Opinie op Zondag Arnout Brouwers

Opinie op Zondag: West-Papoea is schandvlek, en onze stilte daarover ook

Prikkelende opinie op een dag dat u er tijd voor heeft: de Volkskrant presenteert elke zondag twee bijdragen van een vaste club auteurs. Eerder vandaag cultuurhistoricus Thomas von der Dunk, nu Arnout Brouwers die zich afvraagt waarom de buitenwereld zwijgt over de Papoea’s.

Papoease studenten roepen bij een demonstratie op tot onafhankelijkheid van Indonesië, 2 september 2019 in Bandund. Beeld AFP

Van alle vergeten hoekjes in de Nederlandse koloniale geschiedenis, neemt Nieuw-­Guinea een apart plekje in. Al ruim een halve eeuw Indonesisch bestuur – en de klachten zijn altijd hetzelfde: de Papoea’s voelen zich uitgebuit, onderdrukt, monddood gemaakt en racistisch bejegend door het Indonesische bestuur. Sommige Papoea’s verzetten zich met geweld tegen de koloniale heerser, talloze anderen doen dat geweldloos, in protestmarsen en dappere symbolische verzetsdaden – die hen, in Indonesië (en hier) in de politiebus terecht kunnen doen komen.

Vorige maand was het vijftig jaar geleden dat zich in West-Papoea de ‘Act of Free Choice’ voltrok. Het kreeg weinig aandacht hier, dus ter herinnering: Nederland zonderde Nieuw-Guinea af van de soevereiniteitsoverdracht aan Indonesië in 1949, vanuit de overtuiging dat de Papoea’s niets (etnisch, historisch, of anderszins) gemeen hadden met de andere eilanden en dus een apart traject richting zelfbestuur moesten bewandelen, onder Nederlandse hoede.

De argumenten waren toen en nu steekhoudend, zeker in het licht van 57 jaar Indonesische onderdrukking van Papoea’s, maar machtspolitiek onhoudbaar om twee redenen: militaire druk van Soekarno, en de Koude Oorlog. Om het communisme in te dammen, moest Den Haag van Washington de Papoea’s opgeven. De overdracht aan Indonesië werd geregeld in 1962, ook de bovengenoemde daad van zelfbeschikking in 1969.

Deze staat bekend als de ‘Act of No Choice’: er viel echt niks te kiezen.

Nieuwe kolonie

En zo ontstond uit een oude Nederlandse kolonie een nieuwe, Indonesische kolonie – waarvoor de ­Papoea-bevolking nog steeds een hoge rekening betaalt. Naast uitbuiting en ­marginalisering, pasten de nieuwe koloniale autoriteiten een vileine omvolkingspolitiek toe – erop gericht om van de Papoea’s een minderheid te maken in eigen land.

De stilte in Nederlandse media over de Papoea’s blijft verbazen. Waar zijn de actiegroepen tegen racisme, mensenrechtenschendingen en kolonialisme? Natuurlijk werkt Jakarta mee aan die stilte: media en ­activisten ­komen West-Papoea niet in. Onderdrukking gaat beter zonder pottenkijkers. En zo nodig, zoals nu, wordt ook het internet tijdelijk platgelegd.

De ironie van de situatie is dat de Papoea’s een steeds betere zaak hebben voor hun claim op zelfbeschikking of betekenisvolle autonomie – juist vanwege die onderdrukking. Want het volkenrecht stond niet stil. Ooit gold ‘zelfbeschikking’ louter voor een paar ‘nationale groepen’ in Europa. Na de Tweede Wereldoorlog werd het een rechtvaardigend beginsel voor de dekolonisatie van de oude Europese koloniale machten.

Niet sexy genoeg?

Kolonialisme als wapen van oud-kolonies (India slokte Goa op, Indonesië West-Papoea, Marokko de Westelijke Sahara, et cetera) – was lange tijd echter wel oké. De ‘nieuwe landen’ werd veel vergeven en ze vergaven zichzelf ook veel. Maar er is er meer aandacht gekomen voor rechten van inheemse volken. En staten kunnen zich niet altijd meer verschuilen achter het beginsel in het VN-Handvest dat bemoeienis met binnenlandse aangelegenheden verbiedt. Staten die de rechten van hun burgers op grote schaal schenden, kunnen het recht op bestuur (deels) verliezen – vaak mede door externe bemoeienis.

Dat gebeurde in Kosovo, dat ­gebeurde in Zuid-Soedan en dat gebeurde in Oost-Timor. Wie naar West-Papoea kijkt, ziet weinig anders dan uitbuiting, racisme, geweld en mensenrechtenschendingen.

Daarmee verspeelt Indonesië het recht op het bestuur van Papoea, een recht dat het vijftig jaar terug ook al onrechtmatig verkreeg. Helaas ligt niemand hier wakker van dit probleem. Wellicht zijn Papoea’s niet zo ‘sexy’ als Tibetanen, of zijn economische banden met Jakarta te belangrijk om koloniaal wangedrag aan de schandpaal te nagelen. De Melanesische volken in de Stille Oceaan zijn er gelukkig wel mee bezig; of hun stem beslissend zal zijn, valt te betwijfelen.

Dat klein wordt vermalen door groot, gebeurt vaker. Het volkenrecht biedt slechts zeer zelden een pleister. Maar de Papoea’s staan in hun recht. En dat maakt onze stilte zo laf. Het ­bestuur over West-Papoea is een schandvlek voor Indonesië. Dit is geen theoretisch ‘postkoloniaal ­debat’, maar een actuele misstand. Hoe vaker Jakarta daarop wordt aangesproken, hoe beter.

Arnout Brouwers is redacteur van de Volkskrant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden