Opinie op zondag: 'We hebben helemaal geen nieuwe religie nodig'

Prikkelende opinies op een dag dat u er tijd voor heeft: de Volkskrant presenteert elke zondag een bijdrage van een vaste club auteurs. Later vandaag historicus Geerten Waling, nu eerst classica Rosa van Gool.

Oscar Wilde (1854-1900). Beeld Getty

In zijn Voetnoot van 30 maart schreef Arnon Grunberg dat religiositeit niet af te schuiven is op een 'tekortkoming van het intellect', zoals Nietzsche stelde. Daarin heeft hij gelijk, om de eenvoudige reden dat er uiterst intelligente gelovigen bestaan. Hij meent echter ook dat het 'een illusie is om te denken dat mensen zich zonder welke vorm van opium dan ook door het leven kunnen slaan'. Grunberg concludeert dat mensen nu eenmaal niet zonder een vorm van bedwelming kunnen en vindt het daarom nastrevenswaardig om 'hoogwaardige opium' te produceren. Toch slaan talloze mensen zich elke dag uitstekend door het leven zonder god. Dat 'hoogwaardige opium' überhaupt zou kunnen bestaan, is de werkelijke illusie.

De Amerikaanse schrijver David Foster Wallace zou het met Grunberg eens zijn: 'In de loopgraven van het volwassen leven bestaat er geen atheïsme. Iedereen aanbidt. De enige keuze die wij krijgen is wat te aanbidden.' Beide schrijvers menen dus dat theïsme amper verschilt van andere soorten van overtuiging; hoogstens gradueel. De redenering gaat als volgt: mensen zijn altijd op zoek zijn naar zingeving. Als ze geen goden aanbidden, dan wel Ajax of Feyenoord. Ze eten niet koosjer of halal, maar glutenvrij en veganistisch. Ze zijn er niet van overtuigd dat de messias zal komen, maar dat robots de wereld over zullen nemen.

Maar de kloof tussen theïsme en de meeste seculiere overtuigingen is principiëler dan Wallace en Grunberg doen voorkomen. Hun relativisme is misleidend; ongelovigen en 'ietsisten' hebben wel vaker de neiging om 'klassieke' religie te bagatelliseren ('ach, we geloven allemaal wel ergens in'), misschien juist omdat zij zich serieus godsgeloof moeilijk voor kunnen stellen.

Waarheidsclaim

Het belangrijkste verschil tussen een seculiere en een religieuze overtuiging is dat de eerste - als het goed is - tot stand komt op basis van argumenten, terwijl de laatste bestaat bij de gratie van dogma's. Zulke dogma's zijn van hogerhand opgelegd en worden gehandhaafd door instituties. Religieuze waarheden zijn per definitie waar en kunnen niet ter discussie staan. Voor een christen is er geen bewijs denkbaar dat zou aantonen dat de herrijzenis van Jezus niet plaatsgevonden heeft. Wie de mogelijkheid van zulk bewijs accepteert, houdt op christen te zijn. Bovendien bewaken religieuze autoriteiten de dogma's en regels; wie eraan toornt, wordt getroffen door sociale uitsluiting of erger.

Ook beweert religie, behalve voorschriften voor het aardse leven, de antwoorden op metafysische vragen te hebben. Deze waarheidsclaim maakt haar potentieel gevaarlijk: er is een hoger doel, waaraan al het andere ondergeschikt is. Religie legitimeert zo bijvoorbeeld het snijden in de lichamen van jonge kinderen (maar inenting tegen gevaarlijke ziektes dan weer niet), discriminatie van vrouwen en homoseksuelen, of zelfs oorlogen. Natuurlijk is religieuze overtuiging geen noodzakelijke voorwaarde voor geweld - denk maar aan Hitler en Stalin, die zonder God aan hun zijde tekeergingen - maar die constatering pleit religie niet vrij: het blijft wereldwijd een hardnekkige bron van uitsluiting en geweld.

Volgens Grunberg 'verschilt politiek nauwelijks van religie'. Het is waar dat de dogmatiek van politici soms doet denken aan religieuze overtuiging en dat ook politieke uitwassen tot geweld leiden, maar het is cynisch en overdreven om de gehele politiek net zo'n losse omgang met de waarheid toe te dichten als religie. In ons land hangt de politiek van compromissen aan elkaar - zij is dus inherent flexibel - en laten politici zich bij beslissingen vaak informeren door de wetenschap; een methode waar religieuze instituties zich zelden op laten betrappen.

Oscar Wilde

Wereldwijd seculariseert geen enkel ander land zo snel als het onze. Tegelijkertijd gaat het goed met Nederland: hoogopgeleiden blijken 'de nieuwe gelovigen' als het gaat om vrijwilligerswerk, de criminaliteit blijft dalen, het geluksniveau stijgen. Een nieuwe vorm van religie, hoe hoogwaardig ook, hebben we helemaal niet nodig.

Toch heeft Grunberg gelijk als hij opmerkt dat sommige mensen van nature een 'metafysische behoefte' hebben; de drang om na te denken over levensvragen. Om in die behoefte te voorzien zijn er andere middelen dan religie: filosofie, literatuur, kunst, geschiedenis. Zij zullen nooit even pasklare antwoorden bieden als religieuze dogmatiek, maar dwingen ieder nieuwsgierig mens tot een individuele zoektocht en eigen afwegingen.

Voor een deel is de 'religieuze behoefte' niet zozeer metafysisch, maar sociaal. Onderzoeker David Maij stelt dat mensen vooral geloven omdat zij dat van hun omgeving leren. Mensen maken graag deel uit van een groep en houden van rituelen, zoals een andere collega van Grunberg, Oscar Wilde, ooit beschreef: 'Ik zou een orde op willen richten voor mensen die niet kunnen geloven. De broederschap der ongelovigen: in hun midden zou op een altaar - waarop geen kaarsen branden - een priester - in wiens hart geen vrede huist - de dienst vieren met ongewijd brood en een beker zonder wijn.' Als we ergens naar moeten zoeken, zijn het niet nieuwe profeten met nieuwe dogma's, maar seculiere rituelen.

Rosa van Gool is classica en publiciste.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.