Opinie op zondag Geerten Waling

Opinie op Zondag: Weet het kabinet ook van het bestaan van burgers?

Prikkelende opinies op een dag dat u er tijd voor heeft: de Volkskrant presenteert elke zondag een bijdrage van een vaste club van acht auteurs. Later vandaag classica Rosa van Gool. Nu is het de beurt aan historicus Geerten Waling.

Premier Mark Rutte en Jesse Klaver (GroenLinks) proberen elkaar over vak K heen te trekken tijdens de schorsing van het debat over de dividendbelasting. Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Zouden de ministers uit het kabinet Rutte-III wel beseffen dat er ook nog burgers wonen in dit land? Dat zij door en voor die burgers zijn aangesteld en dat zij op zijn minst zouden mogen veinzen naar die burgers te luisteren? Besluit op besluit doet anders vermoeden. Natuurlijk is nooit iedereen tevreden in de politiek, maar dat het kabinet keer op keer de meerderheidsopinie onder de Nederlandse kiezer  en vaak zelfs de eigen achterban  negeert geeft te denken. Zeker als die besluiten zijn omkleed met een dedain dat riekt naar bestuurlijke arrogantie.

Geen product van een democratie

Neem nu de dividendbelasting. De afschaffing daarvan wordt namelijk níet ingetrokken omdat half Nederland een jaar lang op de banken stond te roepen hoe dom deze maatregel was  en kiezersbedrog bovendien, aangezien het in geen enkel partijprogramma had gestaan. Nee, alleen omdat Unilever besloot het hoofdkantoor toch niet te verhuizen, en daarmee de (kennelijke) afspraken met Rutte niet nakwam, bleek het kabinet bij nader inzien toch niet zo onwrikbaar. Een regering die op zo’n manier besluiten neemt heeft grote lef, maar moet zichzelf wellicht geen hoeder en product van een democratie noemen.

Andere voorbeelden waarop het kabinet democratisch dwarrelt vinden we vooral rondom de portefeuille van de minister van Binnenlandse Zaken, Kajsa Ollongren. Allereerst was daar het afschaffen van het referendum, dat zij met grote voortvarendheid in een half jaar door de twee Kamers heeft geloodst. Dit terwijl opiniepeilingen uitwijzen dat een meerderheid van de kiezers een referendum wil. Politicologen wijzen erop dat een referendum een oplossing biedt voor de Ostrogorski-paradox, die kortweg inhoudt dat via verkiezingen en coalitievorming een regeringsbeleid kan ontstaan dat niet meer door een meerderheid gedragen wordt, ondanks dat de regering wel op een meerderheid van Kamerzetels is gebouwd. Het referendum kan dat corrigeren, maar ironisch genoeg is het referendum zelf, volgens dat Ostrogorski-patroon, nu afgeschaft.

De Ostrogorski-dinges

Ook de Staatscommissie Parlementair Stelsel maakt zich daar zorgen om. Deze commissie, onder leiding van Johan Remkes, komt binnenkort met een eindrapport, waarin aanbevelingen worden gedaan voor hervormingen van ons kiesstelsel, de Grondwet en andere instituties. Het referendum zal daar een belangrijke rol in spelen. Interessant, maar niet voor het kabinet. Hoewel premier Rutte zelf de Staatscommissie heeft ingesteld, op aandringen van de VVD-Senaatsfractie, heeft dit kabinet zelf al besloten dat het referendum halsoverkop weg moest en dat die Ostrogorski-dinges geen probleem vormt. De Staatscommissie lijkt daarmee bij voorbaat al voor spek en bonen.

Verder gaf Ollongren deze week aan dat zij ondermijning van het lokale bestuur wil aanpakken door burgemeesters en wethouders beter te ‘screenen’. Dit is primair een taak van de volksvertegenwoordiging, dus is dat voornemen op zich al een motie van wantrouwen richting de Nederlandse gemeenteraden  en richting de kiezers die die raden hebben samengesteld. Tegelijk kondigde de minister aan dat zij afsplitsing van Raadsleden en Provinciale Statenleden gaat ontmoedigen. Alsof een afsplitsing (onterecht ‘zetelroof’ genoemd) onderdeel is van diezelfde integriteitsproblematiek! Jazeker, kiezers ervaren afsplitsing als één van de grootste ergernissen van de parlementaire democratie, maar hun andere grote frustratie is de dominante partij- en fractiediscipline. Ontmoediging van afsplitsing (een recht dat voortvloeit uit de Grondwet) werkt die discipline juist in de hand en beschadigt het open, representatieve stelsel van Nederland.

Verdachte strijd tegen ‘fake news’

En dan zijn er nog de vurige uitspraken van ministers als Ollongren, Kaag en Bijleveld tegen ‘fake news’ en (rechts-)populisme. Ook daarmee wekken zij op zijn minst de schijn dat zij maatschappelijke en politieke oppositie niet inhoudelijk wensen te pareren, maar die als gevaarlijk en zelfs crimineel wegzetten. En dat er misschien wel censuur nodig is. Zeker, het kabinet is een belangrijke hoeder van de democratie en de rechtsstaat, maar het dreigt nu die rol politiek te misbruiken, waarbij het kiezersvolk bovendien als dom en manipuleerbaar wordt afgeschilderd.

Natuurlijk moet een regering beslissingen kunnen nemen die niet worden gedragen door een meerderheid van de kiezers, zoals belastingverhoging. Maar het stelselmatig negeren en criminaliseren van de publieke opinie kent zijn grenzen. ‘Nepparlement!’, hoor je Wilders alweer roepen. Als deze coalitie doorgaat met haar strapatsen wordt het nog knap lastig om dat te weerspreken.

Geerten Waling is historicus, onderzoeker aan de Universiteit Leiden en auteur van o.a. Zetelroof (Nijmegen: Vantilt 2017). 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.