Opinie op zondag: Waak voor de inflatie van het woord ‘fascisme’

Prikkelende opinies op een dag dat u er tijd voor heeft: de Volkskrant presenteert elke zondag een bijdrage van een vaste club auteurs. Later vandaag historicus Geerten Waling, nu eerst classica Rosa van Gool.

Nederland, Kedichem, 1986. Politicus Hans Janmaat na de aanslag op een hotel, waar een vergadering werd gehouden van de Centrumdemocraten. Janmaat werd in de jaren tachtig al voor fascist uitgemaakt. Beeld William Hoogteyling/Hollandse Hoogte

Vrijwel elke politieke discussie op het internet raakt vroeg of laat verstrikt in de wet van Godwin: Naarmate een discussie op het internet langer voortduurt, nadert de kans dat iemand verwijst naar Hitler of de nazi’s één. Begrijpelijk, want de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust zijn belangrijke morele ijkpunten: dat nooit meer. Tot zover is iedereen het met elkaar eens, maar helaas houdt de eensgezindheid daar vaak ook op.

Want wie vormen precies het nieuwe gevaar? Ter linkerzijde bevinden zich ‘anti-fascisten’, die menen dat het een potentiële misdaad tegen de menselijkheid is om een zaal aan Thierry Baudet te verhuren. Vandalen gooiden daarom de ruiten van het Amsterdamse debatcentrum De Rode Hoed in en bekladden de muren. Aan de andere kant vinden we de rechtse blog GeenStijl, die op de vernielingen reageerde door de daders zelf als fascisten af te schilderen, via een zeer misplaatste vergelijking met de Kristallnacht. Baudet en Geert Wilders worden dagelijks voor fascist uitgemaakt; op zijn beurt vindt Wilders de koran weer een ‘fascistisch boek’.

Over de gehele politieke linie is de term fascisme aan inflatie onderhevig. Hitler en de nazi’s zijn vooral een handig argument geworden, dat zijn morele kracht ontleent aan de zes miljoen gruwelijke moorden die het Duitse fascisme tijdens de Tweede Wereldoorlog gepleegd heeft. Daarom zijn fascisme-vergelijkingen vrijwel altijd oneerlijk: ze suggereren - op grond van een vaak nogal aspecifieke overeenkomst - dat de vermeende fascist het kwaad zelf verpersoonlijkt.

Redderscomplex

Een van de dingen die linkse en rechtse fascisme-roepers met elkaar delen, is een redderscomplex: ze zijn er stuk voor stuk van overtuigd dat zij aan de ‘juiste kant van de geschiedenis’ staan. Dat de tand des tijds hen in het gelijk zal stellen en hun tegenstanders zal veroordelen als de ware fascisten. Dat zij de échte ‘verzetsstrijders’ zijn. Geen van hen lijkt zich ervan bewust dat iedere soortgelijke beweging dat altijd denkt, en dat het onmogelijk altijd voor iedereen kan kloppen. Een inzicht dat op zijn minst tot enige voorzichtigheid en zelfreflectie zou moeten leiden.

Zoals Job Cohen eens steldeIedereen die een ander ervan beticht fascist te zijn, doet zijn best om de andere partij een negatieve collectieve identiteit aan te praten.’ En, zou ik daaraan toe willen voegen, om zijn eigen partij een positieve collectieve identiteit aan te praten. Deze strategie maakt inhoudelijk debat praktisch onmogelijk.

Misschien heeft het politieke debat daarom baat bij een pedagogisch advies, dat ik de afgelopen tijd, als beginnend docent van soms lastige pubers, ontving: maak onderscheid tussen persoon en gedrag. Keur vervelend gedrag af, maar maak duidelijk dat je de persoon zelf niet afkeurt. Laat merken dat je nog steeds van de leerling houdt, zei een van mijn raadgevers. Want wie zich persoonlijk afgewezen voelt, luistert niet meer, staat niet langer open voor contact en zal zich bijna reflexmatig dieper ingraven in het eigen gelijk. Volwassenen verschillen hierin niet fundamenteel van pubers; hoogstens gradueel, dankzij een iets stabielere hormoonspiegel.

Zwartgallig beeld

Op het moment dat je een ander ‘fascist’ noemt, is constructieve dialoog een gepasseerd station, en is denkbeelden met argumenten bestrijden niet langer een optie. Natuurlijk zijn er extreme situaties denkbaar - bijvoorbeeld tijdens een oorlog - waarin zwaardere middelen dan argumenten noodzakelijk zijn en debat inderdaad een gepasseerd station is. Maar wie denkt dat zoiets momenteel in ons land aan de orde is, heeft geen idee wat een noodsituatie werkelijk inhoudt. Extreemlinks en -rechts blijken een overdreven zwartgallig beeld van ons land te delen, al vormen de plaatjes elkaars negatief. Voor extreemlinks is Nederland het racistische, neoliberale en koloniale schrikbeeld van de wereld, voor extreemrechts juist het oikofobe, geïslamiseerde, linkse afvoerputje.

In werkelijkheid behoort ons land tot de besten ter wereld als het gaat om onder andere persvrijheid, veiligheid, welvaart en geluk. Daarmee wil ik niet zeggen dat er niets mis is of beter kan, maar wel dat we de politieke strijd uitstekend af kunnen zonder ‘verzetsgeweld’, en zonder onze tegenstanders als vermeende fascisten buiten het debat te plaatsen. Ook extreme standpunten moeten tegengesproken worden in dialoog en debat, dat bovendien veel effectiever zal zijn als geen van de deelnemers zich persoonlijk afgewezen voelt. De Amerikaanse juriste Nadine Strossen weet het treffend te verwoordenLeren om weerwoord te bieden, is in alle opzichten het beste antwoord op de haat.’

Misschien vindt u mij nu wel een wegkijker, die het linkse/rechtse/islamitische (doorhalen wat niet van toepassing is) fascisme niet wil zien. Een collaborateur dus, eigenlijk. In dat geval een laatste advies: haal diep adem, tel tot tien en houd de Godwin nog even binnen. Tien seconden zijn precies lang genoeg om uzelf te herinneren aan de fabel over de jongen die wolf’ riep. 

Rosa van Gool is classica en publiciste.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden