Opinie

Opinie op Zondag - Rosa van Gool: 'De grondwet is niet in steen gebeiteld'

Prikkelende opinies op een dag dat u er tijd voor heeft: de Volkskrant presenteert elke zondag een bijdrage van een vaste club auteurs. Later vandaag historicus Geerten Waling, nu eerst classica Rosa van Gool.

De eerste grondwet op de tentoonstelling "24 uur met Willem, koning van Nederland en België" in het Nationaal Archief, 2015. Beeld anp

Onlangs hield minister Kajsa Ollongren de Ien Dales-lezing. Het is u vast niet ontgaan, want de naam 'Baudet' kwam erin voor. Dat is tegenwoordig een garantie voor een stortvloed aan media-aandacht; een twijfelachtig voorrecht dat niet zo lang geleden nog aan de naam 'Wilders' was voorbehouden. Wie wil scoren in tijden van #ophef, reduceert een lezing van circa 3500 woorden tot één zinnetje, bij voorkeur met zo'n naam erin. Dat is jammer, want Ollongrens lezing is interessanter dan die ene veel geciteerde - overigens nogal feitelijke - passage doet vermoeden.

Haar verhaal begint met een parabel. Twee jonge vogels vliegen door de lucht, als een oude vogel hen tegemoet vliegt. In het voorbijgaan vraagt de oude vogel: 'Hé jongens, hoe is de lucht vandaag?' Als de oudere vogel voorbij gevlogen is, vraagt de ene jonge vogel aan de ander: 'Wat is in godsnaam lucht?'

Zou de minister de toespraak This is water, van de Amerikaanse schrijver David Foster Wallace, kennen? Foster Wallace begint zijn speech met precies hetzelfde dierenverhaal, maar dan over vissen in de zee. 'De meest evidente en bepalende gegevenheden zijn vaak degenen die het moeilijkst te zien en te bespreken zijn,' concludeert hij. Hij spoort zijn publiek aan om zich daadwerkelijk bewust te zijn van de dingen om zich heen, ook - of juist - van schijnbare evidenties en impliciete vooronderstellingen. 'We moeten onszelf er keer op keer aan blijven herinneren: dit is water, dit is water.'

Maxima

In het verhaal van Ollongren is de lucht de grondwet, die voor veel Nederlanders zo vanzelfsprekend is dat zij er nooit bij stilstaan. Ollongren pleit voor een 'levende grondwet' en meer emotionele binding. Ze haalt Amerikaanse voorbeelden aan; daar beroept men zich te pas en te onpas op 'the fifth' of 'the second' (verwijzend naar amendments van de grondwet). En wie kent de ronkende preambule ('We the people of the United States, in order to form a more perfect union...') niet? Er ligt een voorstel om de Nederlandse grondwet ook zo'n inleiding te geven, al lijkt de suggestie vooralsnog meer op een woordenboekdefinitie dan op een trotse bekrachtiging: 'De grondwet waarborgt de grondrechten en de democratische rechtsstaat'.

Bovendien is het maar de vraag of het Amerikaanse voorbeeld zo'n gelukkige keuze is. Op dit moment tonen de VS juist aan dat het feit dat iedere burger de grondwet uit zijn hoofd kent allerminst de garantie biedt op een goed functionerende democratie. Maar desondanks heeft Ollongren een punt: we zouden onze grondwet minder voor lief kunnen nemen.

Want volgens de minister is de grondwet de basis - 'de zuurstof' - voor de Nederlandse identiteit. Die term bevindt zich al een tijdje in het oog van een politieke storm. 'Dé Nederlandse identiteit bestaat niet,' zei Maxima in 2007. Dat lijkt mij met afstand de zinnigste uitspraak die ons koningshuis de afgelopen jaren gedaan heeft. Individualiteit is altijd bepalender dan 'Nederlanderschap'. Dat ziet Ollongren ook in: 'Geen mens is terug te brengen tot een enkele identiteit. Ieder mens is altijd méér dan de som van zijn etniciteit, geslacht, geloof of welke aanduiding we ook gebruiken voor onszelf.' Haar betoog valt dan ook samen te vatten als een pleidooi voor een minimale nationale identiteit - 'een ruggengraat, geen pantser' - gestoeld op de waarden onder onze Grondwet: vrijheid en gelijkheid. Daar zullen weinigen het mee oneens zijn, want vrijheid en gelijkheid klinken altijd goed.

Optimistisch

Maar de werkelijkheid is slordiger, want ook de grondwet is niet in steen gebeiteld, laat staan de toepassing ervan. Met enige regelmaat stellen politici voor om artikelen te wijzigen of zelfs te schrappen, zoals Pim Fortuyn en Geert Wilders hebben gedaan met artikel 1, maar ook linkse politici die bijvoorbeeld de onderwijsvrijheid af willen schaffen. Nog veel vaker ontstaat er spanning over de praktijk, bij botsingen tussen grondrechten, zoals de vrijheid van meningsuiting en het verbod op haatzaaien. Juist vanwege deze 'kwetsbaarheid' is het belangrijk dat we onze grondwet kennen en levend houden, zo betoogt de minister.

Dat is inderdaad belangrijk, maar ik ben iets optimistischer: volgens mij maken zulke discussies de grondwet niet kwetsbaar. Zij waarborgen - als controlerende kracht - juist haar gezag. Het is essentieel om onze 'pointilistische grondwet' steeds opnieuw en zorgvuldig in te kleuren, in rechtbank en maatschappij. Wanneer mag een burgemeester bijvoorbeeld grondrechten opschorten uit angst voor ongeregeldheden? En waarom vind ik - en velen met mij - artikel 1 wél van fundamenteel belang, maar artikel 23 niet?

Zulke vragen dwingen ons, juist doordat zij ongemak en verdeeldheid aan de oppervlakte brengen, om na te denken over het vanzelfsprekende. Om nauwkeurig te herformuleren wat de idealen van vrijheid en gelijkheid precies betekenen, of zij nog voldoende worden gewaarborgd, en waaróm die ogenschijnlijke evidenties zo belangrijk zijn. Kortom, ze helpen ons bij de onvoorstelbaar moeilijke taak om telkens weer te denken: 'Dit is water, dit is water.'

Rosa van Gool is classica en publiciste.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden