mondkapjes in de gangen en vooruit, ventileer beter. Hoe ook, de urgentie vereist een helder en werkbaar beeld. De sneuvelbereidheid onder leraren ligt na alle onrust en onzekerheid ver onder nul, waarna Amerikaanse scenario’s in beeld komen.

Het grote zomerzwijgen van minister en onderwijsbestuurders, is het echte schandaal. Zij zijn verantwoordelijk voor het bedenken van werkbare oplossingen, de legitimering ervan en nationale coördinatie van de uitvoering. Gebeurt dat niet, dan raakt in september de poep de ventilator voor de tweede keer. En die bagger krijgt niemand meer opgeruimd. 

Ton van Haperen is leraar, lerarenopleider en publicist.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden