Opinie

Opinie op Zondag - Thomas von der Dunk: 'Waarom arme landen vaak dictaturen zijn'

Prikkelende opinie op een dag dat u er tijd voor heeft: de Volkskrant presenteert elke zondag twee bijdragen van een vaste club van acht auteurs. Eerder vandaag filosoof Sebastien Valkenberg, nu cultuurhistoricus Thomas von der Dunk.

Portretten van dictators bij Checkpoint Charlie in Berlijn door Franse kunstenaar Guillaume Kashima, 2013. Vanaf rechts: ex-president Ahmadinejad van Iran, Deby van Tsjaad, Al-Bashir van Soedan, ex-leider van Noord-Korea Kim Jong-il, Mugabe van Zimbabwe en Assad van Syrië. Beeld afp

Wat maakt iemand tot een meedogenloos tiran, die geen enkel geweldsmiddel schuwt om aan de macht te blijven? Wordt men als tiran geboren, als tiran opgevoed, of zijn het de politieke omstandigheden die iemand in een tiran veranderen? Over het feit dat Baschir-al-Assad in de categorie 'tirannen' valt, kon ook al voor de jongste gifgasaanval weinig twijfel bestaan.

Hoe stak in dat opzicht de jonge medicijnen-student Assad in elkaar, die nu ziekenhuizen laat bombarderen, maar ooit in het Londense Western Eye Hospital een opleiding tot oogarts volgde - toch een zeer menslievende activiteit? Was die menslievendheid toen al voor de zoon van de meedogenloze dictator Hafiz-al-Assad slechts uiterlijke schijn, of heeft hij nadien, eenmaal zelf staatshoofd, zijn wereldbeeld gewijzigd?

Hij is niet de enige dictatorenspruit voor wie die vraag gerechtvaardigd is - niet de enige die in zijn vormende jaren langdurig in het Westen verbleef, waar hij toch ook met westerse opvattingen over mensenrechten in aanraking moet zijn gekomen. Zo bivakkeerde Kim Jong-un, leider van de meest totalitaire dictatuur die bestaat, jaren in Zwitserland, waar ongeveer elk politiek vraagstuk aan de bevolking wordt voorgelegd. Van die kennismaking met basisdemocratie lijkt thuis in Noord-Korea weinig te zijn beklijfd.

Op de barricades

De tweede zoon van Moammar-al-Kadhafi, Saif, promoveerde in 2008 aan de London School of Economics op een dissertatie met de titel 'The role of civil society in the democratization of global government institutions: from 'soft power' to collective decision-making'. Een paar jaar later, toen de Libiërs tegen zijn vader in opstand waren gekomen, zagen we hem schietend op de barricades terug, onderwijl bloeddorstige uitspraken doend die noch van veel empathie voor de civil society, noch van een hang naar soft power of een diepgevoelde behoefte aan collectieve besluitvorming getuigden.

Eén ding is in elk geval duidelijk: de families Assad, Kim en Kadhafi wensten thuis met alle middelen hun machtspositie met de daaraan verbonden materiële emolumenten te verdedigen. Voor dictaturen als Syrië, Libië en Noord-Korea geldt, anders dan voor de westerse civil society waarvan Saif dan toch niet zoveel begrepen had, dat - door het ontbreken van een rechtstaat die de machtelozen tegen willekeur beschermt - het verlies van politieke macht meteen gepaard gaat met het verlies van materiële rijkdom, zo niet van het leven.

In dat materiële aspect moet vermoedelijk ook een belangrijk deel van de verklaring gezocht worden voor het feit dat rijkere landen eerder democratisch zijn, en armere eerder dictatoriaal. Het gaat om het beslag dat de elite op de nationale eigendommen kan leggen; dat is percentueel in een dictatuur veel groter dan in een democratie, omdat in het eerste geval de scheiding tussen beheer en bezit ontbreekt.

Nationale elite

Het punt is daarbij dit. Veel dictaturen zijn een stuk armer dan democratieën. Tegelijk wenst de nationale elite daar niet minder rijk te leven dan de nationale elite in westerse landen - landen, waarmee zij mede als gevolg van de globalisering makkelijker dan vroeger in aanraking komt, en waar zij haar zonen vaak laat studeren, of zelf uit winkelen gaat.
Die elite meent dat, met het oog op het nationaal aanzien, aan haar stand verplicht te zijn: een Syrische president is niet minder dan een Amerikaanse. Zou haar particuliere rijkdom in gelijke verhouding tot de collectieve staan, dan schoot er geen Mercedes, maar slechts een VW-Golfje voor haar over. Juist het trauma van het westerse imperialisme speelt in de voormalige koloniën - denk aan de eeuwige Mugabe in Zimbabwe - daarbij een rol: om voor vol te worden aangezien, is die Mercedes essentieel.

Zo uitbundig te leven als een Trump lukt de Syrische elite alleen maar door naar verhouding een veel groter beslag op de nationale middelen te leggen, en de eigen verwanten de meest lucratieve baantjes (waarvan er in een arm land relatief juist minder zijn) toe te spelen. Dat proces voltrekt zich in zo'n land op alle niveaus, van president tot burgemeester: niet het westerse beginsel van geschiktheid, maar persoonlijke relaties zijn doorslaggevend.

Tunesische straatverkoper

Voor de meerderheid blijft zo weinig over - en als die dan ziet dat zij steeds achter het net vist, en dat opleiding zonder relaties niet helpt, komt zij - zie de hoogopgeleide Tunesische straatverkoper die de Arabische Lente ontketende - in verzet. Zij eist haar rechtmatig deel op. Toekenning van dat rechtmatige deel zou betekenen dat de elite haar privileges grotendeels op zou moeten geven: dat nooit. En dus houdt zij met alle geweld daaraan vast.

Het doet voor de toekomst de cruciale vraag rijzen, of in het Westen de elite beschaafd zal blijven en bereid zal zijn in de neergang te delen, of dat zij even gewelddadig zal worden, indien het westerse aandeel in de mondiale welvaart afneemt, en bij ons de verliezers in opstand komen. De populistische revolte bij de stembus - de Indiaas-Britse schrijver Pankaj Mishra wees daar zaterdag in Vonk al op - vormt daar mogelijk de voorbode van.

Thomas von der Dunk is cultuurhistoricus.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.